Hallo allemaal

Hier een kleine update van ons project in Port Sudan

 
Vanaf maandag steunen we actief de consultaties in het ziekenhuis.  Dat wil zeggen dat het ziekenhuis zo gerorganiseerd is dat het onderzoeken van de patienten op een vlotte manier kan verlopen en dat het doktersbezoek en de behandeling gratis zijn.  Concreet houdt dat in een verbetering van de registratie, een systeem met ticketjes, en een gloednieuwe apotheek in het ziekenhuis.  Vorige week heb ik dan alle dokters en verpleegkundigen bijles gegeven over de belangrijkste ziektes en de medicatie die MSF voorziet.
(klik de beelden voor uitvergroting
 
Het loopt nu vrij vlot en na 4 dagen heben we al 378 consultaties gedaan.
 training.jpg (122633 bytes)
1) Eerste foto: TRAINING
Tijdens de trainingsweek voor de dokters en verpleegkundigen.  Zonder de Assistent-Tolk is dat onmogelijk.  Probeer maar eens te lezen wat er op het bord staat.
receptie.jpg (242851 bytes) 

 

2) Tweede foto: RECEPTIE
De eerste patient die we behandelen.  Het is een hele stap voor de vrouwen om hun huisje te verlaten en naar het ziekenhuis te komen.

 

 kindje.jpg (97876 bytes)
3) Derde foto: KINDJE
Dit kindje heb ik even op de arm genomen terwijl zijn zieke moeder onderzicht werd.  Ze had nog 2 andere kindjes bij en had armen te weinig.
 
4) Vierde foto: DOMI + TITAdomi-tiita.jpg (171230 bytes)
Enkele van de leiders in de Beja nomaden-gemeenschap zijn zeer tevreden met de verbeteringen in het ziekenhuis.  Ze vertellen dat nu de meeste mensen van de Beja-tribe naar de bergen zijn getrokken omdat het daar frisser is en omwille van de regens daar.  In september zullen velen terugkeren en dan zal volgens hun het ziekenhuis te klein zijn...
 
Voilà, zoals ge ziet gaat het nu een beetje vooruit en daar ben ik ook heel blij om!
 
Tot binnenkort
chau, Dominik

Top



ANDESVERSLAG 20 20/02/2003 EEN AVONTUURLIJK EINDE.


Het volgende doel tijdens het laatste deel van deze reis lag ietsje te ver om met de fiets te bereiken. De eindeloos lange busrit bracht me van Mendoza naar Paraguay voor een blitsbezoek aan m'n tante die daar woont en werkt. Alvorens dit land binnen te sukkelen langs de vreselijk drukke vriendschapsbrug, wilde ik een kijkje gaan nemen naar de wondermooie watervallen van Iguazu. Dit natuurwonder ligt op het drielandenpunt Argentinië-Paraguay-Brazilië, en is zo groot dat je minstens een hele dag nodig hebt om het neerstortende water te bewonderen. Ik liep een Canadees tegen het lijf en samen slenterden we in de verlammende hitte over de bruggetjes die je naar alle hoeken en tot vlakbij de "cataratas" leiden. Toch zat hij steeds met zijn verrekijker rond te turen. "Er is hier veel natuurschoon!", mompelde hij steeds. Na een tijdje had ik door dat hij het over de andere bezoekers ! had.

In Asuncion vond ik m'n energieke tante, die me de volgende 4 dagen de grootste bezienswaardigheden in de buurt toonde. Ook gingen we naar enkele Indianendorpen nabij Benjamin Aceval in het broeierig hete Chaco-gebied. Na 30 jaar ontwikkelingswerk spreekt zij vloeiend Guarani en babbelde ze als was het familie met deze vriendelijke natuurmensen met hun zeer primitieve levenswijze. Vermits ik zelf deze taal niet spreek, probeerde ik de taal van de sport: het partijtje volleybal met de kinderen werd een reuzesucces. Ook voor het drinken van TERERE hoefde ik niet veel woorden in de mond te nemen. Ik mocht meteen plaatsnemen in het kringetje om hun traditionele "koude versie van MATE" te proeven.

De trans-Chaco weg doorheen Paraguay wordt in de reisgidsen als een van de grote uitdagingen van Zuid-Amerika beschreven. Tijdens deze 30-uren durende busrit op weg naar vrienden in Bolivia werd het langzaam duidelijk waarom: Er was amper een levend wezen te bespeuren en de weg leek meer en meer op een grote slijkpoel. Schuivend en slingerend werkte de bus zich uren aan een stuk door de diepe plassen en de rode modder. Toen we bij een vrachtwagen kwamen die tot z'n assen in de rode smurrie was weggezakt, sprong de chauffeur vanachter z'n stuur en begon zonder aarzelen mee te graven. Deze collegialiteit is de enige garantie om niet weken te blijven steken in dit slangengebied.

In Bolivia moesten we dan weer een oude weg door de bergen nemen omdat dankzij hevige regenval de nieuwe route door landslides was afgesloten. Toch konden we op een gegeven moment geen meter verder. Dit keer was het een blokkade van boze cocaboeren. Pas toen we met heel de bus een sommetje geld hadden verzameld, mochten we verder naar La Paz.

Ik was blij toen ik daar eindelijk de bekende gezichten terugzag. Om me alvast voor te bereiden op de naderende terugkeer naar België, gingen we naar de film "El Senor de los Anillos II" kijken; beter bekend als "The Lord of the Rings II". Terug op straat bleken werkelijkheid en fantasie door elkaar te vloeien. Grote groepen mensen trokken met stokken , stenen en machetten door de straten. De volgende dag werd het er niet veiliger op. Ik liet me informeren dat de Boliviaanse regering belastingen wilde gaan heffen om een economische crisis zoals in Argentinië te vermijden. Tot nu toe was dit onbestaande in dit ontwikkelingsland, en vooral de onderbetaalde politie was ontevreden. Militairen werden ingezet om hun gewapende tegenstanders te bedaren met als gevolg dat de geweerschoten door het stadscentrum klonken. Het ontaardde in een chaos, waarvan vandalen gretig profiteerden. Winkels en banken! werden geplunderd en in een mum van tijd werd alles gesloten. Ook de luchthaven was dicht en mijn vlucht naar Santiago werd afgelast.

Gespannen luisterend naar de pessimistische radioberichten zaten we al kaartend te wachten op vrede. Gelukkig kon ik de volgende dag wel op het vliegtuig en begon de race tegen de klok om de fiets, die nog in Mendoza stond, op tijd in Chili te krijgen. Het werd nog een nachtelijke taxirit over het Andesgebergte en terug om alles in orde te krijgen. Tijdens de 15 uren vliegen naar m'n thuislandje kon ik weer wat op adem komen. M'n gedachten gingen steeds terug naar de lachende gezichtjes van de kinderen in het REMAR-project in La Paz. Een dag voor het geweld uitbrak bezochten we dit opvangcentrum voor straatkinderen. Het laatste deel van de financiële steun van Belgische vrienden ging naar deze Boliviaantjes.

Na 8 maanden stond ik dan weer in Zaventem. Een groot spandoek rees de lucht in en het was fantastisch om weer in de familiekring opgenomen te worden. Ik kon beginnen met het vertellen van verhalen van de reis waarin ik al m'n gedroomde plannen had kunnen uitvoeren. Dikwijls dankzij de hulp van de plaatselijke bevolking. Ik ben al die Zuid-Amerikanen die ik ontmoette dankbaar dat ik hun boeiend continent mocht leren kennen.

(PS:Hier thuis heb ik de 10 zogenaamde winnaars van het HOOGTEPROJECT opgezocht en zij zullen één van de mooiste foto's opgestuurd krijgen.)

Chau, Dominik.

Top

 

ANDESVERSLAG 19 2/02/2003 NAAR HET DAK VAN DE ANDES.

De hele morgen had ik zitten luisteren naar de gierende wind en de sneeuwvlagen die de tent van de Aconcagua wilden blazen. Ik dacht aan de twee tenten die door het basiskamp vlogen de ochtend voordien. Ik zag opnieuw de baard vol ijspegels van de bezorgde berggids die kwam vragen of we geen plaats hadden voor drie zieke klimmers. Ik had tevergeefs op beter weer zitten wachten en begon uiteindelijk toch aan de 20-minuten-durende aankleedpartij.
Het is een ware hel als je naar het toilet moet tijdens een sneeuwstorm. Maar door het vele drinken om hoogteziekte te vookomen, was dit om de 2 uur een noodzaak. Van de gelegenheid gebruikmakend veegde ik telkens een halve meter sneeuw van het zeil. Gelukkig hadden we gisteren een portage gedaan, waardoor er in kamp I voldoende voedsel aanwezig was voor 2 extra dagen wachten.

M'n Mexicaanse teamgenote vond de voortent de meest geschikte plaats als toilet. Tijdens m'n fietstocht had ik haar in Patagonia ontmoet, terwijl ze een reis door Argentinia gidste. Ze had vorig jaar al op het topje van de Aconcagua gestaan en had goede contacten met de berggidsen die op dat moment op de flanken opereerden. Zo vormden we een tweekoppig team met hetzelfde klimschema als een andere internationale expeditie van 11 personen. Tijdens het aankopen van het voedsel voor twee weken en het sorteren van al het klimmateriaal om in 2 grote plastiek tonnen te verdelen, merkte ik al dat het niet simpel zou zijn om discuties te vermijden. De 3-dagen durende aanlooptocht gaf hierop een bevestiging. Het landschap van de vallei de las Vacas werd steeds maar droger, net zoals de communicatie. Het ezelspad, bezaaid met stenen, steeg langzaam door de brede vallei, via de kampen "Pampa de Leñas" en "Casa de Piedras". De Arrieros of ezelsdrijvers maakten het 's avond telkens gezellig met een kampvuur. De derde dag konden we op de rug van hun beestjes de Rio de Vacas doorwaden, maar bij de volgende rivieroversteek moesten we zelf de klus klaren. Dat leverde heel wat hilariteit en natte kleren op.
De rustdag in het basiskamp "Plaza Argentina" vulde ik met het bouwen van stenen muurtjes rond de tent en het infiltreren in de grote groep. Vrijwillig boden ze echt eten (zoals vlees) aan en als dank hielp ik mee met water aandragen, tenten opstellen en lunchpaketten maken. Ik voelde me weldra thuis in deze groep en kon zo meeproeven van het echte expeditiegevoel. Doorheen de penitentes (of velden van ijstorens) werd een eerste vracht voedsel naar kamp I gedragen, waarna we opnieuw afdaalden. Dit is tevens een nuttige bezigheid om te acclimatiseren. Tot hiertoe verliep alles onder een stralend zonnetje, maar dat veranderde snel tijdens de eerste nacht in het hoogtekamp. Daar werden dankzij die storm het sneeuwsmelten en slapen de voornaamste activiteiten. Pas na 2 dagen begon de barometer op de horloge te stijgen. Er was weer hoop om verder richtig Kamp II te stijgen, zij het door een soms heupendiep sneeuwspoor. Vanuit het tweede hoogtekamp was het panorama over de witte toppen halucinerend, tenminste voor diegenen die nog niet geveld waren door hoogteziekte of bevriezingsverschijnselen. Profiterend van de hoge luchtdruk mikten we op een toppoging de volgende dag. Door koude, hoogte, en diepe sneeuw werd de groep snel uitgedund. Toen de zon aan de horizon verscheen, waren we nog maar met 4, plus de berggids. We maakten een traversee naar de normaalroute en bereikten via de plaats "independencia" de beruchte "Canaleta". Die bleek 2 maal steiler en 10 maal langer te zijn dan in mijn verbeelding. Het werd slopend klimwerk met de stijgijzers, maar liever zo dan zonder sneeuw over de onstabiele rotsen.
We wisten dat we de top zouden halen en 2 uur later stonden we trots naast het kruis te poseren voor de klassieke foto. Bij het vooroverbuigen om een mooi steentje voor de verzameling te zoeken, begon mijn hoofd pijnlijk te bonzen. De 6954 hoogtemeters lieten zich voelen, het werd tijd om weer af te dalen. Terug in Kamp II kregen we een warm onthaal en felicitaties van de andere klimmers. Het was echter minder leuk om om m'n tentje terug te vinden in een grote plas smeltwater. Om middernacht werd ik wakker met een stekendehoofdpijn, die definitief verdween na de een literje thee. Op de afdaling naar het basiskamp hadden we een gigantische rugzak mee te sleuren. De zwaarste dag van allemaal werd de 40 km lange trektocht in 1 maal tot "Puente del Inca". Bij de aankomst ging ik bijna van m'n stokje...de Aconcagua had al m'n energie opgeslorpt, maar heeft in ruil al z'n pracht prijsgegeven. Ik was uiterst tevreden met deze deal.


