|
TUSSEN
ANDES EN AMAZONE
REISVERSLAG 4:
BOVEN
HET AMAZONEWOUD
Download
het pdf reisverslag hier
TUSSEN
ANDES EN AMAZONE
REISVERSLAG
3:
OP
BLOTE VOETEN OVER DE TRANSAMAZONICA
In Rio Branco ben ik de TRANSAMAZONICA route opgedraaid om naar de
“Far West” van Brazilië te fietsen.
Voor mij lag het laatste deel van deze beruchte weg
die slechts 3 maanden per jaar berijdbaar is.
Langsheen
de kaarsrechte baan heeft het regenwoud moeten wijken voor
de veeboeren. Het
zijn echte cowboys en als je ziet hoe ze met hun lasso
omgaan, lijkt de Marlboro-man maar een broekventje.
Ook in de stadjes overheerst de macho-sfeer:
gespierde kerels rijden blootvoets op zware crossmotors ,
iedereen boven de 16 jaar rookt en de meesten van hen hebben
al ergens een kindje lopen, grote lappen vlees hangen aan de
wasdraad te drogen…
Af
en toe zie je het gezicht van een Indiaan die om de hoek
komt piepen, maar meestal leven ze verdrongen in reservaten.
 
Ik
passeerde SENA MADUREIRA en reed zonder grote hindernissen
tot MANUEL URBANO. Daar kreeg ik te horen dat het verstandiger is te wachten tot
de weg in betere toestand is.
Terwijl het volgende traject moddervrij werd geduwd,
leerden de plaatselijke bewoners me hoe te vissen en te
jagen in het
woud, en welke planten nuttig zijn.
 
We
gingen ook een dag naar het strand aan de PURUS rivier om er
bonen te planten. En
tijdens een bezoek aan een Indianen gemeenschap werd ik
uitgenodigd om met hen maniok te gaan oogsten.
Dan
vond ik dat het tijd was om verder te reizen, maar elke
poging om in de modder te fietsen eindigde even snel als ze
begon. De
kleverige klei blokkeerde alles wat normaal aan een fiets
zou moeten draaien. Het
was zo erg dat zelfs het duwen van de fiets onmogelijk werd.
Er zat niets anders op dan alles te dragen tot de schouders
er van bloedden. Met
elke stap weegden mijn schoenen een kilo zwaarder en
uiteindelijk kwam ik nog het beste vooruit op blote voeten.
De
afstand tot FEIJO is 160 km en uit voorzorg had ik proviand
bij voor 1 week… ik heb het tot de laatste kruimel
opgegeten. Gelukkig
bestond het volgende traject naar TARAHUACA uit fietsbaar
wegdek, maar eenmaal in CRUZEIRO DO SUL was het weer gedaan
met fietsen.
PEDDELEN
NAAR PUCALLPA
Per
vliegtuig zou ik de 200 km jungle naar Peruaans territorium
eenvoudig kunnen overbruggen, maar ik had informatie
dat een grensoversteek overland mogelijk was.
En
zo zou ik de cirkel van mijn reisroute niet hoeven te
onderbreken. De
Braziliaanse Politie bevestigde dat en nog dezelfde dag was
ik weer op weg. Een
grote boot bracht me in 2 dagen en 2 nachten via de JURUA
rivier naar het grensgebied en over een junglepad kon ik
naar Peru stappen. Twee
stilzwijgende kerels hielpen me bij het zoeken naar het
duistere pad, het dragen van de bagage en het traverseren
van de bruggetjes die soms niet meer waren dan een rotte
boomstam. Met
gescheurde kleren bereikten we 12 vermoeiende uren later de
oevers van de Peruaanse stroom Putaya.
Hier bleken echter heel wat minder bootjes te varen, maar ik
kon er wel een echte prauw op de kop tikken.
Bij het licht van een petroleum lampje noteerde ik
alle details die een 75-jarige man me met de nodige
schrikwekkende verhalen over de rivier opsomde.
Na een nachtje rekenen dacht ik dat het doenbaar was en laadde mijn
hebben en houden in de kano om te beginnen aan een solo
tocht over de rivieren Putaya, Tamaya en Ucayali.
De
ene lus volgde de andere op, met in de binnenbocht telkens
een strandje, waar ik bij zonsondergang de tent kon opslaan
en mijn potje koken. Op
de omgevallen bomen die in het water lagen, zag ik
regelmatig schildpadden die zaten te zonnen.
Als ik niet voldoende rekening hield met de stroming,
gebeurde het wel eens dat er bagage in de takken bleef
hangen of de hele kano blokkeerde boven op een boomstam.
