Voor
mijn weekje vakantie ben ik opnieuw naar Ethiopië getrokken.
Met de bus was ik al tot in Gondar geraakt, een stadje in het
noorden van Ethiopië aan Lake Tana Dit meer vormt
tevens de bron van de Blauwe Nijl.
Daar ontmoette ik
enkele Europeanen die met 3 Landrovers door Afrika trokken, en
tevens op weg waren naar de hoofdstad, waar ik mijn
retour-vlucht naar Sudan moest nemen.
Dat was dus snel geregeld en een kinderdroom kwam in vervulling:
In een echte Landrover Defender door een stukje Afrika.
De
landrover in de Highlands
De
Canyon van de Blauwe Nijl
Vorig
bezoek zag ik overal mensen ploegen, nu waren alle velden fris
groen.
Het
is onmogelijk om door Ethiopië te reizen zonder op een
koffie-ceremonie te worden uitgenodigd.
De
eerste stap van de reis is gelukt: via Kenya ben ik in
Kinshasa geraakt mét alle bagage. Ik ben even ingetrokken bij
vrienden om het nodige te regelen en dan echt van start te
gaan. Zojuist ben ik me gaan registreren op de Belgische
ambassade. Op de vraag of onveiligheid was, kreeg ik als
antwoord: "In het oosten van Congo is het al langer een
puinhoop, maar dat is even ver als van Kosovo tot
België." De kilo's rijst en havermout zitten al naast de
fietstassen. Maar ik moet nog wel men fiets monteren.
Tot later, Dominik
CONGOVERSLAG
3.
(Momenteel kan ik mijn eigen hotmail niet
openen. Maar 13 februari vlieg ik terug
naar Kinshasa, waar ik terug toegang heb tot het gewone
internet.
Ondertussen ben ik ak enkele weken ter
bestemming. Het leven in Basankusu is echter geen
lachertje. Het wordt me hier een beetje te warm, in
alle betekenissen van het woord. "Petit à
petit" probeer ik jullie het verslag van de fietsreis op
te sturen.)
HET AFRIKAANSE DORPSLEVEN VANOP DE FIETS. (BANDUNDU -
NIOKI)
In Congo zegt men dat het wetboek uit 14 artikels bestaat.
(Hoewel er in de realiteit enkel de wetten van de jungle
gelden.) Als men dan voor een probleem staat dat
men niet kan oplossen met 1 van die 14 artikels, past men het
zogezegde "artikel 15" toe. Dat luidt:
"Debrouillez-vous" of "trekt uwe
plan". Alvorens Bandundu te verlaten, ban ik
ook overgegaan tot het toepassen van dat 15° artikel: met de
gescheurde buitenband over de schouder schuimde ik het lokale
marktje af tot ik een schoenmaker vond, die er aan de
binnenkant een leren lap op plakte. De Congolees
past Art. 15 dagelijks toe: een gebroken bagagedragerwordt
stevig gespalktmet een paar stokken en lianen uit het
woud. (Je kan er de wereld mee rondrijden, het
geeft geen krimp meer)
Een kleine prauw bracht me naar de overkant van de
Kasai-rivier en dan volgden er enkele dagen aan een stuk
"sibngle-track"; een smal voetweggetje door het
struikgewas. De tassen aan het voorwiel
schuurden permanent door het gras, wat wel eens voor
evenwichtsproblemen zorgt. De week voorheen in het
losse zand van het Bateke-plateau hebben die tassen me ook al
serieus gehinderd. Ze schuurden geregeld tegen de
wand van de diepe sporen. Soms stak enkel mijn
hoofd boven het aardoppervlak uit.
In het volgende verslag duik ik in het moeras nabij het meer
Mai Ndombe.
Tot binnenkort,
Ciao, Dominik
CONGOVERSLAG
13/12/2004
BANDUNDU
WAAR EEN WIL IS, IS EEN WEG.
Op de
ring van Kinshasa was ik zowat enige op de weg, buiten het
schildpadje
gerekend,
waar ik bijna overreed. Ik ben niet echt een stadsmens een was
dus blij
die hoofdstad achter mij te kunnen laten, na groen licht van
de ambassade.
Van de ene moment op de andere zat ik in de savanne, met als
aangename verrassing af en toe een rivier die een soort van
Canyon in het plarteau
heef gesneden.
Eerst
asfalt richting Kikwit, dan een zandspoor op naar Bandundu.
Wablief,
Bandundu, aan boord van die fiets meneer, vraagt wegenpolitie.
