PER LANDROVER DOOR ETHIOPIA

Voor mijn weekje vakantie ben ik opnieuw naar Ethiopië getrokken.
Met de bus was ik al tot in Gondar geraakt, een stadje in het noorden van Ethiopië aan Lake Tana  Dit meer vormt tevens de bron van de Blauwe Nijl. 

Daar ontmoette ik enkele Europeanen die met 3 Landrovers door Afrika trokken, en tevens op weg waren naar de hoofdstad, waar ik mijn retour-vlucht naar Sudan moest nemen.  Dat  was dus snel geregeld en een kinderdroom kwam in vervulling: In een echte Landrover Defender door een stukje Afrika.

De landrover in de Highlands  

De Canyon van de Blauwe Nijl

Vorig bezoek zag ik overal mensen ploegen, nu waren alle velden fris groen.

Het is onmogelijk om door Ethiopië te reizen zonder op een koffie-ceremonie te worden uitgenodigd.    


De eerste stap van de reis is gelukt: via Kenya ben ik in Kinshasa geraakt mét alle bagage. Ik ben even ingetrokken bij vrienden om het nodige te regelen en dan echt van start te gaan. Zojuist ben ik me gaan registreren op de Belgische ambassade. Op de vraag of onveiligheid was, kreeg ik als antwoord: "In het oosten van Congo is het al langer een puinhoop, maar dat is even ver als van Kosovo tot België." De kilo's rijst en havermout zitten al naast de fietstassen. Maar ik moet nog wel men fiets monteren.
Tot later, Dominik


CONGOVERSLAG 3.
(Momenteel kan ik mijn eigen hotmail niet openen.  Maar 13  februari vlieg ik terug naar Kinshasa, waar ik terug toegang heb tot het gewone internet.  

Ondertussen ben ik ak enkele weken ter bestemming.  Het leven in Basankusu is echter geen lachertje.  Het wordt me hier een beetje te warm, in alle betekenissen van het woord.  "Petit à petit" probeer ik jullie het verslag van de fietsreis op te sturen.)

HET AFRIKAANSE DORPSLEVEN VANOP DE FIETS. (BANDUNDU - NIOKI)

In Congo zegt men dat het wetboek uit 14 artikels bestaat. (Hoewel er in de realiteit enkel de wetten van de jungle gelden.)  Als men dan voor een probleem staat dat men niet kan oplossen met 1 van die 14 artikels, past men het zogezegde "artikel 15" toe.  Dat luidt: "Debrouillez-vous" of "trekt uwe plan".  Alvorens Bandundu te verlaten, ban ik ook overgegaan tot het toepassen van dat 15° artikel: met de gescheurde buitenband over de schouder schuimde ik het lokale marktje af tot ik een schoenmaker vond, die er aan de binnenkant een leren lap op plakte.  De Congolees past Art. 15 dagelijks toe: een gebroken bagagedragerwordt stevig gespalktmet een paar stokken en lianen uit het woud.  (Je kan er de wereld mee rondrijden, het geeft geen krimp meer)

Een kleine prauw bracht me naar de overkant van de Kasai-rivier en dan volgden er enkele dagen aan een stuk "sibngle-track"; een smal voetweggetje door het struikgewas.  De tassen  aan het voorwiel schuurden permanent door het gras, wat wel eens voor evenwichtsproblemen zorgt.  De week voorheen in het losse zand van het Bateke-plateau hebben die tassen me ook al serieus gehinderd.  Ze schuurden geregeld tegen de wand van de diepe sporen.  Soms stak enkel mijn hoofd boven het aardoppervlak uit.

In het volgende verslag duik ik in het moeras nabij het meer Mai Ndombe.
Tot binnenkort,
Ciao, Dominik

CONGOVERSLAG 13/12/2004
BANDUNDU
WAAR EEN WIL IS, IS EEN WEG.

Op de ring van Kinshasa was ik zowat enige op de weg, buiten het schildpadje gerekend, waar ik bijna overreed. Ik ben niet echt een stadsmens een was dus blij die hoofdstad achter mij te kunnen laten, na groen licht van de ambassade. Van de ene moment op de andere zat ik in de savanne, met als aangename verrassing af en toe een rivier die een soort van Canyon in het plarteau heef gesneden.