Na
3 dagen peddelen dacht ik serieus aan opgeven: mijn hele
bovenlijf was verkrampt, mijn voeten waren aangetast door de
hele tijd in contact te zijn met water en de muggen vormden
soms een ware plaag. Maar
in NOAYA, een nederzetting vol dronken houtkappers, was er
ook niemand de de eerste dagen stroomafwaarts zou reizen.
Ik
roeide dus verder volgens een strak schema met om de 2 uren
een korte rustpauze die ik dobberend op de stroming
doorbracht. Door
het feit dat ik dan “geluidloos” was, kreeg ik
regelmatig aapjes te zien, maar het bracht ook wel eens een
slang of een krokodil aan het schrikken.
Daarom bleef ik op veilige afstand van de
dichtbegroeide oevers.
Daar voelde ik me meer op mijn gemak tussen de
dolfijnen die af en toe hun rug boven het wateroppervlak
toonden en de vlinders die een eindje meeliftten op de kano.
De dagen volgden elkaar op en het eelt op mijn handen groeide.
Ik dronk gefilterd rivierwater met limoenen die
ik op de oevers plukte en vulde mijn dieet van havermout en
rijst aan met vis of een eitje.
Een week later meerde ik aan in PUERTO ALEGRE, waar
iedereen vrolijk de nacht doordanste tijdens het feest van
SAN JUAN, de gekke gringo met lange baard inclusief.
‘s
Morgens werd ik naar de gezonheidspost geroepen.
Er was een jongen binnengebracht die met een
jachtongeluk enkele vingers had verloren.
We verzorgden hem en legden hem in een bootje met
motor. Ik
verpatste snel mijn prauw om de kerel op de tocht naar het
ziekenhuis in PUCALLPA te kunnen begeleiden.
De
vreugde van het doel te bereiken sloeg snel om wanneer ik in
het immigratiekantoor van PUCALLPA te horen kreeg dat ik via
deze smokkelroute het land niet in mag.
Ik word teruggestuurd naar een officiële grenspost
in ESPERANZA om mijn paspoort in orde te gaan maken.
Vanuit de lucht zal ik de afgelegde route nog eens
kunnen overzien. Als
het vliegtuig ooit vertrekt, want de vlucht is al 2 maal
uitgesteld…
TUSSEN
ANDES EM AMAZONE
REISVERSLAG
2
Mei
2006: 2500 + 1300 km
OVER
DE RAND

Om
van de ijle hoogvlakte in de zwoele Amazonevlakte te
geraken, moest ik een ijskoude bergpas van 4700 meter
oversteken. Vanuit
PUNO was het nog even rustig bollen via AYAVIRI naar SANTA
ROSA, en dan klimmen naar MACUSANI.
Regen,
hagel en sneeuw; ik kwam ze één voor één tegen.
Het is best wel adembenemend om door een diepe rivier
met witgesneeuwde
oevers te waden. Meer
downhill op de steile flanken van de Oostelijke Andes kwam
ik nog
tientallen riviertjes tegen, maar met de minuut werden de
temperaturen wel aangenamer en de
bergwanden groener.
´s
Avonds zat ik bij een houtvuurtje in de bergjungle de
aardappeltjes te bakken die ik ´s morgens had gekregen van
een campesino boven in de Andes toen die op weg naar zijn
dorpje toevallig mijn tentje ontdekte.
Het leven kan mooi zijn…vooral met de gesmolten
kaas erbij!
De
route naar PUERTO MALDONADO was echter geen lachertje.
Soms bestond de weg uit ronde rivierkeien zo groot
als meloenen. Daar
valt amper over te fietsen.
Ook het weinige andere verkeer had er moeite mee.
Dat begreep ik toen ik door een strook platgewalste
vegetatie in de afgrond neer keek op een verwoeste
vrachtwagen …met brandstoffen.
DE
WETTEN VAN DE JUNGLE
Overnachten
in een houten Western-hotelletje kan soms meer avontuurlijk
zijn dan wild kamperen.
Alvorens in het luizenbedje te kruipen, ging ik nog
even het toilet opzoeken (lees:
een eindje in het woud stappen).
Toen ik de krakende trap weer op klom, zag ik nog net
een persoon uit mijn kamer glippen.
Ik herkende de halfdronken kerel die zich eerder
tijdens de avond had voorgesteld als goudzoeker.
Ik ben hem vriendelijk gaan vertellen dat hij niet in
mijn bagage naar goud hoefde te speuren. Maar
hij wilde het verwenen geld niet teruggeven.
Toen ik voorstelde het hele dorp (de andere vier
huizen) op de hoogte te brengen, veranderde hij snel van
mening, en kreeg ik mijn portemoneke terug.