Jazeker, en
aangezien het percentage vrachtwagens dat in pan staat of
vastzit in de modder blijkt dat zelfs geen slechte keuze.
Vandaar al die bouten een moertjes op de weg. Ik mag overal
passeren, soms vraagt men allerlei papieren waar ik nooi
van
gehoord heb, soms is men poeslief, maar het doel is steeds
iets los te frutselen. Maar ik wil niet plooien en ploeter dus
zonder fooien uit te delen door het mulle zand en manouvreer
langsheen diepe modderbakken. Een weg is het niet meer echt;
een volle dag zweten brengt me amper 30 km verder.
Tijdens
passages in de dorpen schaart zich telkens een grote groep
kinderen rond mij om uit te maken of ik met een fiets danwel
met een motor rijdt. Na
enig overleg besluiten ze dan unaniem: het is een automatische
fiets met motorbanden. Dat automatische heb ik eerlijk gezegd
zelf nog niet ontdekt.
Aan de
rivier Kwango heis ik de fiets in een prauw en bereik zo de
haven van
het stadje Bandundu. Het ontbreekt in Congo zowat aan alles,
het lijkt een
leeggeplunderd land en het aantal mensen dat een salaris
krijgt is uiterst miniem. Van oorlog is er hier absoluut geen
sprake, maar de economische gevolgen ervan zijn groot. Ik ben
dan ook uiterst verwonderd hier internet
aan treffen. Wees niet te ongerust als de volgende mail wat op
zich laat wachten. En trouwens als Belg ben je hier thuis,
krijg ik telkens te horen.
Derde Kongo-verslag:
DE
STRIJD IS NOG NIET GESTREDEN
Al
zijn de nieuwsberichten over Oost-Kongo niet hoopgevend, in
het centrum van het evenaarswoud gaat het leven verder.
Het enige gerommel komt hier van de tamtams en het
bijna dagelijkse onweer.
Op
een doorsnee dag rijd ik tegen 7 uur met het fietske fluitend
naar de bureau van Artsen Zonder Grenzen. Het tochtje gaat
langs de brede rivier Lulonga en enkele vervallen koloniale
gebouwen van de geïsoleerde jungle-stad Basankusu.
Als ik nog niet helemaal wakker ben, dan zijn er altijd
de tientallen roepende kinderen onderweg die ervoor zorgen dat
ik fris op mijn post verschijn.
Daarna houdt zo ongeveer de rust op voor de rest van de
dag…
Om
te beginnen is er de dagelijkse vergadering met het medische
team: een verpleger, twee gezondheidsanimators, twee
apothekers en een vroedvrouw en dan nog de Belgische dokter en
mezelf. De eerste
week van de maand is het grote drukte in de farmacie. Dan zakken alle verpleegkundigen van de gezondheidscentra af
naar Basankusu om de nodige medicatie af te halen.
De enkele reis met fiets of per prauw neemt soms al 3
dagen in beslag.
Maar
het zijn echt sluwe gasten: de helft onder hen vindt wel een
manier om wat van de gekregen medicamenten te verduisteren of
op de markt te verkopen.
Dat is de hoofdreden waarom we besloten hebben om
slechts een vast aantal pillen per centrum te geven.
Na
deze hectische week is er wat tijd om de verslagen te maken.
Wat wordt er zoal geanalyseerd en opgestuurd naar de
coördinatie van Artsen Zonder Grenzen in Kisangani en
Brussel? De statistieken van de verschillende ziekten:
malaria, diarree, luchtwegontstekingen, worminfecties en
seksueel overdraagbare aandoeningen scoren steeds hoog in de
top 10. Verder
bekijken we de medicatieconsumptie (die maar blijft stijgen),
de epidemiologische ziekten zoals het einde van de
mazelenepidemie, de gevallen van meningitis die sporadisch
opduiken en de minder bekende aandoening "Monkey
Pox" of "Apen
pokken". Dat
zijn pokken (ja, hier bestaat dat nog!), die vermoedelijk
overgedragen worden door contact met apenbloed.
De
tweede helft van maand trekken we zelf naar de
gezondheidscentra om de hygiëne te
checken, de problemen te bespreken samen met het
gezonheidscomité, de kwaliteit van de consultaties na te gaan
en de (ir)rationaliteit van het medicatiegebruik te
controleren. Telkens
goed voor één of twee weekjes "terrein" naar
enkele van de 9 gezonheidscentra, 3 referentiecentra, het
therapeutische voedingscentrum en het algemeen ziekenhuis.