Top

 

ANDESVERSLAG 18 30/01/2003
DE FIETS MOET OPNIEUW IN DE DOOS.


In het Nationaal Park Tierra del Fuego staat een bord: "Einde Route 3". Al was het onderweg-zijn het mooiste van alles, toch was ik blij het einddoel bereikt te hebben. Ushuaia is een tof stadje mat veel herbergjes en winkeltjes, propvol toeristen. 's Avonds kleurt de lucht rood boven de besneeuwde bergen en de haven met boten die naar Antarctica vertrekken.

Zeven maanden geleden begon de reis aan de evenaar, het zogenaamde "Midden van de wereld". Uiteindelijk kocht ik in het puntje van Zuid-Amerika de grote chocolade-crème-taart die ik mezelf beloofd had wanneer ik het einde van de wereld zou bereiken. Dit viel ook in de smaak van Italiaanse journalist met wie ik de ferry van Punta Arenas naar Porvenir op het eiland Vuurland had genomen.

De laatste 4 dagen fietsten we samen door wind en regen, mijmerend over de mooie ervaringen: Al die mensen die je een hand geven of water aanbieden. Al die uitnodigingen om bij aan te schuiven aan hun tafel, terwijl ze het meestal zelf niet al te breed hebben. De spontane glimlach van de kinderen. 12.300 km fascinerende landschappen met onvergetelijke kleuren. De grote uitdagingen in de Andes waar ik al jaren van droomde.

Eén van die dromen was de Aconcagua en aan het einde van de reis zag ik m'n kans om deze berg te beklimmen. Het fietsen over de bergpassen en de Altiplano bracht me in een uitstekende conditie en na de ontmoeting met iemand die voor de tweede maal naar de Aconcagua gaat, dacht ik: "Het is nu of nooit!". Ik wilde de gelegenheid om ook in Argentinia nog een top mee te pikken niet laten liggen. Daarom vloog ik van m'n eindbestemming Ushuaia naar de nieuwe bestemming Mendoza, aan de voet van de hoogste berg in de Andes.

Ingesneeuwd in het eerste hoogtekamp vond ik de tijd om dit verslagje neer te pennen. Het verdere verhaal over de succesvolle beklimming hebben jullie nog te goed. De volgende maal zal ik ook vertellen wat ik nog ga uitspoken alvorens op 16 februari om 11.00 uur Belgie te herontdekken.

Groeten, Dominik.


Top

 

ANDESVERSLAG 17 3/01/2003
DE WARE AARD VAN PATAGONIA


"Rotsig, droog en permanent geplaagd door de wind en extreme condities. Elk levend wezen vecht om te overleven..."
Zo wordt de gouden pampa in de reisinformatie beschreven. De route 40 loopt er dwars doorheen.

Het begom allemaal op lichtlopende asfalt vanuit Esquel. Regelmatig kon ik me bevoorraden in Tecka en Rio Mayo of bij aanschuiven aan een Argentijnse BBQ (Asado) langs de weg. Wat me meer zorgen baarde, was de achtervelg die verschillende scheurtjes vertoonde. M'n tank op 2 wielen begon het te begeven. Toen enkele spaken zich bijna geheel uit de velg trokken, werd het duidelijk dat ik op zoek moest naar een oplossing. In de grotere stad Comodoro Rivadavia vond ik de nodige vervangstukken. Het kostte me wel een zijritje van 300 km met de bus naar de Atlantische kust. Ook aan de voordrager moest nog wat gesleuteld en gelast worden, maar dat wordt stilaan traditie.

De tocht langs de eenzame extancia's werd weer verdergezet. Het zijn telkens lichtpuntjes in een monotoon steppelandschap. Op de ene plaats was ik getuige van het scheren van de 3500 schapen, in een andere kon ik overnachten en de volgende overdonderde me met kaartjes en adressen van wereldfietsers uit het verleden tijdens een stevige maaltijd.

Ik kwam steeds minder mensen en meer dieren tegen. Enkele troepen gaunaco's en struisvogels kruisten de ruwe grindweg en tussen de stenen merkte ik af en toe een gordeldier op. Een zijweg van zo'n 45 km zou me bij de "Cueva de las Manos" brengen. Dit is een mooi overblijfsel van 10.000 jaar oude rotsschilderingen. 60 km vroeger was er een afslag die enkel 45 km aangaf, dus ik twijfelde niet lang en koos voor de verkorting. Het zandweggetje over de glooiende heuvels had echter een verrassing in petto. Plots stond ik aan de rand van een 150 m diepe canyon, met de beruchte grot aan de overkant. Ik kon terugrijden en een omweg van 130 km maken, of trachten deze canyon over de steken. Met alle bagage op de rug daalde ik het rotspad af, waadde door de rivier en werkte me met al de ballast naar boven tot het hutje van de parkwachter aan de overzijde. Op de terugtocht om de fiets te gaan halen, merkte ik pas het miniscu! le hangbruggetje over de stroom op. De parkwachter heeft zich alleszins goed vermaakt en ik mocht toch bij hem kamperen.

Het vervolg van de Ruta 40 werd een echte marteling. Hier liet Patagonia zijn ware aard zien en blies me constant uit het spoor, waardoor ik telkens in de losse grävel terecht kwam. Dag na dag hetzelfde liedje. Het leek een strijd zonder einde. Na 9 volle dagen over de keienwegen, draaide ik eindelijk het asfalt op voor de laatste 32 km naar El Calafate. Het kostte me 4 uur stampen op de trappers in de kleine versnelling. Reken zelf het gemiddelde maar uit en je weet meteen wat tegenwind in Patagonia betekent.

Ik was blij even de fiets te kunnen laten voor wat hij is, en met de rugzak naar het Nationaal Park Los Glaciares te trekken. Het gure klimaat werd nog een graadje erger en kloddernat kroop ik in m'n tentje in het basiskamp van de beroemde berg Fitz Roy. Ook de volgend ochtend leek niet veel beter. Ik moest me een weg banen door de sneeuw om het uitzichtpunt te bereiken, maar de rotszuil sliep achter een wolkengordijn.

Met een omweg naar een ijsval en het basiskamp van de Cerro Torre daalde ik af naar het dorpje El Chalten. De sneeuwbuien brachten me al in de kerstsfeer en met enkele mensen die tevens de bergpaadjes naar beneden volgden, besloten we samen Kerstmis te vieren. Het werd een eenvoudig avondje in een refugio met een internationaal gezelschap rond de haard. Voor ik m'n bed ging opzoeken, kon ik nog net zien hoe de zonsopgang de rotstorens kleurde.

Een andere niet te missen bezienswaardigheid is de gletsjer Perito Moreno. Het kraakt en het dondert er wanneer grote ijsblokken afbreken en met alle geweld in het meer terecht komen. Een spectakel waar ik bijna een hele dag op getuurd heb.

Fietsend naar Puerto Natales werd ik opgehouden door een filmploeg van de Spaanse TV. Ze vroegen me helemaal uit en filmden me vervolgens langs alle kanten vanuit hun rijdende jeep.

Het Nationale Park Torres del Paine herbergt natuurschoon van de bovenste plank. Dus weer de bagage overladen in de rugzak en te voet naar de kathedralen van rotsen gaan kijken. De wanden zijn echt imponerend, haast magisch. Ze vormen bijgevolg een geliefde uitdaging voor klimmers van hoog niveau. Ik wilde wel eens babbel slagen met deze helden en zocht hun basiskamp op. Daar waren ze blij dat ik op oudejaarsavond wijn en chocolade bijhad. De Amerikaan Scott had zijn knie geblesseerd bij het indragen van 500 kg bagage met z'n expeditie. Sommigen hadden al 2 weken zitten wachten op goed weer. Om 11 uur strompelde een Sloveens klimkoppel het kamp binnen. Ze kwamen terug van een uitputtende klim naar de noord-top van de noord-toren. Hun gezicht vertelde alles. Klinkend op hun overwinning gingen we het nieuwe jaar in. De 2 volgende dagen stapte ik verder door het park langs! appelblauwzeegroene bergmeren, grillige boomstronken en allerhande indrukwekkende rotsformaties.

Nu rest me nog het laatse eindje naar Ushuaia af te haspelen en iedereen een gelukkig nieuwjaar te wensen. Weer een heel jaar om al die dromen waar te maken!!!

Chau, Dominik.

Top

 

ANDESVERSLAG 14 22/11/2002

EL NIÑO OP DE HIELEN

De voorbije drie weken zijn er heel wat kilometers voorbijgeschoven. Namelijk een dikke 2000 en het decor is dag na dag veranderd van omzeggens niets tot een prachtig paradijs in volle lentebloei. Tot de omgeving van Santiago de Chile was er niet veel te beleven. Ketting, tandwielen en achterband waren duchtig versleten en werden netjes vervangen. Via Copiapo kwam ik in Vallenar terecht, waar er zowaar bloemetjes in de woestijn te voorschijn komen. Tamelijk uniek in de wereld. Zuidelijk van La Serena begon ik te begrijpen dat het verstandiger was om meer landinwaarts te rijden om minder wind te ontmoeten.

Eerst wilde ik nog een totale zee-ervaring meemaken, en die heb ik gekregen. In het kustdorpje Horcon vond ik een onderkomen bij de familie van een gastvrije visser. Toen de conversatie bij zijn avontuurlijk beroep kwam, stelde hij voor me een "ochtendje mee uit" te nemen. Zo gezegd zo gedaan, maar voor mij wel de laatste keer. Het eerste kwartiertje nadat het houten sloepje door de paarden van het strand werd getrokken, was best tof. Vanaf de motor werd stilgelegd, begon het geschommel op de golven effect te hebben op m'n arme ingewandjes. Mijn gastheer haalde niet zijn vislijn, maar zijn harpoen en duikpak boven , trok met een ruk de compressor aan de praat en verdween overboord met de luchtslang in zijn mond. Terwijl hij geregeld weer boven water kwam om zijn vangst te tonen, hing m'n hoofd een halve dag over bakboord, zo ziek als nen hond.

Eindelijk hoorde ik "Alegria, la tierra" roepen. Met wat Chileense wijn en verse kreeft is het leed vlug vergeten, was de remedie van de volbloed visser. Van zijn vrouwtje kreeg ik nog een zakje olijven mee en ik was maar al te blij terug op m'n vertrouwde fiets te zitten. Vanaf de toeristische badplaatsen Viña del Mar en Valparaiso heb ik de Oceaan definitief vaarwel gezegd. Ik kwam weer helemaal tot leven bij het zien van al die bloemenpracht langs de wegen, het ruiken van de koeien in de wei en het horen van het ruisen in de bomen.

Het werd opnieuw aangenaam rijden op de kleinere wegen die ik hier en daar als alternatief voor de Ruta 5 vond. Tussendoor maakte ik nog een interessant bezoek aan een modern Chileens hospitaal in Melipilla. Wat me echter zorgen baarde, waren de regenbuien die alsmaar frequenter werden. Nu begrijp ik waarom het fruit hier eens zo goed smaakt en de tomaten dubbel zo groot zijn. Toch was er iets vreemd aan de hand. Het is "EL NIÑO" kon ik links en rechts opvangen. Het is veel erger dan andere jaren, mompelen ze.

Moegepeddeld en als een verzopen kieken ging ik in de velden op zoek naar een plekje voor de tent. In volle afdaling over het slijkpad kwam ik bijna in de kruiwagen van een boer terecht, die me doorstuurde naar een houten huisje tegen de volgende helling. Door het bonenveld volgde ik het glibberige pad tot bij het oude vrouwtje. Ze fronste even haar wenkbrauwen en toonde me vervolgens haar kamertje dat vanaf nu helemaal voor mij was.