Die
nacht heb ik niet zo goed geslapen.
Onder meer omdat ik heel de tijd knabbelgeluiden
hoorde. Wat
voor beest dat was, weet ik nog altijd niet, maar ik weet
wel dat het op zoek was naar
mijn havermout en daarvoor een gat ter grootte van een
walnoot in mijn fietstas heeft gebeten.
En zo wordt een 100 % waterdichte Ortlieb-tas
op 1 nachtje 0 % waterdicht.
VIVA
BRASILIA
Onder
een dikke laag rood stof passeerde ik PUERTO MALDONADO en
vervolgde de weg op en neer naar de Braziliaanse grens.
Dit is een stukje van de MARGINALE OERWOUDWEG die ik
zo graag wilde fietsen.
Het marginale zit hem vooral in de korte, pittige
hellingen die elkaar eindeloos opvolgen. De fietsketting heeft er zwaar onder te lijden gehad en is
aan vervanging toe.
Aan
de grens was men echter meer geïnteresseerd in het
officieel registeren van de fiets.
Ik ben er een indrukwekkend document rijker op
geworden en weet nu ook dat de fiets een echt framenummer
heeft.
Het
gladde asfaltje naar RIO BRANCO was als een droom, met veel
nieuwe indrukken van een nieuw land.
Ik stuntel nog wat met het Portugees, maar wat me al
fietsend meteen opvalt, zijn de vele Braziliaanse fietsers
en fietsters, het verschijnen van nieuwe kerken en het
verdwijnen van het regenwoud langsheen de lange wegen.
Je
ziet dat mijn gezondheid terug dik in orde is.
En het kriebelt serieus om verder de reizen…
Ciao,
Dominik
TUSSEN
ANDES EN AMAZONE
REISVERSLAG
1
februari
– maart 2006:
2500km
Deel
1
DE
REISROUTE
Drie
jaar na het bereiken van het einde van de wereld wil ik het
Zuid-Amerikaanse continent op een andere manier leren kennen.
De
bergen en het regenwoud hebben me altijd doen dromen, maar
vooral het overgangsgebied van deze twee natuurwonderen is
tot mijn verbeelding gaan spreken.
Volgens
de landkaart van Peru bevindt zich langs de oostkant van de
Andesketen de “CARETERRA MARGINAL DE LA SELVA”.
De lijn van deze “Marginale Oerwoud-Weg” loopt
exact langsheen het gebied waar het Amazone-woud tegen het
Andesgebergte opklimt...
Eens
kijken of daar te fietsen valt!
Maar dan wel na het regenseizoen, vandaar dat ik eind
januari vanuit LIMA eerst naar het TITICACAMEER in het
zuiden van Peru ben gefietst.
NAAR
BOVEN
Via
de vallei van CAÑETE ben ik de Andes ingeklommen.
Aan
de kust was het inderdaad volop zomer, maar na twee dagen
stijgen bleek dat wel anders te zijn.
Door zware regens waren stukken van de berghelling
ter hoogte van YAUYOS naar beneden gekomen en op de
kronkelende weg gevallen.
Een keer zag ik hoe een koe onder de rotsen bedolven
werd. Maar met
de fiets op de schouders kom je wel weer verder...tot de
buien in de namiddag weer neervallen.
In
het bergdorpje HUAMUCHACA vond men dat ik beter de volgende
dag zou verder fietsen.
Onder de belofte dat we forel zouden gaan
vissen in de bruisende rivier, duwde ik mijn smerige fiets
in een stalletje en bracht de rest van de dag met die
vriendelijke familie door.
Ook ’s ochtends verscheen er verse forel op tafel,
die me genoeg energie gaf om weer een dagje hoger te
klimmen. Pas de
vijfde dag liep de keienweg eindelijk bergafwaarts naar
HUANCAYO, aan de andere kant van de pas van bijna 4600
meter.
OVER
KLEINE BERGWEGGETJES NAAR HET ZUIDEN
Verder
naar AYACUCHO koos ik de weg over de bergkam langs PAMPAS en
HUANTA, met indrukwekkende vergezichten langs beide kanten
van de weg. De
wolken aan de oostkant maakten duidelijk dat het nog te
vroeg was om me in de jungle te wagen.
Vanuit AYACUCHO heb ik nog een week over de hoge
pampas naar het zuiden gefietst tot in PUQUIO, waar ik
besloot om af te dalen naar NAZCA en langs de kust te gaan
rijden.
GEZANDSTRAALD
LANGS DE KUST
Dat
bleek een grote vergissing te zijn: niet dat het daar
regende, want het is puur woestijn...en de asfalt was een
welkome afwisseling na 14 fietsdagen op zandwegen.