Natuurlijk
verloopt het dagelijkse leven in zo'n project niet zoals een
doorsnee-dagje België. Wanneer
we even inzoomen, komen we volgende situaties tegen:
VERRASSING:
- 3
bataljons militairen komen van ver om zich te verenigen in
Basankusu. Zogezegd voor een herverdeling ergens in het land, maar
daar komt tot nu toe niets van in huis.
Tot vandaag zitten we nog opgescheept met 4000
soldaten, elk met 1 of meerdere vrouwen die het ziekenhuis
platlopen. Tijdens
de ontbossingen om hun kamp te bouwen, zijn ze op een oude
bom gestoten die meteen ontploft is.
De hele nacht hebben we in de operatiezaal gezweet
om op te lappen wat er nog te redden viel.
Met enkele amputaties en dergelijke was dat een
echte inwijding in de oorlogs-chirurgie.
- Het
is al bijna even hard schrikken wanneer je als maaltijd
een bordje rupsen krijgt voorgeshoteld.
- De
voorbije nacht hoorde ik de bewaker van het huis hevig
tegen de muur kloppen en ik vond dat lichtjes storend voor
mijn nachtrust. 's
Morgens heb ik hem toch uitbundig bedankt toen hij toonde
welke giftige slang hij heeft vermeden om langs het
raampje in mijn kamer te kruipen.
PIJN:
·
Als je zelf Malaria te pakken
hebt. (Ik heb
zelf door de microscoop de trofozoïeten in m'n bloed gezien.)
·
Een ganse dag achterop een
motor die geen enkel putje overslaat.
ONTGOOCHELING:
- Het
enige waar de verpleegkundigen voor werken is hun premie
die ze krijgen.
VOLDOENING:
- Het
is zeer aanmoedigend om een uitgedroogd kind na zijn
behandeling weer te zien spelen met zijn broers en zussen.
Zeker als je meer dan een uur hebt moeten zoeken
naar een geschikte ader om het infuus te geven.
FRUSTRATIE:
- Wanneer
de slechte gewoonten zich blijven herhalen.
Bijvoorbeeld een verpleger die een patient een
inspuiting geeft en dan spuit met naald mee naar huis
geeft om de volgende dag met hetzelfde material een tweede
maal te prikken. Naar
de maan met alle regels voor hygiene en steriliteit.
- De
communicatie met de buitenwereld is peperduur (met de
satelliettelefoon) en soms gebrekkig.
Ook deze brief is via sateliet doorgezonden.
VERWONDERING:
- Een
varken ligt zich te baden in de enige waterbron van het
dorpje Boso Gba.
- Een
Kongolees eet slechts 1 maal per dag
- En
dan nog kan hij op zijn gemak 50 km per dag stappen
- De
band van een fiets wordt geplakt met rubber vers getapt
van een rubberboom, en het bagagerek bestaat uit een
houten constructie.
- Lucifers
zijn luxe voor hen: er is altijd wel iemand in het dorp
die nog vuur heeft branden.
En door de constante vochtigheid wil een Lucifer
toch zelden ontsteken.
Ik probeer het nog tot
in September vol te houden.
Dan kom ik nog eens langs in België.
Ciao en tot hoors,
Dominik
voor reactie e-mail to: msfb-bassankussu-sat@brussels.msf.org
Kongoverslag 2
Jullie hebben het al lang begrepen: Het
lukt me niet meer om uitgebreide, gedetailleerde verslagen te
produceren. Laten we het dan maar over een andere boeg gooien.