Terwijl het donker werd, druppelde de hele familie binnen en het werd een memorabele avond naast de haard terwijl het potje MATE rondging. Slurpend aan het pijpje in het straffe thee-mengsel gingen de gesprekken over het konijnenbestand en dat het toch ongelooflijk was dat de timmerman van enkele dorpen verder geen varkensvlees wilde eten.

Met de geur van versgebakken tortillas werd ik de volgende morgen wakker. Ik kreeg een rondleiding door de "comunidad indigeno" en begon tegen de middag m'n tassen in te laden. Er was geen sprake van dat ik hen zou verlaten zonder middagmaal. De eerst wat gereserveerde Chilenen begonnen me als een deel van de famlie te beschouwen en 's namiddags zat ik mee in de aarde te wroeten om "porrotos" te planten. Voor het avondmaal moesten we eerst de erwtjes voor de soep gaan plukken en met z'n allen gezellig peulen. Als Westerling heb ik heel wat lessen getrokken uit deze eenvoudige levensstijl.

Stilaan droogt de rode modder in de omgeving van Temuco op en maken de wolken plaats voor halucinerende zichten op schitterende witte vulkaantoppen. Het bekende merengebied komt naderbij en de Chilenen beloven me dat het elke dag mooier zal worden. We will see!

Chau, Dominik.

Top

 

ANDESVERSLAG 14 1/11/2002
VLIEGENDE MUESLI


Wie denkt dat het enkel hard waait in Patagonia, heeft het mis. In de Atacama-woestijn kreeg ik met zulke wind af te rekenen dat m'n lepel muesli leeg was voor hij mij mond bereikte. Zo te horen hebben jullie daar in Belgie ook wat van gevoeld.



En wie denkt dat de woestijn vlak is, moet nogmaals zijn idee veranderen. Een ganse week heb ik gevochten tegen het zand en de heuvels, doch had ik me aan meer extreme toestanden verwacht.
In Calama kroop ik weer op m'n fietske, dat daar 2 weken had mogen rusten. Voor een weerzien met Peruaanse vrienden was ik namelijk teruggekeerd naar het noorden. We hebben ondermeer een mini-expeditie naar de kegelvormige vulkaan EL MISTI nabij Arequipa ondernomen. Intense ervarigen! Het was vermoedelijk niet de laatste maal dat ik Peru bezocht. Maar m'n destino ligt nog steeds in het "einde van de wereld", en daar moet ik dus eerst zien te geraken...

De tocht Calama-Antofagasta verliep zonder noemenswaardige obstakels. Het monotone landschap werd wat opgeluisterd met musica latina uit de zonet aangeschafte discman. Op de kaart zag ik een dorpje waar ik de tweede nacht wilde doorbrengen, maar het bleek een goudmijn te zijn, toegang ten strengste verboden dus. Dan maar de slaapzak uitrollen in het buskotje met panoramische vergezichten.
De kleurrijke huisjes in Antofagasta herinnerden me eraan dat ik me in Chili bevind. Een ander kenmerk van dit land is het vlees, dat steeds in grotere porties op je bord verschijnt naarmate je meer zuidelijk gaat. Met nog een aantal vruchtensapjes als nagerecht bracht ik de stand van de vochtopname die dag op 10 liter.

Om de volgende 400 km naar Chañaral te overbruggen, had ik de keuze tussen de "Panamerican Highway Road Number 5" die in een grote boog door de woestijn trekt zonder ook maar één dorpje aan te doen, of een zanderig alternatief. Zoals je weet, ben ik tamelijk fobisch voor de Panamericana en de grindweg had als voordeel dat je onderweg het dorpje Paposo en het stadje Taltal tegenkomt om de waterflessen bij te vullen. Op het eerste traject van 200 km grävel voelde ik me helemaal opgenomen door de woestijn, geen razende 10-tonners, enkel stilte, alleen jezelf deel uitmakend van het eeuwige zand.

Het was een magisch moment vanop bijna 2000 meter hoge zandheuvels verrast te worden met een zicht op de "Pacific". Tijdens het dalen werd de visgeur alsmaar sterker en in het dorpje had ik de fiets nog niet tegen de muur geplaats of een vriendelijk vrouwtje had al een schotel met het gebakken streekgerecht met reusachtige graten klaartstaan, vers uit de zee. Toen ik met een tandenborstel het zand uit de ketting begon te prutsen, kwam haar echtgenoot me spontaan helpen met zijn grote keerborstel. De tent werd deze keer op het strand opgesteld, met een ganse nacht het geluid van bulderende golven als gevolg.

Naar het havenstadje werd het lekker cruisen op en neer langs de kustlijn met pinguins en dan weer 2 dagen de woestijn in voor het laatste gedeelte. M'n dagje noodzakelijke rust in Chañaral begon 's morgens met een leude bons op de deur. Het oude mannetje wilde weten wat m'n plannen voor vandaag zijn. Het werd een ochtendlijke interculturele uitwisseling over Allerheiligen en Allerzielen in België en Chili. Op het strand vond ik weer wat rust.

Chau, Dominik.

 

Top

 

VERSLAG 13 ANDESREIS 11/10/2002

AVONTUUR MET EEN VLEUGJE ZOUT.

Aan de rand van "Salar de Uyuni" werd het een beetje wit voor de ogen. We richtten het kompas op de omliggende vulkanen. Westwaarts moest ergens een eiland liggen, waar we water konden tanken. Hierdoor was het voorlopig voldoende om 5 liter vocht te transporteren. Na enkele kilometers over de witte zoutvlakte moest ik spontaan aan Dixie Dansercour denken. Een Antarctica-gevoel bekroop me en de immense uitgestrektheid van het pure landschap maakte een diepe indruk. Spijtig van de jeepsporen, maar die maakten het oriënteren wel iets eenvoudiger. In het midden van de leegte wilden we kamperen. Zonder de tip van een andere reiziger om te tent met nagels te verankeren, had dit onmogelijk geweest. Met de piolet ramde ik de spijkers in het harde oppervlak. Genietend van de avondportie (extra gezouten) spaghetti en een ontroerend mooie zonsondergang, haalde Francois zijn sterrenkaart boven. Je kan je geen mooiere plaats inbeelden om de hemel te bewonderen, vooral als je weet dat iemand in Perú ook sterrenkijkt... Zolang de salar niet onder water staat, rijdt die als een asfalt. We kwamen dus tamelijk vroeg bij het rotsige eiland. Tussen de reusachtige kaktussen verscheen Don Alfredo met zijn boek waarin fietsreizigers van over de hele wereld hun impressies mochten neerpennen. Moeilijk te verwoorden zoiets uniek. Verschillende malen reden we zover van elkaar dat Francois slechts een stipje op een groot blad leek. Wanneer we naast elkaar reden, legden we songtexten op het stuur en leerden die van buiten. Geen steentje of paaltje dat ons hinderde. Aan de overkant was het echter gedaan met zingen. Slingerend van de ene naar de andere kant van de stofferige weg groeven we ons telkens in. Soms was duwen de enige oplossing. In het dorpje Colcha K spoelden we het invretende zout van de fietsen en besproken het vervolg van de route. Het kookvuurtje van Francois was door de onzuivere brandstof verstopt geraakt. Hij kon het reinigen met wat remvloeistof dat hij van een 4 x 4 aftapte en klaar was kees, ik bedoel de Zwitser. Nu was de beslissing gevallen. Hij wilde naar de Lagunas meer zuidelijk in Bolivia en ik wilde naar de grens met Chili. De bergen hebben me al veel offers gevraagd, maar deze vulkaan kon ik niet zomaar links laten liggen. Enkele soldaten lieten ons in hun bunkers in Chiguana overnachten. Voor ons afscheidsfeestje konden we water putten uit de tankers naast het treinspoor. De volgende splitsing koos ieder zijn eigen Camino... Al snel stond ik aan de grens waar meteen m'n banden ontsmet werden. De Chilenen hebben namelijk schrik dat de ziekten van Bolivia hun fruit en vee zouden besmetten. De fietstassen werden doorsnuffeld, maar ik moest de duane met honger achterlaten. Met een nieuwe stempel in m'n paspoort begaf ik me naar m'n doel. In Ollaguë kocht ik proviand en filterde 8 liter water voor de volgende dagen. 4000 meter is niet hoog voor een basiskamp, maar het was onmogelijk het al het gewicht hogerop de vulkaan Aucanquilcha te krijgen. De weg leek meer op een droge rivierbedding. Met een rokende vulkaan op de achtergrond mijmerde ik over de taktiek om de fiets zo hoog mogelijk op de berg te krijgen. De Alpiene stijl leek me het best: lichtgewicht en snel. Ik eindigde de dag met wat gesleutel aan de fiets, die werd omgetoverd tot een kale mountain-bike, nieuwe remblokjes, banden wat platter en vering op soft. Nog voor het eerste licht zat ik in het zadel. De lagen kleding verdwenen één voor één in de rugzak en tegen het middaguur kon ik op 5300 meter m'n blikje tonijn openen. Nadien merkte ik de vervaldatum op: 25/04/2001. Ach, ik had voldoende toiletpapier bij en was reeds half euforisch over de nieuwe wending die zich aankondigde voor het hoogteproject. Geleidelijk leidde de weg naar de oude , hoge mijnen me naar stratosfeische hoogten. De fiets moest regelmatig op de schouder om rotsblokken of sneeuwvelden te omzeilen. Het was vechten om voldoende zuurstof te happen en ik begon me af te vragen wat ik hier zat te doen. Dankzij de gedachte dat met dit project straatkinderen in Calcutta nu geholpen worden, bleef ik doorgaan. Het werd een lange dag en om het kort te zeggen: gefixeerd op de hoogtemeter van Basecamp zag ik het getal 6005 meter verschijnen en ben meteen omgedraaid. Omringd door een knalrode avondgloed bolde ik in een stofwolk tot de tent en viel uitgeput op de matras. Ik at de overschot van de havermoutpap van 's morgens en sliep tot de zon me wakker maakte. Nu is het hoogteproject volledig afgerond, hoger zal ik nooit fietsen. Bij m'n aankomst in Belgie (februari volgend jaar) zal ik nagaan wie het dichts bij de 6005 heeft geschat en zal de 10 winnaars een foto opsturen. Op weg naar de stad Calama passeerde ik een mijnwerkersdorpje, waar ik m'n honger wat wilde stillen. Ik vroeg 5 broodjes, zoals m'n die altijd in Bolivia en Peru verkocht en kreeg prompt 5 grote Chileense broden en 2 blikjes vis in m'n handen. Als ik God om bescherming vroeg, was het goed. Ik dacht al dat ik deze menu van ergens kende. De vis was snel verwerkt en bij een militaire controle kreeg ik nog wat water. Op water en brood (een ander wereldberoemd gerecht) vervolgde ik m'n weg met een strakke wind op kop. Rond de vijven zat er niets anders op dan weer een kampementje op te stellen. De aanwakkerende wind wilde daar echter een stokje voorsteken en toen de tent bijna recht stond, werd ze prompt weggeblazen. Ik belandde enkele meter verder, hangend aan het zijl en heb serieus moeten worstelen om het geval weer aan de grond te krijgen. Ik moet bekennen dat ik met enige schrik de nacht tegemoet ging. 's Morgens een zonsovergoten, stil vulkaanlandschap alsof er niets gebeurd was. In 2 dagen fietsen langs onderandere een meer met roze flamingo's en een mijnveld, bereikte ik de eerste douche sinds een week. Het vulkanisch steengruis krijg ik maar niet van m'n huid en waar ik ook ga zitten, het is telkens even pijnlijk. Het is welletjes geweest.