 Eerst asfalt richting Kikwit, dan een zandspoor op naar Bandundu. Wablief, Bandundu, aan boord van die fiets meneer, vraagt wegenpolitie. Jazeker, en aangezien het percentage vrachtwagens dat in pan staat of vastzit in de modder blijkt dat zelfs geen slechte keuze. Vandaar al die bouten een moertjes op de weg. Ik mag overal passeren, soms vraagt men allerlei papieren waar ik nooi van gehoord heb, soms is men poeslief, maar het doel is steeds iets los te frutselen. Maar ik wil niet plooien en ploeter dus zonder fooien uit te delen door het mulle zand en manouvreer langsheen diepe modderbakken. Een weg is het niet meer echt; een volle dag zweten brengt me amper 30 km verder.

Tijdens passages in de dorpen schaart zich telkens een grote groep kinderen rond mij om uit te maken of ik met een fiets danwel met een motor rijdt. Na enig overleg besluiten ze dan unaniem: het is een automatische fiets met motorbanden. Dat automatische heb ik eerlijk gezegd zelf nog niet ontdekt.

Aan de rivier Kwango heis ik de fiets in een prauw en bereik zo de haven van het stadje Bandundu. Het ontbreekt in Congo zowat aan alles, het lijkt een  leeggeplunderd land en het aantal mensen dat een salaris krijgt is uiterst miniem. Van oorlog is er hier absoluut geen sprake, maar de economische gevolgen ervan zijn groot. Ik ben dan ook uiterst verwonderd hier internet aan treffen. Wees niet te ongerust als de volgende mail wat op zich laat wachten. En trouwens als Belg ben je hier thuis, krijg ik telkens te horen.



Derde Kongo-verslag:

DE STRIJD IS NOG NIET GESTREDEN

Al zijn de nieuwsberichten over Oost-Kongo niet hoopgevend, in het centrum van het evenaarswoud gaat het leven verder.  Het enige gerommel komt hier van de tamtams en het bijna dagelijkse onweer.

Op een doorsnee dag rijd ik tegen 7 uur met het fietske fluitend naar de bureau van Artsen Zonder Grenzen. Het tochtje gaat langs de brede rivier Lulonga en enkele vervallen koloniale gebouwen van de geïsoleerde jungle-stad Basankusu.  Als ik nog niet helemaal wakker ben, dan zijn er altijd de tientallen roepende kinderen onderweg die ervoor zorgen dat ik fris op mijn post verschijn.  Daarna houdt zo ongeveer de rust op voor de rest van de dag…

Om te beginnen is er de dagelijkse vergadering met het medische team: een verpleger, twee gezondheidsanimators, twee apothekers en een vroedvrouw en dan nog de Belgische dokter en mezelf.  De eerste week van de maand is het grote drukte in de farmacie.  Dan zakken alle verpleegkundigen van de gezondheidscentra af  naar Basankusu om de nodige medicatie af te halen.  De enkele reis met fiets of per prauw neemt soms al 3 dagen in beslag. 

Maar het zijn echt sluwe gasten: de helft onder hen vindt wel een manier om wat van de gekregen medicamenten te verduisteren of op de markt te verkopen.  Dat is de hoofdreden waarom we besloten hebben om slechts een vast aantal pillen per centrum te geven.

Na deze hectische week is er wat tijd om de verslagen te maken.  Wat wordt er zoal geanalyseerd en opgestuurd naar de coördinatie van Artsen Zonder Grenzen in Kisangani en Brussel? De statistieken van de verschillende ziekten: malaria, diarree, luchtwegontstekingen, worminfecties en seksueel overdraagbare aandoeningen scoren steeds hoog in de top 10.  Verder bekijken we de medicatieconsumptie (die maar blijft stijgen), de epidemiologische ziekten zoals het einde van de mazelenepidemie, de gevallen van meningitis die sporadisch opduiken en de minder bekende aandoening "Monkey Pox" of  "Apen pokken".  Dat zijn pokken (ja, hier bestaat dat nog!), die vermoedelijk overgedragen worden door contact met apenbloed.

De tweede helft van maand trekken we zelf naar de gezondheidscentra om de hygiëne te  checken, de problemen te bespreken samen met het gezonheidscomité, de kwaliteit van de consultaties na te gaan en de (ir)rationaliteit van het medicatiegebruik te controleren.  Telkens goed voor één of twee weekjes "terrein" naar enkele van de 9 gezonheidscentra, 3 referentiecentra, het therapeutische voedingscentrum en het algemeen ziekenhuis. 