Van tijd tot tijd een kleine situatieschets is alleszins beter
dan het huidige vacuüm. Het lijkt me onmogelijk om alles
samen te vatten, dus begin ik maar midden in het verhaal,
midden in de jungle dus. Ik word wakker met mijn hoofd op het
harde bamboebed in een kamertje van lemen muren. Ik scharrel
de papieren bijeen die ik gisteren bij kaarslicht geschreven
heb en verlaat samen met de verpleger zijn huis. Zoals al de
andere Kongolezen volgen we het glooiende zandweggetje tussen
de bomen te voet. We stoppen aan het gezondheidscentrum om een
kleine evaluatie te houden met het personeel na 2 dagen met
hen gewerkt te hebben. Het grootste probleem in dit centrum in
Boso Likala is de opvolging van de zieken. In een duister
kamertje jammeren 2 mensen met Meningitis en een vrouw met
Tyfus. Er wordt amper naar hen omgekeken en ze krijgen niet de
juiste medicatie. Daarvoor moeten naar het referentiecentrum,
40 km verder. Te voet. Op een bed gedragen. Of hangend in een
doek die gedragen wordt aan een stok tussen 2 mensen. Hen
meenemen op onze zwaar geladen motor is onmogelijk. Rond de
middag passeren we Boso Mbifa en zien een vader en moeder
huilend naast de weg, gehurkt over hun kindje met een enorm
gezwollen buik, vermoedelijk door een amoeben-infectie. Ze
hebben niet op tijd het centrum kunnen bereiken en keren terug
naar hun dorp om het kindje te begraven. In het volgende
centrum volgende de consultaties meer een probleem. Iedereen
met koorts krijgt de diagnose Malaria, een ziekte die heel
veel voorkomt hier, maar er zijn nog een heleboel andere
aandoeningen die een verhoogde temperatuur veroorzaken… Het
regelen van de druppelsnelheid is iets waar de
verpleegkundigen blijkbaar nooit over gehoord hebben en wat er
met de naalden gebeurd na de inspuitingen is op z'n minst
levensgevaarlijk te noemen. Ze worden aan de zieke gegeven om
"bij te houden tot de volgende dag" of blijven
gewoon rondslingeren. Nog heel wat werk voor het
waste-managment. 's Avonds lopen we nog even terug naar het
centrum om een vrouw met slangenbeet te verzorgen. Nog voor
het opkomen van de tropische zon staan we opnieuw in het
centrum, deze keer voor een bevalling. Wanneer we in Bogbonga
afsluiten met een vorming over het opsporen en opvolgen van
ondervoede kinderen, sporen we richting Lulonga. Dat is de
rivier die we volgen om terug naar de basis in Basankusu te
reizen. We vinden er de grote prauw terug die we op de
heenreis achterlieten. Maar we zijn nog niet vertrokken. We
lopen een lepra-patient tegen het lijf die voor verzorging
naar het ziekenhuis moet en op het allerlaatste moment komt
een vader met een klein kindje aangedragen. Alle tekenen
wijzen op een ernstige bloedarmoede: Akylostoma-worm, malaria?
We installeren het bewusteloze kind in de prauw met een
provisoire infuusstaander aan het stuur van de motor die we
ook aan boord hebben gehesen. Enkele minuten later glijden we
over het water, nog 90 km te gaan, het kind is stuipt. Uren
aan een stuk schuift de groene muur langs beide kanten
voorbij. Het kind komt stilaan weer bij. We naderen Basankusu
en het kind krijgt een bloed-transfusie in het hospitaal. De
volgende morgen komt de vader me vertellen dat z'n kindje weer
gezond is en dat ze naar huis stappen.
Chau, Dominik
Top
CONGO-VERSLAG 1 5/10/2003 CHAOS IN DE JUNGLE.
Alles onder mij is groen. In alle
richtingen, zover ik kan zien, strekt het evenaarswoud zich
uit. De piloot van het kleine Cesna-vliegtuig slalomt tussen
de stormen en de stapelwolken. Hij probeert contact te maken
met Basankusu: “Bravo-alfa to alfa-sierra-six”, tussendoor
geeft de Zuid-Afrikaan in zijn goed verstaanbaar taaltje
informatie over alle instrumenten en meters voor mijn neus. Op
het vliegtuig staat AVIATION SANS FRONTIERES, en op mijn
t-shirt staat MEDECINS SANS FRONTIERES, maar ik moet eerder
denken aan de FLYING DOCTORS. Er verschijnt een lange,
kronkelende lijn: de grote Congo-stroom. Hier en daar monden
er zijrivieren in uit en wanneer ik goed kijk, ontdek ik langs
de oevers groepen hutjes. Dat zal dus mijn werkterrein worden
voor het komende half jaar. Vanuit vogelperspectief is het
overduidelijk dat de meeste mensen hier zeer geïsoleerd
leven. Het hoofddoel van het project is het verhogen van