Top

 

VERSLAG 12 ANDESREIS 2/10/2002 SUPER CLIMB, EXTREME DOWNHILL

We passeerden de Boliviaanse grens zonder al te veel gerommel en bolden tot Copacabana. Vanuit dit gezellig toeristenoordje ging het in één ruk naar La Paz. De hele voormiddag uitzicht over het gigantische Titicacameer en 's namiddags tegen 40 per uur over de Altiplano chezen. De shitterende Cordillera Real lag op de achtergrond te pronken. Aangekomen in de hoogste hoofdstad ter wereld, ben ik meteen begonnen met de voorbereidingen voor een klim naar één van die mooie bergtoppen. Het viel wel een beetje tegen om de stad opnieuw te verlaten. Ze ligt namelijk in een diepe put, en in heel de stad is er geen enkel vlak straatje te vinden. Proestend en sputterend bereikte ik op de fiets de voet van de Huayna Potosí, een 6000-der die onder een dik wolkendeken lag te slapen. Op 4750 m stelde ik m'n basiskampje op. De hagel werd tijdens de nacht enkel maar heviger en 's morgens was alles mistig en witgesneeuwd. Het was duidelijk dat ik de toppoging op m'n buik kon schrijven, maar geen getreur, ik had een slechtweer-programma op de stafkaarten uitgestippeld. Het iets minder hoge alternatief was de Chacaltaya, een Skiberg waar jeeps tot een hut op 5300 m rijden. Je raadt het al: waar een jeep geraakt, moet fietsen ook mogelijk zijn. Meteen een gelegenheid om m'n Koga kennis te laten maken met nieuwe hoogten, en om andere sponsors voor het hoogteproject gelukkig te maken. Ik was maar al te blij met de achterband met traktorprofiel die ik voor een appel en een ei op de markt in Peru had gevonden. Met de dure semi-slicks van Belgie moet je niet proberen door de sneeuw naar een berghut te rijden. Aangekomen op de zogeheten "cima del mundo", wilde ik eerst te voet de kam verder volgen tot het topje van de Chacaltaya (5400m) alvorens weer neer te dalen tot La Paz. Bij deze was ook in het derde land van de reis een berg beklommen. Terug downtown hield ik me bezig met het doorsturen van Belgische steun naar het project REMAR in Peru, een klein feestje voor het 100-dagen-onderweg-zijn en het uitwisselen van ervaringen met andere fietsers. Een bijzonder koppel was wel de Fransman en de Belgische die de wereld rondfietsen met hun 4-jarige zoon. Hij reist mee in een karretje achter de fiets en spreekt al een aardig mondje Spaans. Hij maakt tekeningen met vriendjes over de hele aardbol, maar vraagt zich soms wel af waarom ze elke dag verhuizen. Waar een wil is, is een weg (www.robinstory.com).

Elke fietser weet dat er nabij de Boliviaanse hoofdstad een bergpas van 4700 m ligt met de naam LA CUMBRE. Vandaar daalt een beruchte weg naar Coroico in de jungle tot 1300 m. Hij heeft de slechte reputatie de gevaarlijkste weg ter wereld te zijn en is de droom van elke bergfietser. Om deze extreme downhill toch te kunnen verantwoorden sloot ik mee aan bij een groep met 2 gidsen, huurde een full-suspension mountain-bike en stortte naar beneden. Van hooggebergte door het wolkendek naar het oerwoud. Van kop tot teen onder de blub belandden we in de tropen, bevend van de drenaline en genietend van al die natuurpracht. Zoals in het liedje van Noir Désir: "Je n'ai pas peur de la route, faudra voir, feut qu'on y goûte...". Genoeg avontuur in Noord-Bolivia, op naar het zuiden. "Le vent nous portera" zongen we, met de wind in de rug over het asfalt naar Oruro. Verder richting Uyuni was het echter gedaan met zingen. Het asfalt werd zand en het zand werd wat mul en het fiesten werd wat moeilijk. Slingerend van links naar rechts baanden we ons een weg door het verlaten Far West landschap. Eten was er nauwelijks te vinden in de spookdorpjes en de nachten in open veld werden geleidelijk kouder. Ook de fietsen hadden te lijden onder de onhergzame streek. Nooit hoorde ik zoveel Franse scheldwoorden als de laatste week. M'n kompaan moest afrekenen met 2 snakebites (in de achterband), een op hol geslagen fietscomputertje en een dubbele breuk van z'n bagagedrager. Ik kwam er met een gescheurde achterband vanaf. Enfin, tamelijk gehavend zochten we ons een hostalletje in Uyuni. Hier ligt een reusachtig zoutmeer dat we morgen op de fiets willen oversteken. We discussieren nog over hoeveel water en voedsel we moeten laden om de overkant te bereiken. U leest het wellicht in het volgende verslag.

Chau, Dominik.

Top

verslag 11 12/9/2002
WEINIG GEFIETST, VEEL BEZOCHT.

 

Het centrum van Arequipa was met z'n aangename klimaat en mooie plaza's een ideale plaats om wat te recupereren na de beklimming van de Chachani. Op een van die gezellige pleintjes sprak een jonge enthousiasteling me aan om het project REMAR te steunen. Ze helpen verlaten kinderen, alleenstaande zwangere vrouwen, verslaafden, mishandelden... grote problemen in dit land die me niet koud laten. 5 minuutjes later stond ik met dezelfde kerel midden in de buitenwijken van Arequipa, net iets minder aantrekkelijk dan de kern van de "ciudad blanca". Langs bouwvallige huisjes en steile straatjes kwamen we bij het eenvoudige gebouw waar een aantal ex-verslaafden materialen zoals plastiek en glas recycleren om o.a. een bron van inkomsten te hebben voor het project. De Peruaanse directeur informeerde dat de rest van donaties komt en leidde me naar de triestige kamertjes waar de weeskinderen opgevangen worden. Tenslotte bezochten we de "openbare refter", waar maaltijden voor iedereen geserveerd werden, ook voor straatkinderen die verder buiten het project leven. Het is frappant om van zo dichtbij de duistere zijde van Peru te beleven, vooral wanneer je beseft dat je met enige steun daar zelf wat aan kan veranderen. Ik heb dan ook besloten om de giften die vrienden me toevertouwen aan dit doel te besteden. Opnieuw in Cuzco kon m'n fietsmaat me toch overtuigen om de toerist te gaan uithangen op de Machu Picchu. Het is inderdaad een wonderbaarlijke, mysterieuze Inka-stad in een verbluffend groen decor van spitse bergpieken. Om de drukte enigszins te vermijden had ik me voorgenomen me als eerste bezoeker van de dag aan te melden. De vorige dag had ik de veel te dure trein tot Aguas Calientes genomen. Na een nachtje regen verliet ik om 4.00 uur de Urubamba-vallei en wandelde over het Inka-pad naar de ruines. Op de oneindige trappen liet m'n hoofdlamp me tot 2 maal toe in de steek. Vermits de "Petzl" slechts 1 reservelampje heeft, stond ik daar plots oog in oog met de zwarte jungle-nacht. Dan maar op de tast naar boven. In de overweldigende site slalomde ik tussen allerlei stenen met veel betekenis naar de berg die je op de achtergrond van elke postkaart kan bewonderen. Op het toppeke van de Huayna Picchu voelde ik me als een condor die de hele omgeving kan aanschouwen. Ik zag de hordes blanken toestromen en zocht m'n weg terug naar beneden. Nu begrijp ik wel waarom iedereen dit wil zien. Ook in de nabije omgeving van Cuzco zijn er heel wat bezienswaardigheden die de moeite waard zijn. Het stadje en z'n inwoners zijn bijzonder charmant, een goede plaats om wat reserves op te slaan voor komende obstakels. Bijgevolg vreselijk moeilijk om verder te trekken op het moment dat je weer een sociaal leven uit de grond gestampt hebt. Met een stapel herinneringen in ons hoofd fietsten we 4 dagen over de Altiplano naar Puno. Over het gladde asfaltje hadden we niet te klagen, maar de wind en de regenbuien lieten ons weer een beetje afzien. Net voor de pas vonden we onderdak in een onderzoekscentrum voor llamas met als aangename verrassing een heus natuurlijk warmwaterbad. In Pucara kwamen we daarentegen in een stal van een slaapkamer terecht. bedjes van 1 meter 70 (pijnlijk als je meer dan 15 cm groter bent) en lakentjes van bloemzakken. De geur van het NOOIT-onderhouden toilet steeg door de krakende, onstabiele vloerplanken naar boven. Een snelle blik op het besmeurde binnenplaatsje met vuile kookpotten en rondslingerende stukken vlees vol insekten leerde ons dat we best elders ons avondmaal zochten als we niet al te veel dat leuke WC-tje wilden bezoeken. In tamelijk gezonde toestand settelden we ons in het iets confortabelere Puno. Hier trokken we een dag uit voor het legendarische Titicaca-meer. Een bootttocht over dit hoogst bevaarbare meer ter wereld bracht ons naar de drijvende UROS-eilanden, volledig uit riet, evenals de huizen en de vissersboten van de mensen die er permanent leven. Iets uniek dat we niet wilden missen. Morgen trappen we naar de grens met Bolivia, het land waar ik het meest naar uitgekeken heb en dat ongetwijfeld pittige hindernissen in petto heeft.
Adios Perú. Groeten, Dominik.

dominik11.JPG (84114 bytes)
dominik119.JPG (80253 bytes)
dominik18.JPG (95996 bytes)
dominik63.JPG (304215 bytes)
dominik513.JPG (278321 bytes)
dominik21.JPG (54869 bytes)
dominik45.JPG (292338 bytes)
dominik213.JPG (43981 bytes)
dominik620.JPG (225001 bytes)

Top

 

ANDESREIS VAN BLACK-OUT TOT WHITE-OUT.