Natuurlijk verloopt het dagelijkse leven in zo'n project niet zoals een doorsnee-dagje België.  Wanneer we even inzoomen, komen we volgende situaties tegen:

VERRASSING:

  • 3 bataljons militairen komen van ver om zich te verenigen in Basankusu.  Zogezegd voor een herverdeling ergens in het land, maar daar komt tot nu toe niets van in huis.   Tot vandaag zitten we nog opgescheept met 4000 soldaten, elk met 1 of meerdere vrouwen die het ziekenhuis platlopen.  Tijdens de ontbossingen om hun kamp te bouwen, zijn ze op een oude bom gestoten die meteen ontploft is.  De hele nacht hebben we in de operatiezaal gezweet om op te lappen wat er nog te redden viel.  Met enkele amputaties en dergelijke was dat een echte inwijding in de oorlogs-chirurgie.
  • Het is al bijna even hard schrikken wanneer je als maaltijd een bordje rupsen krijgt voorgeshoteld.
  • De voorbije nacht hoorde ik de bewaker van het huis hevig tegen de muur kloppen en ik vond dat lichtjes storend voor mijn nachtrust.  's Morgens heb ik hem toch uitbundig bedankt toen hij toonde welke giftige slang hij heeft vermeden om langs het raampje in mijn kamer te kruipen.

PIJN:

·        Als je zelf Malaria te pakken hebt.  (Ik heb zelf door de microscoop de trofozoïeten in m'n bloed gezien.)

·        Een ganse dag achterop een motor die geen enkel putje overslaat. 

 

ONTGOOCHELING:

  • Het enige waar de verpleegkundigen voor werken is hun premie die ze krijgen. 

VOLDOENING:

  • Het is zeer aanmoedigend om een uitgedroogd kind na zijn behandeling weer te zien spelen met zijn broers en zussen.  Zeker als je meer dan een uur hebt moeten zoeken naar een geschikte ader om het infuus te geven. 

FRUSTRATIE:

  • Wanneer de slechte gewoonten zich blijven herhalen.  Bijvoorbeeld een verpleger die een patient een inspuiting geeft en dan spuit met naald mee naar huis geeft om de volgende dag met hetzelfde material een tweede maal te prikken.  Naar de maan met alle regels voor hygiene en steriliteit.
  • De communicatie met de buitenwereld is peperduur (met de satelliettelefoon) en soms gebrekkig.  Ook deze brief is via sateliet doorgezonden.

VERWONDERING:

  • Een varken ligt zich te baden in de enige waterbron van het dorpje Boso Gba.
  • Een Kongolees eet slechts 1 maal per dag
  • En dan nog kan hij op zijn gemak 50 km per dag stappen
  • De band van een fiets wordt geplakt met rubber vers getapt van een rubberboom, en het bagagerek bestaat uit een houten constructie.
  • Lucifers zijn luxe voor hen: er is altijd wel iemand in het dorp die nog vuur heeft branden.  En door de constante vochtigheid wil een Lucifer toch zelden ontsteken.

Ik probeer het nog tot in September vol te houden.  Dan kom ik nog eens langs in België.