toegankelijkheid tot de basisgezondheidszorg. Gebrekkige
infrastructuur en twee opeenvolgende oorlogen hebben ervoor
gezorgd dat de gezondheidscentra op een zeer laag pitje
draaien. Artsen Zonder Grenzen zorgt voor medicamenten en
zelfs voor de lonen van het gezondheidspersoneel. De Congolese
staat betaalt immers al jaren geen lonen meer. Heel het
pharmacie-gebeuren moet beheerd worden en er blijkt een hoge
nood te zijn en supervisie en vorming. Op mijn vraag of de
hele gezondheidsstructuur ooit zelfstandig zal functioneren ,
heb ik nog geen antwoord gekregen. Daarnaast is het ook de
bedoeling om in te grijpen in geval van epidemies en
noodtoedtanden. In Brussel, Kinshasa en Kisangani wordt ik
achtereenvolgend gebriefd over het huidige probleem van
ondervoeding. Na drie spannende vlieguren komt een rood
streepje in het vizier: de landingsstrook van Basankusu. Een
kwartiertje later zit ik in m’n eerste vergadering. De
Coordinatrice Tinne is een dag voor mij gerarriveerd en wil
polshoogte nemen van de huidige stand van zaken. De dokteres
Carole legt uit hoe besloten werd om een Therapeutisch
voedingscentrum op te starten. Thea heeft haar handen vol met
het logistieke werk: bouwen van de tenten, paviljoenen,
watervoorziening, keuken, watervoorziening, toiletten, ...Het
is haar duidelijk een beetje te veel aan ’t worden. Meteen
worden alle problemen op tafel gesmeten. Het gebrek aan
medewerkers, het tekort aan voedingsmiddelen, de moeilijke
samenwerking met het plaatselijke ziekenhuis, de soms
ontevreden bevolking, het verdwijnen van medicatie. De chaos
overdondert me en ik geraak er niet goed wijs uit. Alles lijkt
vierkant te draaien en tot overmaat van ramp komt het
ziekenhuispersoneel in opstand. Ze zouden een lager loon
krijgen dan hun collega’s van de centra in de dorpen en het
komt zelfs tot een staking. Hoe heeft MSF (Medecins sans
Frontieres) hier de vorige 15 jaar gewerkt? Maar met een
hangend hoofd bereik je niets. Reden te meer om erin te
vliegen. Er wordt druk gediscussieerd over de premies van de
verpleegkundigen, er wordt een meeting met World Food Program
geregeld, er volgt een serie van officiële ontmoetingen met
de lokale colonel in zijn bamboekamp naast het vliegveldje, de
ziekenhuisdirecteur, de observators van de UN en de Hollandse
pater. Voor en na breng ik mijn tijd door in het
voedingscentrum. Een negentigtal kinderen worden er dag en
nacht behandeld. De eerste indrukken in Phase I zijn
overweldigend: hier recupereren de zwaar ondervoede kleintjes,
volledig uitgemergeld (Marasmus) of met opgezwollen ledematen
en gezicht (Kwashiorkor). Sommigen zijn zo zwak dat de
energierijke F-100 melk met een neussonde moet toegediend
worden, anderen zijn zodanig uitgedroogd dat een infuus de
enige oplossing is. In Phase II komen de meer stabiele
kinderen op krachten. Met wat goede wil krijg je ze zelf aan
het lachen. Maar de Congolese cultuur is nergens weg te
denken. Op een nacht was een moeder haar kind kwijt en vond
het wat later buiten terug. Nu wordt die dreumes verdacht van
hekserij en wordt zo verstoten dat de moeder het op een lopen
wil zetten. ’s Avonds zakken we af naar ons huis om uit te
rusten. Een generator zorgt voor de electriciteit en het
gechloreerde water tappen we uit grote regentonnen. Zowel het
koken op kolen als het douchen gebeurt in openlucht. Aan heel
het gedoe van chauffeurs, bewakers, huishoudster en kokkin is
het wel even wennen. Als je dan van de sappige ananas zit te
smullen of de grote papaya’s en trossen bananen overal in de
bomen ziet hangen, is het moeilijk te begrijpen waarom hier
zoveel mensen honger lijden. Maar de ondervoeding wordt in de
hand gewerkt door mazelen en malaria. Het is momenteel de
periode tussen 2 oogsten en de reserves raken op, en dan is er
de aanwezigheid van militairen. Als ze niet de velden van de
arme mensen gaan leegplunderen, dan beletten ze wel dat de
mensen hun groenten op de markt kunnen verkopen door hen tegen
te houden en hoge taxen te vragen. En zelfs al is er eten, dan
nog bestaat er dikwijls een cultuur van eenzijdige voeding. Je
kan de problemen van de bevolking pas echt kennen als je weet
hoe ze leven. MSF wil dicht bij de bevolking staan, en daar