Verder trekkend vanuit het gezellige Ayacucho kregen we weer onverharde wegen voor de wielen. Het is steeds zoeken naar de "perfecte lijn". Daarmee bedoel ik niet m'n gewicht en ook niet of ik me nog op het rechte pad begeef. Het is het continu zoeken van de beste plaats op het wegdek om je fiets niet perte-total te rijden. Die perfecte lijn ligt dikwijls op het 10 cm-brede randje van de "pista" en in de buitenbochten. Meestal slinger je dus van links naar rechts (zoals alle verkeer) om materiaal en achterwerk toch een beetje te sparen. Na een aantal dagen in "the middle of nowhere" met als meest luxueuze slaapplaats de vloer van een gemeentehuisje (voor de bureau van de burgemeester) reden we in volle vaart naar het volgende stadje Andahuaylas. Ik hoorde een aanhoudend getoeter achter me en week dus van de perfecte lijn af om in "rechte lijn" verder dalwaarts te knotsen. De Peruanen gebruiken meer hun klakson dan hun pinkers en remmen samen, maar deze begon toch een beetje op de zenuwen te werken. Wat later bleek de auto die ons met moeite voorbijstak een politiewagen te zijn. Ik stopte, maar de achtervolging werd verdergezet om ook Francois in te halen. Hij fietst meestal een paar haarspelden verder over dit soort wegen. De ambtenaren vroegen ditmaal niet naar ons rijbewijs, maar het was hun taak om elke vreemdeling te registreren om bijvoorbeeld bij een verkeersongeval te weten hoeveel blanken erbij betrokken zijn. Toen herinnerde ik me zoiets gelezen te hebben in de "Footprint". De rit verder naar Abancay ontaardde in een echte race: we kwamen terecht in een wedstrijd van mototaxis. Dit zijn driewielige motors die normaal in hun zeteltje achteraan mensen vervoeren, maar eens per jaar meten zij wie het snelst over de bergwegen kan scheuren. Oortstopjes waren welkom geweest. Wat eet je zoal onderweg? Wel, het verbruik ligt tamelijk hoog. Het budget voor eten is dan ook het enige waarop een fiester niet al te zuinig is. Er zijn dagen dat we overleven op "Pura Galletas", koekjes tot je ze niet meer kan ruiken. Die met de naam "Black-out" komen wel eens goed van pas. Dikwijls stoppen we in een van de vele goedkope restaurantjes voor rijst en kip, de dagelijkse kost voor Peru. In die eethuisjes mag je niet vies zijn van een zwijntje dat tussen de tafels wordt geduwd of een stel andere zwijntjes dat hun problemen ligt te verdrinken. Op de achtergrond of recht in je oor schalt immer het ritme van de samba (tss-tseke-tss...). Op een keer werd ons gevraagd waar we vandaan kwamen, niets abnormaal, maar wel verbazend als je uit diezelfde boksen groetjes hoort afroepen aan de Zwitserse en Belgische fiesters. Op zoek naar de oorsprong van deze stem kwamen we terecht in in klein houten kotje, waar een enthousiasteling met een deken over zijn benen en een stapel cassetjes het dorp en omgeving van muziek voorziet. De electriciteit viel uit en het was gedaan met de pret. De ontgoochelde kerel zei dat het gemiddeld 2 á 3 maal per avond gebeurde. Alvorens in Cuzco te arriveren, moest mijn achterband het zonodig met een luide knal begeven. Onder een snikhete zon haald in m'n reserve-onderdelen boven terwijl de muggen me langs alle kanten aanvielen. M'n compagnon zag ik 10 bochten lager zoeken naar "de perfecte lijn". Zo gaat dat op die monsterafdalingen. De Machu Picchu trekt zoveel toeristen dat het straatbeeld in Cuzco overwegend blank is. Ik heb echter geen recht van klagen, want door mezelf is het er nog één meer. Toch voelde ik me hier niet thuis en besloot om me meteen naar de volgende uitdaging te begeven. El Chachani, een prachtige witte vulkaan met 6075 hoogtemeters, zichtbaar vanop zowat elke straathoek van Arequipa samen met zijn bekende kleine broer El Misti. Op de fiets zou dit voor mij een te grote omweg betekenen, en daarom nam ik de zijweg naar Arequipa per bus om later terug te keren naar Cuzco om verder te fietsen. De busrit was uiterst onaangenaam: 10 uur met de benen in de nek en je ziet niets. Het enige wat ik zag was m'n eigen ontbijt dat na het eerste uur terug aan de oppervlakte kwam. De zijgevel van het voertuig is er niet fraaier op geworden. Het volgende obstakel bleek het vervoer naar de berg. Ik begon de fiets al flink te missen. Na een dag rondvragen heb ik maar gewoon de openbare bus tot een afgelegen politiepost genomen en heb vandaaruit de hele expeditie te voet verdergezet. Met 7.5 liter water in de zwaarbeladen rugzak begaf ik me door de dorre pampa naar de berg. Met een goede kaart van een vriendelijke berggids en heel wat informatie van de bergreddingsdienst zette ik er stevig de pas in. Ik had me bij hen laten registreren en als ik me op afgesproken dag en uur niet zou aanmelden, zouden ze me komen zoeken. Een mooie veiligheidsmaatregel, met als gevolg dat je niet mag treuzelen. Aan de voet van de witte reus kookte ik een eerste deel van m'n kilo spaghetti. In de ijzige koude kreeg ik het even heel warm toen m'n vuurtje aanvankelijk weigerde te werken door de onzuivere kerosine. De volgende dag klom ik over steungruis en door diepe sneeuw verder naar 5600 meter. Ik wist weer waarvoor ik heel de tijd piolet en stijgijzers meesleur. Het werd een avontuurlijke nacht op de besneeuwde col. Ik had alleszins m'n handen vol met het verankeren van de tent en het smelten van sneeuw voor drinkwater. In het schijnsel van de volle maan pakte ik m'n rugzak voor een top-aanval. Alles verliep vlekkeloos tot een dichte mist kwam opzetten en sneeuwvlokken in m'n gezicht waaiden. Verschillended keren moest ik wachten tot de "White-out" verdween en ik weer een hand voor m'n ogen kon zien. Voor de laatste helling zat ik wat muesli te peuzelen tot ik zicht kreeg op de top. Na uitputtende 9 uur klimmen stond ik omstreeks 13.00 uur tussen de 3 topkruisjes te snakken naar adem. Yes,de 6000 gehaald. Nu nog veilig en op tijd beneden geraken. In één ruk naar 4000 meter, een laatste nachtje onder de ogen van de overwonnen berg en dan nog een vreselijk lange dag stappen tot de stadsrand van Arequipa. Daar dacht ik aan niets anders dan eten en slapen. "one thing less to do in life" kan ik mezelf nu geruststellen.

Top

 

11/08/2002 NAAR 5000 METER

"To be on the bike is to be alive". Zo voelden we ons tijdens de poging om nog wat hoger te fietsen. Vol enthousiasme begon ik er met m'n Zwitserse compañero aan vanuit Huancavelica. M'n fietske dacht er anders over: woedend aanschouwde ik de breuk in de voorste bagagedrager. Dit is nu eenmaal "part of the game", en met wat improvisatie is de boel blijkbaar goed te fixeren. We reden verder naar een van hoogst bewoonde hoogvlaktes ter wereld. Het is ongelooflijk hoe deze mensen op 4500 m overleven. Een pasgeboren hondje brengen ze naar de lagergelegen stad omdat het hier te koud is. De kinderen in de draagdoek op de rug van de spinnende vrouw gaan overal mee naartoe en groeien zo op in de harde wereld. Een nachtje in de tent op 4700 m liet ons voelen hoe guur en koud het er kan zijn. Na een paar tassen Coca-thee zochten we onze weg verder naar de hemel tot een bordje ons duidelijk maakte dat we ons doel bereikt hadden. 5059 m sobre el nivel del mar, best een fotootje waard, vonden we. Met stoere kreten begonnen we aan de afdaling. De kuddes lama's keken alsof we gek waren, ze begrepen blijkbaar niet goed wat we hier kwamen doen. Voor ons waren de talrijke diepblauwe bergmeren een voor een mooie beloningen voor al het klimwerk. We dachten dezelfde dag Ayacucho nog te halen, maar hebben nog 2 nachten zelf moeten koken en ons zien warm te houden alvorens eindelijk van een douchke te kunnen genieten. In een van de dorpjes onderweg waren we op zoek naar water, toen ik een tent, ingericht als gezondheidspost ontdekte. Hier kwam ik te weten wat het leven hier in werkelijkheid betekent. De meeste kinderen hebben een ontsteking van de luchtwegen door de koude en de hoogte en problemen van de ingewanden zijn shering en inslag door de parasieten in het drinkwater.
Veel werk aan de winkel dus

 

VERSLAG 8 ANDESREIS 05/08/2002 HUANCAYO
OVER DE CORDILLERA BLANCA

Tijdens een krakend onweer probeer ik vanuit Huancayo het verslag van de laatste week door te sturen. Zelf zonder donderslagen heb je hier regelmatig electriciteitspannes, heb ik al ondervonden na bijna 2 maanden reizen.

Zoals ik me had voorgenomen, reed ik de morgend van 25 juli gepakt en gezakt door het centrum van Huaráz. Slalommend tussen de menigte vroeg ik een aantal "locals" wat ze vandaag weer gingen vieren. "Je gaat toch niet vertrekken nu de fiesta del patria begint!", kreeg ik te horen. Het was
best een toffe plek daar aan de voet van de Huascaran, en ik ben er dus een paar dagen blijven plakken als je begrijpt wat ik bedoel.
Gecharmeerd en gehydradeerd trok ik zondag toch de bergen in. Eerst gezapig verder door de vallei van Hualash om dan over een "dirtroad" de hoogte in te klimmen richting de Pastoruri-gletsjer. Via een schitterend bergmeer reed ik het Nationaal Park binnen. De witte bergreuzen kwamen steeds dichterbij en dat werd dan ook het decor van een nachtje kamperen. Laverend tussen de schapen vervolgde ik door de ochtendkoude m'n weg naar de Huarapasca. Sneller dan ik verwachtte arriveerde ik hijgend bij het bordje met de hoogte van 4800 m. Mensen die hopen op een nieuw hoogterecord zullen nu zuchten want het is exequo met de vorige keer. Dat deed ik ook, terwijl ik me in afdaalpositie op m'n fiets plaatste. Ze zouden op dat bordje beter schrijven: "The best is yet to come". Het
dalen was immers van korte duur en volgens m'n hoogtemeter was ik boven de hoogte van de vorige pas aan 't stijgen. De weg slingerde verder rond gigantische bergen en onder overhangende gletsjers. Aangekomen op een punt waar ik links zicht had op half de Cordillera Blanca en rechts de Cordillera
Huashuash, gaf de Suunto 4865m aan. Het eerstvolgende dorpje waar ik door stuifde, was compleet leeg. De ganse bevolking had zich rond een heus stierengevecht geschaard. Wat lager raasde
ik voorbij een boerderijtje, waar een campesino z'n eigen stier stond uit te dagen met z'n zakdoek. Hij wilde persé dat ik een foto nam en zo was ik getuige hoe het beestje de broek van de man z'n lijf scheurde om vervolgens de horens in zijn kruis te planten en hem in de lucht te tillen. Ik vrees
dat hij een toontje lager (of hoger) zal zingen wanneer hij terug nuchter is. De 2 dagen daarop ging het up en down over wegen met een laag van 10 cm stof. In dat stof zat een lelijk stuk glas verborgen, wat een me een ijskoude nacht in een dorpje op 4000m opleverde. Gezellig als je 's morgens als eerste job je band mag plakken met bevrozen vingers. Aangezien de tent onder het kerktorentje stond, heeft heel het dorp kunnen zien hoe dat moet.
's Namiddags liep ik alweer te bakken in de zon. In Huánuco stuitte ik toevallig op 3 andere fietsers, waarvan de Zwitser maso menos dezelfde plannen koestert als de mijne. De triatleet is sindsdien tof gezelschap. Hij vertrok in San Francisco en is onderweg z'n fiets kwijtgespeeld. Nu rijdt hij op een Mexicaanse tweewieler, wat hem wel eens problemen oplevert. Eén van de putten in de weg kon hij niet meer ontwijken, met een "flat" en 3 gebroken spaken als gevolg. In 1 dag reden we naar Cerro de Pasco, 140 km verder en 2400 m hoger. Na aankomst vlogen we in de plaatselijke lekkernijen zoals de overzoete Manjar Blanco. Het honingachtige goedje is nu steevast aanwezig in de fietstas. Zo ook over de Altiplano en de Centrale vallei van Peru. We hebben de volledige dag boven de 4000 m gereden. Naar 't schijnt waren we net een weekje te laat om de jaarlijkse marathon mee te maken. Op deze altiplano liggen 2 steden net 42 km van elkaar. Ik voel me een watje als ik het parcours met dat van vorig jaar in Rotterdam vergelijk. Aangezien het tamelijk vlak was, schoten we goed op en kunnen wat op adem komen in een rustige Patio in Huancayo. Een aangename afwisseling na een reeks van vieze hostalletjes. Nu bereiden we ons voor om over de hoogste weg van Peru naar Cusco te trekken.
chau, Dominik.
dominikvanhoeydonck@hotmail.com

Top

VERSLAG 6 ANDESREIS 24/07/2002 LANGE DAGEN

 

Voorbij de pas van 3050 m ten westen van Cajamarca daalt een gladde asfaltweg tot op zeeniveau. Dat had als gevolg dat de dagafstanden wat groter werden. Met meer dan 200 km op 1 dag (namelijk 201) had ik een nieuw recordje voor deze reis neergezet. Langs de kust kon ik verder profiteren van het lichtlopende wegdek. De tegenwind maakte het rijden op de Carreterra Panamericana tot een hel. Ik was snel uitgekeken op het woestijnlandschap rond Trujillo en besloot het over een andere boeg te gooien. Het loze vissertje bij wie ik verbleef raadde me echter af om over het strand verder te fietsen. Opkomend tij, rotsen, riviern en boefjes waren enkele van de obstakels die hij opnoemde. Dan maar verder over die snelweg, die wel iets heeft van de "autoroute du soleil". Ter hoogte van het plaatsje Chao wilde ik de Panamericana eindelijk vaarwel zeggen, de heimwee naar de bergen werd te groot. Op dat moment komt uit de zoveelste fatamorgana een Zweed te voorschijn die razend enthousiast was over de weg die hij nam. Hij overtuigde me om voor de Cañon del Pato te kiezen om de Andes terug in te rijden. Het kostte me 2 keer 12 uur daglicht om door deze ruwe ravijn de vallei van Huaraz te bereiken. In Caraz vulde ik m'n rustdag met het rondcrossen over van de zwarte Bergen om zoveel mogelijk van de witte Bergen te kunnen zien. Maar van hieruit was het zicht op de Cordillera Blanca maar mager. Ik besloot om rechtsomkeer te maken, het werd immers al laat en ik wilde niet weer dat oude ventje uit z'n bed zetten om in m'n kamer te kunnen. Ik keek een laatste maal naar de horizon en kreeg toch nog een zonsondergang van een ontroerende kleurenpracht cadeau. Verder door de vallei crusend, kon ik meer en meer genieten van de prachtige witte toppen zoals de Huascaran. Ik zou zo graag de mooiste berg ter wereld gaan opzoeken, maar heb andere plannen. De Alpamayo zal niet gaan lopen, denk ik maar terwijl ik het centrum van Huaraz binnenbol. Het toeristische bergstadje viert uitgerekend vandaag zijn verjaardag. Het werd weer een avondje folklore tot en met. Maar voor mij niet al te veel deze keer. Er liggen namelijk een paar hoge bergpassen in 't verschiet...