Ciao en tot hoors, Dominik


voor reactie e-mail to: msfb-bassankussu-sat@brussels.msf.org


Kongoverslag 2

Jullie hebben het al lang begrepen: Het lukt me niet meer om uitgebreide, gedetailleerde verslagen te produceren. Laten we het dan maar over een andere boeg gooien. Van tijd tot tijd een kleine situatieschets is alleszins beter dan het huidige vacuüm. Het lijkt me onmogelijk om alles samen te vatten, dus begin ik maar midden in het verhaal, midden in de jungle dus. Ik word wakker met mijn hoofd op het harde bamboebed in een kamertje van lemen muren. Ik scharrel de papieren bijeen die ik gisteren bij kaarslicht geschreven heb en verlaat samen met de verpleger zijn huis. Zoals al de andere Kongolezen volgen we het glooiende zandweggetje tussen de bomen te voet. We stoppen aan het gezondheidscentrum om een kleine evaluatie te houden met het personeel na 2 dagen met hen gewerkt te hebben. Het grootste probleem in dit centrum in Boso Likala is de opvolging van de zieken. In een duister kamertje jammeren 2 mensen met Meningitis en een vrouw met Tyfus. Er wordt amper naar hen omgekeken en ze krijgen niet de juiste medicatie. Daarvoor moeten naar het referentiecentrum, 40 km verder. Te voet. Op een bed gedragen. Of hangend in een doek die gedragen wordt aan een stok tussen 2 mensen. Hen meenemen op onze zwaar geladen motor is onmogelijk. Rond de middag passeren we Boso Mbifa en zien een vader en moeder huilend naast de weg, gehurkt over hun kindje met een enorm gezwollen buik, vermoedelijk door een amoeben-infectie. Ze hebben niet op tijd het centrum kunnen bereiken en keren terug naar hun dorp om het kindje te begraven. In het volgende centrum volgende de consultaties meer een probleem. Iedereen met koorts krijgt de diagnose Malaria, een ziekte die heel veel voorkomt hier, maar er zijn nog een heleboel andere aandoeningen die een verhoogde temperatuur veroorzaken… Het regelen van de druppelsnelheid is iets waar de verpleegkundigen blijkbaar nooit over gehoord hebben en wat er met de naalden gebeurd na de inspuitingen is op z'n minst levensgevaarlijk te noemen. Ze worden aan de zieke gegeven om "bij te houden tot de volgende dag" of blijven gewoon rondslingeren. Nog heel wat werk voor het waste-managment. 's Avonds lopen we nog even terug naar het centrum om een vrouw met slangenbeet te verzorgen. Nog voor het opkomen van de tropische zon staan we opnieuw in het centrum, deze keer voor een bevalling. Wanneer we in Bogbonga afsluiten met een vorming over het opsporen en opvolgen van ondervoede kinderen, sporen we richting Lulonga. Dat is de rivier die we volgen om terug naar de basis in Basankusu te reizen. We vinden er de grote prauw terug die we op de heenreis achterlieten. Maar we zijn nog niet vertrokken. We lopen een lepra-patient tegen het lijf die voor verzorging naar het ziekenhuis moet en op het allerlaatste moment komt een vader met een klein kindje aangedragen. Alle tekenen wijzen op een ernstige bloedarmoede: Akylostoma-worm, malaria? We installeren het bewusteloze kind in de prauw met een provisoire infuusstaander aan het stuur van de motor die we ook aan boord hebben gehesen. Enkele minuten later glijden we over het water, nog 90 km te gaan, het kind is stuipt. Uren aan een stuk schuift de groene muur langs beide kanten voorbij. Het kind komt stilaan weer bij. We naderen Basankusu en het kind krijgt een bloed-transfusie in het hospitaal. De volgende morgen komt de vader me vertellen dat z'n kindje weer gezond is en dat ze naar huis stappen.

Chau, Dominik

Top

 


CONGO-VERSLAG 1 5/10/2003 CHAOS IN DE JUNGLE.