zet ik me volledig achter! Maar die bevolking bereiken is geen
simpele klus. Voor een tocht naar een dorpje 120 km verder in
de jungle heb je een hele dag nodig. Dikwijls gebeurt dat met
een prauw of een motor, maar voor het eerste bezoek kiezen we
voor de gekende Landcruiser-jeep van MSF. We trekken er een
week voor uit. Langs alle kanten hoor je “MUNDELE” roepen,
het Lingala-woord voor blanke. De Toyata heeft het moeilijk om
door de diepe modderplassen te ploeteren. Uren aan een stuk
denk ik dat achter de volgende bocht de weg zal ophouden, zo
dicht is de begroeiing. Tropische planten en bomen worden
afgewisseld door bamboestruiken met hun tientallen stammen
opeengepakt. Soms komt zo’n stuk decor op de weg terecht en
kan je met een machete een doorgang gaan kappen. Er zijn ook
de talloze bruggetjes met kleine, smalle of dikke, rotte
boomstammen, waar ik telkens uitstap om met de handen in de
lucht de richting aan te geven. Als het begint te
stortregenen, gebeurt het onvermijdelijke: de 4x4 zakt steeds
dieper in de blubber weg tot hij muurvast blijft steken. Met
krik, schop en wel 20 paar helpende handen komen we weer
enkele meters verder. De huisjes die we passeren zien er zeer
primitief uit. We krijgen weer meer snelheid en daar had een
onvoorzichtig kippetje geen rekening mee gehouden. Het kakelt
een laatste maal tussen de twee wielassen en houdt dan op met
fladderen. De enige oplossing is de eigenaar te vergoeden en
het beestje tussen de medicatiekoffers achterin mee te nemen
voor het avondmaal.
In Boyela aangekomen, horen we gezang en worden bloemen,
aubergines en nog een kip aan ons overhandigd. Het “gezondheidscomite”
wordt samengeroepen en lange debatten over de samenwerking met
de bevolking volgen. De Congolese verpleger Philippe en de
animator Dadié vertalen. Het gezondheisdspostje is uiterst
rudimentair. Bij het binnenkomen struikel je over een hoop
lemen stenen (klaar voor geplande uitbreidingen), je passeert
door en kamertje volgepropt met wachtende zieken en in de
consultatieruimte zit een verpleger met stetoscoop rond de
hals wat op verfrommelde, vergeelde blaadjes te krabbelen. Met
rieten matten zijn twee hospitalisatiebedden gemaakt en that
’s it. Op dat moment wordt een graatmagere Aids-patient
verzorgd.
Op weg naar de volgende centra passeren we een jonge man met
een geklemde liesbreuk. We rijden 80 km verder naar het
ziekenhuisje van Baringa, waar hij kan geopereerd worden. Op
de terugweg worden we tegengehouden om een 6-maanden zwangere
vrouw met contracties op te laden. We vrezen voor een miskraam
maar de volgende morgen ligt er een klein spruitje naast haar.
Als ik haar vraag wat zijn naam is, zegt ze dat hij Dominik
zal heten. De zieken blijven langs alle kanten toestromen: een
vrouw ziet enorm af van vermoedelijk cysten in de eileiders en
we sturen haar met de prauw naar Basankusu. Een man komt
aangelopen met het bericht dat zijn kind door een slang
gebeten is. We gaan haar oppikken, ze kan haar ogen niet meer
openhouden, het gif van een Elapide-slang doet zijn werk en
tegengif is niet beschikbaar. We geven een diureticum en
medicatie voor haar ademhaling. De verpleegkundige kan zeer
moeilijk overweg met de catheter, een reden voor wat
bijscholing de volgende dag. De patient haalt het. Rond zes
uur valt de nacht en zitten we met de dorpchef en tientallen
kijklustige dorpsgenoten rond een petroleumlampje te keuvelen.
In de centra zijn de meest courante diagnoses malaria,
mazelen, diarree en heel veel wormen ( zelfs ascaris in het
braaksel) en sexueel overdraagbare ziekten. We ontdekken nog
verschillende ondervoede kinderen en wanneer we kinderen met
Monckey-pox gaan opzoeken zien we de armzalige hygienische
situatie in sommige huisjes. In de slaapkamer liggen de
uitwerpselen gewoon op de vloer. Schurft kom je overal
tegen... Als de verbinding met de satelliettelefoon gemaakt is
om dit bericht door te sturen beginnen we aan een evaluatie
van het jaarplan 2OO3. Een poging om door het bos de bomen te
zien in deze jungle. Mijn hotmail-adres kan ik van hieruit
niet meer openen, maar Westers nieuws is uiterst welkom op het
adres dat op deze mail verschijnt.
Vele groeten, ciao,
Dominik
Top
|