 

VERSLAG 6 ANDESREIS HOGE PASSEN, DIEPE DALEN

Die toffe fietsemaker in Jaen liet me niet ongemerkt vertrekken. Hij trommelde de fotograaf van het stadje op, zijn dochter nam een overuurtje terug en pas na een verplicht ererondje op de "Plaza de Armas" begeleidde hij me op z'n ratelend koersfietske naar de stadsrand. Als je denkt dat dit wat overdreven is, kan ik je nog iets vertellen over het avondje in Celendin. Toen ik na herhaaldelijk "No te vas!" vanwege m'n Peruaanse vrienden meedeelde dat een fietsreiziger z'n dagen nodig heeft om z'n kilometertjes te malen, kwamen prompt de tranen te voorschijn. We hadden ons inderdaad uitbundig, doch op een zedige manier geamuseerd tijdens de Fiesta van Virgen del Carmen. Dansen op nationale volksliederen van de fanfare tot m'n knieen pijn deden, om maar te zwijgen van m'n pinkske. Die stevige (ditmaal ongehuwde) meiden kunnen serieus in je hand knijpen en met een verstuikte vinger van het voetballen met de straatkinderen is dat geen lachertje. Met een heus vuurwerk op de achtergrond zaten we laat op de avond rond onze gitarist nog passionele liedjes te kwelen.
Tussen deze 2 oases van vriendschap heb ik een volledige week kunnen mountain-biken in een spectaculair landschap. Een eerste Canyon verkende ik door 2 dagen langs de rivier te rijden. Ter hoogte van de ruines van Kuelap kwam ik na een week in Peru de eerste "gringo" tegen. Voor het bezoeken van deze site uit een tijdperk waarin er van Inka's nog geen sprake was, wilde ik ook wel een dagje uittrekken. Zo'n bouwwerk staat natuurlijk op de top van een berg, meer dan 1000 m hoger. Vroeg uit de veren dus, als je daar te voet naartoe wil. Samen met een man vergezeld door zijn vrouw op een ezeltje begaf ik me bij het eerste licht naar het bergpad. Ik probeerde hen bij te houden om eventueel de geboorte van Jezus te kunnen meemaken. Dit lukte me niet omdat een eerste diarrhee-episode zich aankondigde. Af en toe wegduiken tussen de cactussen is niet bevorderlijk voor het tempo. Maar maak je niet ongerust; door het onvermijdelijke Peru-dieet van rijst en bananen was ik er snel vanaf.
Boven op die berg kon ik ongestoord rondhuppelen tussen de architectonische overblijfselen, overwoekerd door een half regenwoud, waarin meer vogeltjes rondfladderen dan er toeristen rondsnuffelen. Volgens de boekskes werden hier meer stenen gebruikt dan voor het bouwen van de grootste pyramide in Egypte. Nu ik toch het archeologische pad was ingeslagen, kon een museumpje er ook wel bij. Ditmaal op de fiets puffend tot boven Leymebamba. Daar kwam ik oog in oog te staan met de enige Zuid-Amerikanen tot nu toe die me niet vroegen waar ik vandaan kom en hoeveel mijn fiets kost. Gans in m'n eentje stond ik me te vergapen op een 400-tal mummies. De rest van de dag was het klimmen tot het donker werd. In een mistig en zompig landschap pootte ik uitgehongerd het tentje neer. Vanavond geen rijst maar een eigen potje spaghetti, met veel groenten, want dat lusten de Peruanen niet zo graag. Een beetje verderop lag een afdaling te wachten om je vingers van af te likken. Ditmaal dwars door de Canyon. 1600 m bollen, spetsend door miezerige weilanden en een beboste zone om uiteindelijk nog 2 uur in het stof te bijten. Helmpje op en gaan, rem- en bochtwerk tot je er duizelig van wordt, of tot het volgende dorentje zich in m'n band boort.
Onder een laag stof en smeer haalde ik heelhuids de vallei van Rio Marañon. Een paradijs voor de liefhebber van mango's en pinda's, maar verder weinig te beleven. De politie was blij dat er eens iets in het dorpje gebeurde, zo bleek uit hun uitnodiging om bij hen te komen douchen. Goed voorzien van de plaatselijke lekkernijen heb ik toch nog een dag nodig gehad om de dorre vallei weer te verlaten. Knal omhoog. Ik heb er geen andere woorden voor. Voor deze ene klim moest ik m'n ketting tot 3 maal toe smeren. Alles zit gewoonweg onder het stof. Het lukte me net niet om in 1 dag van Celendin naar Cajamarca te racen. Die fiesta van de avond voordien zal er wel voor iets tussen zitten. Op een soort van Goudgele Altiplano genoot ik van de stilte en de nachtrust alvorens lagergelegen oorden op te zoeken.
groeten, Dominik
dominikvanhoeydonck@hotmail.com

Top

Verslag 5 Andesreis (08/07/2002) OP EEN VLOT OVER DE GRENS

Met een week vol bangelijke bergritten heb ik de eerste maand van deze reis afgesloten. Er waren verschillende mogelijkheden om Ecuador te verlaten. Omdat de kuststreek rond Piura wel eens onveilig blijkt te zijn, koos ik voor de rustigere grensovergang in het gebergte, geopend sinds 2000. De hoogtestage van de afgelopen week begon zijn vruchten af te werpen. Mede dankzij drank- en snoepbevoorrading door enthousiaste supporters had ik zelfs een topdag van 140 km en 2 passen van 3500 m. In Saraguro waande ik me even in kabouterland. Het volk dat in deze streek woont heeft namelijk de traditie om zich te kleden met een zwarte kniebroek, poncho en hoedje, waardoor ze met hun klein gestalte wel iets van dwergjes hebben. Spijtig genoeg was communicatie niet hun sterkste kant. Voorbij Loja veranderde dit echter snel met de hoogte. Via een downhill over een zandpaadje door een adembenemende vallei van 40 km lang kwam ik weer in een andere klimaat terecht. Ook de rustpauzes gingen meer de tropische toer op. Onder een snikhete zon kunnen een paar bananen met een glaasje sap van suikerriet wonderen doen. En de gastvrijheid kende weer geen grenzen. Ik zag het voetbalveldje nabij het dorpje Yangana wel zitten als kampeerplaats, maar de geburen vonden het leuker als ik op hun erfje kwam overnachten, of onder het afdakje, dan moet je de tent niet opstellen, of binnen, daar is minder stof, of in het bed van de grootouders...
Het werd een gezellig avondje met de hele familie, die m'n kookvuurtje op het randje van het magische vond. Ik had hen verteld over de Belgische frieten en wat stond er de volgende ochtend voor m'n neus; waarachtig een bord torenhoog opgestapelde "papas fritas" zoals dat hier heet. Op de vraag of de koffie van eigen teelt was, kreeg ik een hele rondleiding door hun velden als antwoord. Van de passievruchten en de limoenen via de geneeskrachtige kruiden naar de plantages waar koffie, maniok, bananebomen en suikerriet rijkelijk groeiden. rijst hadden ze niet, maar verder richting Peru wel. Oh ja, Peru, daar wilde ik naartoe. Graag had ik ingegaan op de vraag om boven in de bergen mee een watertank te bouwen, maar ik had nog wat kilometers naar de grens af te haspelen. Het werd nog een vermoeiende tocht (met een zware maag) door de bergjungle, met een afdaling van een halve dag als compensatie. Met gloeiend hete velgen kwam ik tot stilstand voor een brede rivier. Men was hier juist een vracht papaya's van een houten vlot op olietonnen aan 't laden, het zelfde vaartuig waarmee ik wiebelend met heel m'n hebben en houden naar de overkant mocht. Veilig en wel op Peruaanse bodem moest ik bij de duanepost een bewijs van m'n voertuig voorleggen. Na wat tegenspruttelen vond ik niets beter dan het garantiebewijs van m'n fiets op te diepen, waarop de duanier gretig zijn handtekenening en stempels begon te zetten. Als ik beloofde om niet 's nachts te fietsen, mocht ik zonder problemen verder reizen. Ploegend door diepe moddersporen reed ik verder landinwaarts. Het werd weer een zware dag; af en toe draaide het achterwiel niet meer door de opgehoopte aarde tussen de band en de remmenblokken, die na 1 maand reeds aan vervanging toe zijn. Toen ik even uitblazend onder een boompje een appeltje zat te schillen, wist 1 van de 20 bewonderaars te vertellen dat er in hun dorp een wielrenner woonde. Wat later stond daar inderdaad een man met fietsbenen om U tegen te zeggen. De plaatselijk wielerheld, zo bleek. Als ik tot de volgende dag in zijn huis verbleef, zou hij meefietsen tot de stad Jaén. Eerst konden we wat gaan zwemmen in de rivier en zelfgebakken tortilla's eten. Zo geschiedde, en de volgende middag stonden we badend in het zweet voor de winkel van de fietsemaker van m'n eerste stadje van betekenis in Peru. Handig om wat extra kettingolie en remblokken op te slaan. Toevallig kookt zijn moeder als geen ander en is zijn (getrouwde)zus tevens verpleegkundige in het lokale gezondheidscentrum. Vandaag kreeg ik er een rondleiding en het was er verbazend goed georganiseerd. Modderplassen voor de deur en het wassen van gebruikte handschoenen zijn er wel dagelijkse realiteit en de ziekte Dengue schijnt een groot probleem te zijn. Ondertussen krijgt de fiets een grote onderhoudsbeurt en verheug ik me erop om verder Peru in te trekken.

 

(FIETSEND DOOR DE ANDES (DEEL 4)

Met eten voor 4 dagen in de fietstassen ben ik naar de CHIMBORAZO getrokken. in de verte zag ik deze prachtige witte bergreus van 6310 meter hoog reeds liggen. Langzaam stijgend reed ik het gebied van de Quechua-Indianen binnen. In hun kleurrijke poncho's en rokken werken ze op akkertjes die tegen de 4000 m hoge hellingen liggen. Het lijkt een wat teruggetrokken volk, dus laat ik voorlopig het fototoestel even zitten. In ditlappendeken van velden en weiden pootte ik m'n tentje neer.
Veel Indianen werken nog met paarden en ezels. Er zijn ook enkelen die Zich per mountain-bike verplaatsen, suizend naar beneden met hun vrouw of kind achterop. Anderen proberen met een jeep de hellingen te trotseren, wat wel eens tot "Camel Trophy"-taferelen leidt. Ik kon het natuurlijk weer niet laten om mee te duwen.

Hoe hoger ik kwam, hoe kaler het rondom mij werd. Het geel-bruine Landschap deed me denken aan de foto's het Tibetaans hoogplateau. De wind had hier vrij spel en dat was goed te merken. Ik kwam terecht in een heuse zandstorm. Soms kon ik niet verder fietsen als er zo'n zandwolk op me afkwam. Een pijnlijke zaak is het als je door de zon verbrandde huid gezandstraald wordt. Vanuit de berm keken enkele lama-achtige dieren (vicunas) me niet begrijpend aan.

In de late namiddag draaide ik de zandweg op richting het "BASE CAMP" van De hoogste berg van Ecuador. De passagiers van enkele jeeps gaapten me aan Met een blik van: "wat doet die hier op z'n fiets?" Wel, ik was volop bezig m'n hoogterecord te verbreken. Aangekomen aan de hut werd het vastgelegd op 4800 m.

Trots zette ik m'n fiets tegen een rots op deze hoogte van de Mont Blanc, waar ik 2 nachten verbleef. Te voet ging ik wat hoger de flanken op om de berg wat te verkennen. Toen ik terugkwam zag ik m'n fiets niet meer staan. Van de 3 tjechische klimmers die er in hun tentje de wind trotseerden, vernam ik dat de man in de berghut het beter vond om de fiets binnen te zetten. Zo vond ik m'n stalen ros terug voor de open haard. Rond het uur, of liever rond de fiets bepraken we route en tactieken om de berg morgen te lijf te gaan.