Het was de sterke tegenwind die me de hals omdeed.
Ik wist dat die grote Careterra Panamericana niets
voor mij was, maar ik had me weer laten omleiden.
Op
sommige plaatsen was er zo veel duinzand op de weg geblazen
dat er bulldozers aan te pas kwamen om de baan weer vrij te
maken. Niet
alleen mijn hele lichaam, maar ook de fiets werden permanent
gezandstraald: langs de kant van de zee was hij helemaal
proper, langs de andere kant bleef hij gewoon vuil.
VIA
DE DIEPSTE CANYON TERUG NAAR BOVEN
Ik
was dus meer dan blij om vanaf CAMANA terug te Andes in te
klimmen naar AREQUIPA.
Dat is een prachtige witte stad waar ik ooit heel wat
tijd doorbracht om enkele Bergen in de omgeving te
beklimmen. Maar
deze keer had ik mijn zinnen gezet op de COLCA CANYON, via
HUAMBO en CABANACONDE.
Dat
vereiste heel wat klimwerk op hetzelfde tempo als iemand te
paard, wat gezellige maar vermoeiende conversaties
opleverde. Ik
moest de nodige rustpauzes inlassen en op verlaten trajecten
lag ik wel eens languit op mijn rug uit te blazen.
Maar dat heb ik afgeleerd toen ik circelende
schaduwen boven mij opmerkte.
Die roofvogels moeten ook eten natuurlijk.
Wat later kreeg ik de grootste onder hun soortgenoten
te zien: de machtige CONDOR met zijn witte vleugels tot drie
meter spanwijdte. Ik
stond zo perplex te staren dat ik veel te laat besefte dat
ik een foto had kunnen proberen te maken.
Ik
kon het ook niet laten om af te dalen in de Colca Canyon,
die twee maal zo diep is als de Grand Canyon.
Het werd een mooie voettocht van twee dagen over
kronkelende ezelspaadjes en wiebelende hangbruggen.
Samen
met een Amerikaan en een Engelsman fietste
ik verder over de weg die langs de bovenrand van de
canyon loopt en onvergelijkbare uitzichten biedt.
In CHIVAY waren de dorpsbewoners volop carnaval aan
het vieren met fanfare, zwierende rokken en heel veel
AREQUIPEÑA, het bier van de dichtsbijzijnde stad.
Ik
heb de Colca rivier verder stroomopwaarts gevolgd tot ik
tussen de lama’s boven op de pampa terecht kwam in enkele
hagelbuien.
OVER
DE ALTIPLANO NAAR HET TITICACAMEER
Eenmaal
over de pas reed ik uren over een groene hoogvlakte die
verdacht veel weg had van het bureaublad van WINDOWS XP.
Uiteindelijk kwam ik terecht langs de spoorweg
AREQUIPA- PUNO en bracht de nacht door in het stationnetje
van CRUCERO ALTO op een hoogte van 4500 meter.
Er restte me nog een dag van 150 km om af te dalen
naar het TITICACAMEER door brede, groene valleien.
De
omweg via JULIACA sneed ik af over kleine grindweggetjes,
samenfietsend met de Peruanen die op deze relatief vlakke
altiplano ook de voordelen van de fiets ontdekt hebben.
MET
DE ZUS DOOR BOLIVIA
In
Puno liet ik de fiets achter om mijn zus in Bolivia te gaan
opzoeken en een tiental dagen samen rond te reizen.
Tijdens een wilde rafting in het CHAPARE gebied nabij
COCHABAMBA ging de hele groep overboord en werden we in een
stroomversnelling geslingerd.
Ik knalde daarbij heel onzacht tegen een rots en
bezeerde behoorlijk mijn rechter knie.
In de prachtige koloniale stad SUCRE liet ik toch
maar een RX-foto nemen en de traumatoloog stelde een barstje
vast ter hoogte van de plaats waar de kniepees zich
vasthecht aan het scheenbeen.
Het voorschrift luidde: “een tijdje niet fietsen of
klimmen!”
Ik
zou er heel ongelukkig van worden, ware het niet dat ik al
goed heb kunnen recupereren op het paradijslijke eiland ISLA
DEL SOL midden in het Titicacameer.
Dat alle weggetjes uit trappen bestaan is vrij
pijnlijk, maar dan komt het er eindelijk eens van om dit
verslagje af te maken.
De
wonde van de hondenbeet op mijn achterwerk is ondertussen
ook bijna genezen, dus dadelijk zal ik weer op de fiets
kruipen om de jungle in te duiken.
Hasta
la proxima, ciao, Dominik
dominikvanhoeydonck@hotmail.com
0051.51.965.77.49 in Peru
Top
|