Alles onder mij is groen. In alle richtingen, zover ik kan zien, strekt het evenaarswoud zich uit. De piloot van het kleine Cesna-vliegtuig slalomt tussen de stormen en de stapelwolken. Hij probeert contact te maken met Basankusu: “Bravo-alfa to alfa-sierra-six”, tussendoor geeft de Zuid-Afrikaan in zijn goed verstaanbaar taaltje informatie over alle instrumenten en meters voor mijn neus. Op het vliegtuig staat AVIATION SANS FRONTIERES, en op mijn t-shirt staat MEDECINS SANS FRONTIERES, maar ik moet eerder denken aan de FLYING DOCTORS. Er verschijnt een lange, kronkelende lijn: de grote Congo-stroom. Hier en daar monden er zijrivieren in uit en wanneer ik goed kijk, ontdek ik langs de oevers groepen hutjes. Dat zal dus mijn werkterrein worden voor het komende half jaar. Vanuit vogelperspectief is het overduidelijk dat de meeste mensen hier zeer geïsoleerd leven. Het hoofddoel van het project is het verhogen van toegankelijkheid tot de basisgezondheidszorg. Gebrekkige infrastructuur en twee opeenvolgende oorlogen hebben ervoor gezorgd dat de gezondheidscentra op een zeer laag pitje draaien. Artsen Zonder Grenzen zorgt voor medicamenten en zelfs voor de lonen van het gezondheidspersoneel. De Congolese staat betaalt immers al jaren geen lonen meer. Heel het pharmacie-gebeuren moet beheerd worden en er blijkt een hoge nood te zijn en supervisie en vorming. Op mijn vraag of de hele gezondheidsstructuur ooit zelfstandig zal functioneren , heb ik nog geen antwoord gekregen. Daarnaast is het ook de bedoeling om in te grijpen in geval van epidemies en noodtoedtanden. In Brussel, Kinshasa en Kisangani wordt ik achtereenvolgend gebriefd over het huidige probleem van ondervoeding. Na drie spannende vlieguren komt een rood streepje in het vizier: de landingsstrook van Basankusu. Een kwartiertje later zit ik in m’n eerste vergadering. De Coordinatrice Tinne is een dag voor mij gerarriveerd en wil polshoogte nemen van de huidige stand van zaken. De dokteres Carole legt uit hoe besloten werd om een Therapeutisch voedingscentrum op te starten. Thea heeft haar handen vol met het logistieke werk: bouwen van de tenten, paviljoenen, watervoorziening, keuken, watervoorziening, toiletten, ...Het is haar duidelijk een beetje te veel aan ’t worden. Meteen worden alle problemen op tafel gesmeten. Het gebrek aan medewerkers, het tekort aan voedingsmiddelen, de moeilijke samenwerking met het plaatselijke ziekenhuis, de soms ontevreden bevolking, het verdwijnen van medicatie. De chaos overdondert me en ik geraak er niet goed wijs uit. Alles lijkt vierkant te draaien en tot overmaat van ramp komt het ziekenhuispersoneel in opstand. Ze zouden een lager loon krijgen dan hun collega’s van de centra in de dorpen en het komt zelfs tot een staking. Hoe heeft MSF (Medecins sans Frontieres) hier de vorige 15 jaar gewerkt? Maar met een hangend hoofd bereik je niets. Reden te meer om erin te vliegen. Er wordt druk gediscussieerd over de premies van de verpleegkundigen, er wordt een meeting met World Food Program geregeld, er volgt een serie van officiële ontmoetingen met de lokale colonel in zijn bamboekamp naast het vliegveldje, de ziekenhuisdirecteur, de observators van de UN en de Hollandse pater. Voor en na breng ik mijn tijd door in het voedingscentrum. Een negentigtal kinderen worden er dag en nacht behandeld. De eerste indrukken in Phase I zijn overweldigend: hier recupereren de zwaar ondervoede kleintjes, volledig uitgemergeld (Marasmus) of met opgezwollen ledematen en gezicht (Kwashiorkor). Sommigen zijn zo zwak dat de energierijke F-100 melk met een neussonde moet toegediend worden, anderen zijn zodanig uitgedroogd dat een infuus de enige oplossing is. In Phase II komen de meer stabiele kinderen op krachten. Met wat goede wil krijg je ze zelf aan het lachen. Maar de Congolese cultuur is nergens weg te denken. Op een nacht was een moeder haar kind kwijt en vond het wat later buiten terug. Nu wordt die dreumes verdacht van hekserij en wordt zo verstoten dat de moeder het op een lopen wil zetten. ’s Avonds zakken we af naar ons huis om uit te rusten. Een generator zorgt voor de electriciteit en het gechloreerde water tappen we uit grote regentonnen. Zowel het koken op kolen als het douchen gebeurt in openlucht. Aan heel het gedoe van chauffeurs, bewakers, huishoudster en kokkin is het wel even wennen. Als je dan van de sappige ananas zit te smullen of de grote papaya’s en trossen bananen overal in de bomen ziet hangen, is het moeilijk te begrijpen waarom hier zoveel mensen honger lijden. Maar de ondervoeding wordt in de hand gewerkt door mazelen en malaria. Het is momenteel de periode tussen 2 oogsten