Om 4u30 speelde ik de overschot van de spaghetti van gisteren naar binnen En vertrok na nog eens een liter thee naar de sneeuwgrens. Gehuld in elke vezel gore-tex die ik bezit, bond ik samen met de Duitser m'n stijgijzers aan m'n bergschoenen. De route was goed te vinden en ons orienterend op "El Castillo" ,een opvallende rotsformatie, vonden we de kleine couloir die het grootste obstakel vormde.

Stap na stap werkte ik me door sneeuw en ijs naar boven. Soms liepen er sporen over een sneeuwbrug. Gelukkig vond ik telkens een weg rondom de gletsjerkloof, om zo veilig hogerop te klimmen. Een slopende bezigheid, maar naast kortademigheid ondervond ik verder geen last van de hoogte. Het volledige bruine landschap dat ik de vorige 2 dagen doorfietste, lag nu onder m'n voeten.

De hoogtemeter vertelde me dat ik me op 5900 meter bevond. Ik had zo graag verder naar de top willen klimmen, of de kaap van de 6000 m gehaald, maar de berg dacht daar anders over. Ik keek in een gigantische kloof die zonder touw niet te overbruggen was. Ik kon maar 1 ding doen: terug afdalen. Jammer, maar het was er beeldmooi tussen al die ijsformaties en ik was Toch tevreden over de bereikte hoogte.

Eigenlijk wilde ik diezelde middag met de fiets al beginnen afdalen. Ik kwam aan de hut echter een Duits koppel tegen die dezelfde Andes-plannen als mij hadden op de motor. Het werd te laat om nog verder te gaan. Hierdoor kon ik de toppoging van de tjechen volgen, de volgende ochtend. Zij kwamen terecht in een vreselijke storm, waardoor 1 van hen besloot Terug te keren, de anderen wilden verder naar de top...

Slalommend keerde ik per fiets terug naar lager gelegen oorden. Uiteindelijk kwam ik op de Carretera Panamericana terecht. De grote weg Door Zuid-Amerika die ik zo vreesde, viel nog goed mee. Tamelijk rustig en Links en rechts sprookjesachtige uitzichten over het heuvelend landbouwgebied. Enkele kinderen die me tegenhielden lieten me van het suikerriet proeven.

Via Cajabamba en Alausi reed ik nu volop zuidwaarts. Ik heb namelijk nog een paar landen voor de boeg. Op weg naar Chunchi werd de bergweg opnieuw zeer ruig en kon ik m'n vooropgestelde doel niet bereiken. Het werd weer een nacht in de tent, in het tuinje van een vriendelijke papa, de fiets mocht in het kippenhok.

Ten westen van Cañar bezocht ik de best bewaarde Inka-ruines van Ecuador.

Dan volgt er weer een dag van mailen, wassen en... vanavond is het hier Fiesta. Morgen begin ik aan het zuidelijke deel van Ecuador: via Cuenca En Loja naar de grens met Peru.

Top

FIETSEND DOOR DE ANDES... (deel 3)

De tweede week van m'n reis zette ik in met een laatste afdaling tot de Rio Napo. Deze stroom mondt uit in de Amazone-rivier en de hoogte is hier nog maar 500 m. Dat laat zich vooral voelen aan de stijgende temperaturen. Eenmaal de hangbrug overgestoken, draaide ik de keienweg op en stuiterde verder op de rechteroever. Wanneer ik door de dorpjes fietste liepen de kinderen mee en vroegen waar ik naartoe reed. Mijn doel was om zover mogelijk de "real jungle" binnen te dringen.

Elke kilometer bracht me dichter bij dit doel: het woud werd steeds donkerder, hier en daar fladderde een lichtblauwe vlinder en de aapjes vlogen over m'n hoofd. De huizen in de nederzettingen staan allemaal op palen. Zal wel voor 't water zijn, dacht ik terwijl ik nog eens op m'n horloge keek. De barometer was weer serieus aan 't dalen en jawel, 2 minuten later werden de hemelsluizen weer geopend. Ik had al ondervonden dat bij deze hitte gore-tex geen enkele zin had, maar toch zocht ik een droger plekje op onder zo'n immens grote boom met mega-wortels. Om de tijd wat te doden begon ik wat te zingen, of moet ik zeggen roepen, want ik hoorde amper mezelf onder het oorverdovende getokkel.

Badend door de plassen vervolgde ik een half uur later m'n weg tot in San Pedro. Van hieruit wilde ik naar het zuiden via de Rio Arajuno om zo eventueel door te steken naar Puyo. De stafkaarten die ik in Quito voor 2 dollar op de kop had getikt, kwamen me goed van pas. Onderweg was ik een Indiaan tegengekomen die met een blank meisje getrouwd was. Zoals zij me hadden gezegd, kon je van hieruit naar het zuiden, maar de fiets kon niet meer mee.

Een groepje mannen was hier net een kano aan't inladen om naar hun dorp terug te keren. Ze vonden het geen probleem om me erbij te nemen. We zouden vertrekken als het wat minder regende, dan over een half uurtje, dan nog eens over een half uurtje... Ik had met andere woorden tijd genoeg om wat kennis te maken met de andere wachtenden.
Na 3 volle uren met hen gekeuveld te hebben, was ik al heel wat over deze Indianen te weten gekomen en zei een van hen: " Te invito en mi casa". Dit is de kans van m'n leven, dacht ik terwijl ik het nodige vanuit m'n fietstassen in m'n rugzak stopte om de nacht bij deze familie door te brengen.
Glijdend over het goudgele water voelde ik me als in een droom. Laverend tussen stroomversnellingen aanschouwde ik de wilde omgeving. Wat zou ik de komende uren nog allemaal te zien krijgen?
Enkele buien later werden de vrouw en ik op de oever gedropt en verdween de kano. Vanuit de 2 houten paalhutjes kwam een hele groep kinderen toegestormt. Ik maakte een grapje met het popje zonder kop dat een van hen bijhad en droeg de bagage mee naar boven waardoor het vetrouwen al snel gewonnen was.
In het gammele, open huisje brandde een open vuur en lag de grootmoeder met haar papegaai te loeren vanuit haar hangmat. Eerst hielp ik met het schillen van aardappelen, dan wilden de kinderen weten of ik even goed met hun katapult overweg kon als hen. In schemerlicht aten we de aardappelen en maniok met de blikjes vis die ik had meegebracht. Bij kaarslicht maakten we nog wat rekensommetjes en rond 20 uur werd me de plaats gewezen waar ik mocht slapen. Nu wist ik dat ik niet voor niets al een paar weken Lariam slik. De planken waren hard en het duurde even voor de kleinste me gerust liet, maar als je moe bent, slaap je overal. Tijdens het ontbijt van gebakken bananen en maniok kwam eigenlijk pas de ontnuchtering van deze droom. Het drong tot me door hoe armzalig deze familie leeft in deze vochtige, wilde wereld. De kinderen waren de rivier overgestoken om naar school te gaan, wanneer de vrouw begon uit te leggen dat ze cataract had, dat haar moeder tandpijn en rheuma had, dat het kindje van haar zus een hazelipje heeft en dat haar broer een huidziekte heeft. Zonder geld kon ze hier niets aan doen. Aan haar hand had ik een ontstoken wonde ontdekt, wat haar duidelijk hinderde tijdens het werken. Aan haar enkels had ze tevens een lelijke huidinfectie. Zonder geld kon ze hier niets aan doen en de pijnstillers en zalfjes die ik bijhad zijn maar een tijdelijke oplossing. Naast een ruime vergoeding voor hun gastvrijheid, liet ik ook wat financiêle steun achter van iemand in Belgie die me dat voor deze omstandigheden had toegestopt.
Onder het gehuil van de kleinste dochter begon ik aan de terugtocht. Ik volgde de mankende vrouw (pijnlijke heup) door de tunnel van groen geweld. Het pad was een en al modder waarin ik tot m'n enkels wegzakte. Ze wees me het graf van haar vader. Ik keek opzij en schoof uit. Na een tijdje wist ik niet meer of ik het gehuil hoorde of het geroep van een tropische vogel. Wat ik wel weet is dat mijn motivatie om na deze reis tropische geneeskunde te studeren nu nog eens zo groot is. Het pad ging steil omhoog, om dan weer naar beneden te glibberen en via een boomstam een riviertje over te steken. M'n voeten waren 2 slijkklompen en tot m'n middel zat ik nu al onder de modder. Zonder 2 wandelstokken had dat waarschijnlijk tot m'n neus geweest. Buiten een soort mier met klauwen en een spin die uit de lucht viel had ik gelukkig niet veel last van andere beesten. In afscheid nemen ben ik nooit ne straffe geweest, maar deze keer was het echt wel rottig. Nog diep onder de indruk waste ik 3 uur later alles wat ik aanhad in de rivier, filterde nog wat water om al het zweet dat van m'n gezicht gegutst was te compenseren, en haalde m'n fiets uit het stalletje in San Pedro.
Voor me uitstarend hobbelde ik terug van waar ik gisteren gekomen was. Vervolgens bracht een kano me met fiets en al naar de overkant van de Rio Napo, waar ik in Misahualli een rieten lodge vond en de ervaringen kon neerschrijven in m'n dagboek.
M'n volgende opdracht was om weer uit dit Amazonebekken te fietsen. Dit kostte me 3 dagen van hard labeur via Puyo, Baños tot Ambato. Wie wil weten wat convectieregens zijn, moet maar eens aan deze kant van de Andes komen kijken. Een aantal leuke ontmoetingen hielden de sfeer er echter wel in.
Tijdens een korte rustpauze stak de Coca-Cola-camion me weer voorbij. Ik was hem wat eerder al gekruist toen hij lekke band had. Hij stopte en alsof we vrienden in de strijd waren, reikte hij een fles Cola aan. Daarna ging weer ieder zijn eigen weg om de putten te trotseren.
25 kilometer verder zat ik nog wat van m'n flesje cola te nippen toen een jeep naast me stopte. Op 1,2,3 stond er een hele cameraploeg voor m'n wielen. Ik moest voor een documentaire over toerisme in Ecuador zeggen hoe mooi ik dit land vond. Op een voorwaarde, zei ik, als je de beelden ook naar Belgie stuurt. Nog een fotootje met de bevallige assistente en "on the road again". De volgende dag moest ik weer vroeg uit de veren. Ik had namelijk m'n slaapzak uitgerold in een schooltje en de nieuwsgierige kinderen stonden al rond te huppelen. Langs en onder watervalletjes klom de weg verder naar Baños. "You will love this ride" hadden enkele bustoeristen me gezegd. Vanuit een zeteltje is het hier misschien wel paradijslijk, dacht ik terwijl ik het water uit m'n schoenen kapte en op zoek ging naar m'n warme trui. Ik wilde ze snel mogelijk terug boven op de Andes staan. Ziezo, weer aangekomen in drogere regionen. Het werd tijd, want m'n handdoek is gestikt en ik heb een hele dag met blote voeten in m'n botinnen gefietst omdat ik geen droge kousen meer had. In Ambato heb ik met al m'n kaarten en informatie in de Footprint en klimboekje uitgevist dat ik het pompje voor de brander best in Quito kan gaan zoeken. Ja, inderdaad daar ben ik vertrokken, vandaar dat ik na enig getwijfel toch opteerde voor een busrit over de CARETERRA PANAMERICANA. Dan kon ik de Vulkaan Cotopaxi toch nog zien, want daar was ik met dit Amazone-avontuur in een grote boog rondgereden. Ondertussen heb ik, zo gelukkig als een kind, dat verdomde MSR-onderdeel gevonden en acclimatiseer nog een beetje voor een aanval op nieuwe hoogterecords. De Chimborazo, Ecuadors hoogste, zal het decor voor de volgende dagen worden...

Top

De voorbije 3 dagen heb ik 10 km gefietst. De rest was zwoegen en ploeteren. Ik vond geen goede brandstof voor het kookvuurtje en besloot dan maar om aan de andere kant van de bergpas benzine te tanken.
Daardoor moest ik een kilo minder naar 4064 m sleuren.
Eindelijk zat ik in de bergen. Langs alle kanten rezen de groene hellingen van de Andes op. Ik moest wel regelmatig de kant in duiken om die grote Amerikaanse trucks te ontwijken. Die brengen al het materiaal aan voor een
nieuwe oliepijpleiding over de papallacta-pas. Op 3900 m heb ik m'n tentje opgesteld. Na broodmaaltijd met confituur uit een zakje ging ik een frisse nacht tegemoet 's Morgens ontdekte ik vanuit de tent dat er wat hogerop een beetje verse sneeuw gevallen was.

In de vroege ochtend werkt ik de laatste meters van dit eerste record af. warmpjes ingepakt met zo'n Andes-muts met lange oren en daarop een helm suisde ik naar beneden. Tussen de wolken kwam het topje van een prachtige
vulkaan piepen. Veel tijd om rond te kijken was me echter niet gegund. Het asfalt had plaatsgemaakt voor een ruwe keienweg. Ik stuiterde verder richting "ORIENTE", het oerwoud-gedeelte van Ecuador. Wat men met regenwoud bedoelt, werd meteen duidelijk. De stortbuien maakten de weg tot een modderpoel, de omgeving werd groener met de minuut en zelfs de gezichten van de mensen veranderderden naargelang ik daalde. Van het Andesvolk naar de
Amazone-indianen. Ik hoopte te kunnen overnachten in een "biologisch centrum". Blanken zullen elkaar wel helpen, dacht ik, maar het huisje boven op een heuvel in de jungle was volgens hen vol. Ga maar verder vlinders tellen, dacht ik, en haalde wat verder de tent boven.
Ik sliep in onder luid getokkel van de regen en werd wakker tussen het getjirp en gefluit. Bij de eerste stap naar buiten stond ik 10cm diep in het water. Na een kleine check-up contateerde ik dat de bouten van de voordrager losgekomen waren en dat de hele fiets en zowat alles dat ik bijhad onder het slijk zat. Slingerend tussen de wolken ging het verder naar beneden. Ik kreeg terugasfalt voor de wielen, hoewel de grote keien die erin verwerkt zijn de weg niet confortabeler maken. De laatste 10 km kon ik weer rustig bollen tot in TENA.
In dit junglestadje kom ik een dagje op adem. Van de hangmat naar de wasdraad, naar het internetcafeetje, wat gaan eten met 2 Amerikaanse ontwikkelingshelpsters en terug naar de hangmat. Zalig, tot ik ontdekte dat de pomp van m'n kookvuur niet meer in de bagage zit. Tijdens die ruwe afdaling was een deel van de bagage losgekomen... Voorlopig is dit nog geen ramp. Maar ik zal toch een oplossing moeten zoeken.
groeten, Doimnik.


Top

verslag 1 Andesreis

STA OP IN HET MIDDEN VAN DE AARDE, ONDER DE MOOISTE ZON VAN DE WERELD. Op m'n sleffers stond ik voor de universiteit van Quito, nog niet goed beseffend dat de tekst op dit gebouw pure realiteit is.

Nieuwsgierigheid had me bij het eerste ochtendgloren uit m'n bed gelokt. Ik zocht me een weg naar buiten tussen al de bagage en de fiets. Die had Ik de vorige avond reeds uit z'n doos bevrijd en gemonteerd. Het leek me Immers beter om niet meteen in het donker deze onbekende stad te verkennen.

Nu zag ik in de straten tientallen van die versleten taxi's racen, zoals Dat ene busje dat me tegen 100 km/u door het cenrum van de luchthaven naar het opgegeven adres bracht. Ik zag tientallen van die lachende Ecuadoriaantjes, zoals er de eerste dag na een half uur in het vliegtuig eentje op m’n schoot zat. De man uit het Amazonewoud met wie ik de vorige avond een babbel maakte had gelijk; in deze kleurrijke stad is er veel te beleven.

Onder de brandende zon zocht ik m'n weg door de drukte, ik wilde immers nog wat noodzakelijke informatie bijeen sprokkelen. Ik ging langs bij de SOUTH AMERICAN EXPLORERS CLUB, die me aan een aantal adressen hielp.

In het MILITAIR GEOGRAFISCH INSTITUUT vond ik de stafkaarten die ik wilde meenemen voor afgelegen gebieden. Aan de andere kant van de hoofdstad stond ik na lang zoeken voor de wolkenkrabber waarin de Belgische Ambassade zetelt. In perfect Vlaams liet ik me hier registreren. De ambassadeur wilde me het verhaal van de mosterd-truc niet onthouden. Ik moest namelijk opletten voor kerels die "toevallig" mosterd op je broek morsen. Ze willen dan heel vriendelijk je kledij schoonmaken, terwijl ze je tegelijk even vriendelijk bestelen.

Tenslotte wilde ik de "Biking Dutchman" aan de tand voelen. Hij heeft van zijn hobby zijn beroep gemaakt. In deze stad vol smog heeft de kuchende kees een reisbureautje voor mountain-bike tochten. Hij vond het ontzettend leuk om me te overladen met een eindeloze opsomming van tips.

Vandaag wilde ik m'n eerste kilometers fietsen. Een dikke 20 kilometer ten noorden van Quito ligt de geogafische evenaar. De tropische bui kon me niet tegenhouden om dit acclimatizatie-tochtje heen en terug te maken.
Toen ik met het voorste wiel van de druipende fiets op de lijn van de evenaar stopte, hoorde ik een sissend geluid. Hier, pal op breedtgraad 0 moest ik constateren dat platte band nummer 1 een feit is. Na 2 dagen op 2800 m in de vallei van Quito zal ik zo dadelijk alle bagage op de fiets laden om morgen via een 4064 m hoge bergpas uit dit hectisch dal te ontsnappen. Andiamos...

groeten, Dominik.

 

 

FIETSEND DOOR DE ANDES... OF HOE STRAATKINDEREN IN CALCUTTA KUNNEN GEHOLPEN WORDEN.

 

Vanaf kinderen kunnen fietsen zonder “zijwieltjes” gaat er een nieuwe wereld voor hen open.

Zo was dit in mijn geval met het kleine rode fietsje met dikke witte ballonbandjes op vakantie in de Ardennen. Er waren duidelijke afspraken gemaakt tot waar ik mocht fietsen, maar verderop lag een uitdagende helling die veel steiler was dan alle andere...

Sinds die dag loop, en vooral fiets ik rond met een fameus litteken op mijn kin. Het merkteken van een levenswijze waarin de fiets, de bergen en vreemde landen de rode draad vormen.

Ondertussen verbergen de Ardeense heuvels allang geen geheimen meer en werden tevens de Vogezen en het Zwarte Woud grondig uitgekamd. Met het intreden van de volwassenheid werd het fietsen meer grensoverschrijdend. Met een goede vriend werd de pelgrimstocht van thuisuit naar Santiago de Compostella ondernomen. Verschillende fietsreizen in Oostenrijk, Duitsland, Italië, Zwitserland en Frankrijk lieten me de vele mooie kanten van de Alpen zien. Andere kantjes van de Alpen kreeg ik tussendoor te zien tijdens wandel- en klimtochten met piolet en rugzak. Uiteindelijk werden beiden gecombineerd tijdens een tocht van 0 tot 4000m: fietsend van de Middellandse Zee over de hoogste weg van Europa naar de Gran Paradiso-berg, met daaropvolgend de beklimming van deze alpenreus. Tijdens een “winter-expeditie” moesten de Mont Ventoux en Andorra eraan geloven.

Een buitenlandse stage tijdens m’n opleiding Verpleegkunde bracht me in Calcutta. Daar lukte het om de arme Indiërs zelf achterop de zetel van hun fietsrikshaw te laten plaatsnemen, waardoor ik wel kon trappen. Enkele jaren later kwam ik na wat een klim- en trekwerk in Nepal (tot 5500 m) terecht in de Indiase Himalaya. Daar besteedde ik meer tijd aan het zoeken naar een mountain-bike die nog niet “total-loss” gereden was dan aan het eigenlijke fietswerk. Na 8 uur gepiep en geknars kreeg ik dat wrak toch op 3978 m hoogte tussen de wapperende gebedsvlaggen van de bergpas Rohtang La. Tijdens de afdaling met een 50-tal haarspeldbochten had ik meermaals een déjà-vu van m’n allereerste downhill op dat rode kinderfietsje.

Zonder extra littekens zit ik nu midden in de voorbereiding van de ultieme bergrit. Het plan om door India, Pakistan en Tibet te fietsen heb ik vanaf 11 september in de diepvries opgeborgen.

8 maanden door het Andesgebergte bollen wordt de vervulling van een droom die allang bovenaan m’n lijstje prijkt. Jammer genoeg valt Colombië uit de ketting van de Andeslanden omdat ik op tijd én levend wens terug te keren.

Fietsen van de Evenaar tot de meest zuidelijke stad ter wereld in Vuurland vormt een stevige uitdaging. Maar het heeft geen zin meer om de passie te onderdrukken. Vanaf juni 2002 tot februari 2003 zullen de strepen op de Latijns-Amerikaanse landkaart langzaam ingetekend worden door echte landschappen.

Vertrekkend in de Ecuadoriaanse hoofdstad Quito gaat de route zuidwaarts over een avenue van slapende en minder-slapende vulkanen. Stijgijzers en piolet krijgen ook hun plaatsje op de fiets. De Cotopaxi of Chimborazo mogen dus een eventueel bezoek verwachten. Een afdaling naar het Amazonewoud is niet uitgesloten, men krijgt immers niet elke dag de kans om in het grootste bos ter wereld te gaan loeren.

Eenmaal over de Peruaanse grens hoop ik al goed in het ritme te zitten. Het aanbod van hoge bergpassen en diepe valleien is er immers groot. Tijdens een trekking zal de kans op kennismaking met de lokale bevolking misschien nog vergroten.


Wanneer ik daar zonder al te grote brokken vanaf kom, wil ik langs het Titicacameer Bolivië binnenrijden. Als ik na 100-den kilometers over de altiplano nog niet geaclimatiseerd ben, zal het wellicht nooit gebeuren. Via Salar de Uyuni, waar het zout op de patatten niet zal ontbreken, kan ik dan het volgende land binnenglippen.

De Atacama-woestijn is waarschijnlijk niet de aangenaamste plaats om kennis te maken met Chili, maar vormt wel een extra uitdaging.

Als tegen die tijd de Argentijnse financiële put niet al te diep is, en de mijne ook niet, zit er nog wel een doorsteek over de Andes in. Eenmaal Amerika’s hoogste (de Aconcagua) in zicht, is Santiago de Chili niet meer ver af .

Rest me op dat moment nog voldoende tijd en energie, zal ik met man en macht ten strijde trekken tegen de legendarische wind van Pataganië. Als die me toelaat om tot in Ushuaïa te fietsen, zal ik als een gelukkig man naar het Belgische basiskamp terugkeren.

Ik zou echter mijn beroep niet waardig zijn, moest ik deze reis niet koppelen aan een goed doel. De uitdaging om mijn persoonlijke hoogterecord te verbreken, is tevens een wat originele manier om geld in te zamelen voor het project W.I.N. (Women In Need). Wie in het donker leeft, ziet men niet. Daarom wil dit ontwikkelingsproject vrouwen en kinderen uit de sloppenwijken van Calcutta (India) medische hulp bieden. Zoals hoger vermeld, heb ik er stage gedaan, en wil ik me voor de straatkinderen blijven inzetten.

Op de fietsreis- en info beurs van de organisatie “De Wereldfietser” hebben vele bezoekers het project gesteund, waardoor zij konden meedoen aan een prijsvraag. Op een blaadje kond geïnteresseerden de hoogte invullen die ik volgens hen in het Andesgebergte zal bereiken met de fiets. Wie bij de 10 beste antwoorden behoort, zal een foto van een straatkind toegestuurd krijgen. Dankzij al deze sympatisanten gaat er nu meer dan 400 Euro aan financiële steun naar de straatkinderen van Calcutta. Bedankt voor het meewerken aan dit succes!!

Hoe kunnen U en ik nu in godsnaam weten tot welke hoogte ik zal fietsen? Wel, BASE CAMP heeft gezorgd voor een nauwkeurige hoogtemeter en U zal op deze website geregeld verslag kunnen lezen over de hoogtes (en de dieptes) van fietsen door de Andes.

 

Groeten Dominik
dominikvanhoeydonck@hotmail.com


Top