en de reserves raken op, en dan is er de aanwezigheid van militairen. Als ze niet de velden van de arme mensen gaan leegplunderen, dan beletten ze wel dat de mensen hun groenten op de markt kunnen verkopen door hen tegen te houden en hoge taxen te vragen. En zelfs al is er eten, dan nog bestaat er dikwijls een cultuur van eenzijdige voeding. Je kan de problemen van de bevolking pas echt kennen als je weet hoe ze leven. MSF wil dicht bij de bevolking staan, en daar zet ik me volledig achter! Maar die bevolking bereiken is geen simpele klus. Voor een tocht naar een dorpje 120 km verder in de jungle heb je een hele dag nodig. Dikwijls gebeurt dat met een prauw of een motor, maar voor het eerste bezoek kiezen we voor de gekende Landcruiser-jeep van MSF. We trekken er een week voor uit. Langs alle kanten hoor je “MUNDELE” roepen, het Lingala-woord voor blanke. De Toyata heeft het moeilijk om door de diepe modderplassen te ploeteren. Uren aan een stuk denk ik dat achter de volgende bocht de weg zal ophouden, zo dicht is de begroeiing. Tropische planten en bomen worden afgewisseld door bamboestruiken met hun tientallen stammen opeengepakt. Soms komt zo’n stuk decor op de weg terecht en kan je met een machete een doorgang gaan kappen. Er zijn ook de talloze bruggetjes met kleine, smalle of dikke, rotte boomstammen, waar ik telkens uitstap om met de handen in de lucht de richting aan te geven. Als het begint te stortregenen, gebeurt het onvermijdelijke: de 4x4 zakt steeds dieper in de blubber weg tot hij muurvast blijft steken. Met krik, schop en wel 20 paar helpende handen komen we weer enkele meters verder. De huisjes die we passeren zien er zeer primitief uit. We krijgen weer meer snelheid en daar had een onvoorzichtig kippetje geen rekening mee gehouden. Het kakelt een laatste maal tussen de twee wielassen en houdt dan op met fladderen. De enige oplossing is de eigenaar te vergoeden en het beestje tussen de medicatiekoffers achterin mee te nemen voor het avondmaal.
In Boyela aangekomen, horen we gezang en worden bloemen, aubergines en nog een kip aan ons overhandigd. Het “gezondheidscomite” wordt samengeroepen en lange debatten over de samenwerking met de bevolking volgen. De Congolese verpleger Philippe en de animator Dadié vertalen. Het gezondheisdspostje is uiterst rudimentair. Bij het binnenkomen struikel je over een hoop lemen stenen (klaar voor geplande uitbreidingen), je passeert door en kamertje volgepropt met wachtende zieken en in de consultatieruimte zit een verpleger met stetoscoop rond de hals wat op verfrommelde, vergeelde blaadjes te krabbelen. Met rieten matten zijn twee hospitalisatiebedden gemaakt en that ’s it. Op dat moment wordt een graatmagere Aids-patient verzorgd.
Op weg naar de volgende centra passeren we een jonge man met een geklemde liesbreuk. We rijden 80 km verder naar het ziekenhuisje van Baringa, waar hij kan geopereerd worden. Op de terugweg worden we tegengehouden om een 6-maanden zwangere vrouw met contracties op te laden. We vrezen voor een miskraam maar de volgende morgen ligt er een klein spruitje naast haar. Als ik haar vraag wat zijn naam is, zegt ze dat hij Dominik zal heten. De zieken blijven langs alle kanten toestromen: een vrouw ziet enorm af van vermoedelijk cysten in de eileiders en we sturen haar met de prauw naar Basankusu. Een man komt aangelopen met het bericht dat zijn kind door een slang gebeten is. We gaan haar oppikken, ze kan haar ogen niet meer openhouden, het gif van een Elapide-slang doet zijn werk en tegengif is niet beschikbaar. We geven een diureticum en medicatie voor haar ademhaling. De verpleegkundige kan zeer moeilijk overweg met de catheter, een reden voor wat bijscholing de volgende dag. De patient haalt het. Rond zes uur valt de nacht en zitten we met de dorpchef en tientallen kijklustige dorpsgenoten rond een petroleumlampje te keuvelen. In de centra zijn de meest courante diagnoses malaria, mazelen, diarree en heel veel wormen ( zelfs ascaris in het braaksel) en sexueel overdraagbare ziekten. We ontdekken nog verschillende ondervoede kinderen en wanneer we kinderen met Monckey-pox gaan opzoeken zien we de armzalige hygienische situatie in sommige huisjes. In de slaapkamer liggen de uitwerpselen gewoon op de vloer. Schurft kom je overal tegen... Als de verbinding met de satelliettelefoon gemaakt is om dit bericht door te sturen beginnen we aan een evaluatie van het jaarplan 2OO3. Een poging om door het bos de bomen te zien in deze jungle. Mijn hotmail-adres kan ik van hieruit niet meer openen, maar Westers nieuws is uiterst welkom op het adres dat op deze mail verschijnt.

Vele groeten, ciao,
Dominik

Top