Hier een kleine update van ons
project in Port Sudan
Vanaf maandag steunen we actief de consultaties in het
ziekenhuis. Dat wil zeggen dat het ziekenhuis zo
gerorganiseerd is dat het onderzoeken van de patienten
op een vlotte manier kan verlopen en dat het
doktersbezoek en de behandeling gratis zijn.
Concreet houdt dat in een verbetering van de registratie,
een systeem met ticketjes, en een gloednieuwe apotheek
in het ziekenhuis. Vorige week heb ik dan alle
dokters en verpleegkundigen bijles gegeven over de
belangrijkste ziektes en de medicatie die MSF voorziet.
(klik de beelden voor uitvergroting
Het loopt nu vrij vlot en na 4 dagen heben we
al 378 consultaties gedaan.
1) Eerste foto: TRAINING
Tijdens de trainingsweek voor de dokters en
verpleegkundigen. Zonder de Assistent-Tolk is dat
onmogelijk. Probeer maar eens te lezen wat er op
het bord staat.
2) Tweede foto: RECEPTIE
De eerste patient die we behandelen. Het is een
hele stap voor de vrouwen om hun huisje te verlaten en
naar het ziekenhuis te komen.
3) Derde foto: KINDJE
Dit kindje heb ik even op de arm genomen terwijl zijn
zieke moeder onderzicht werd. Ze had nog 2 andere
kindjes bij en had armen te weinig.
4) Vierde foto: DOMI + TITA
Enkele van de leiders in de Beja nomaden-gemeenschap
zijn zeer tevreden met de verbeteringen in het
ziekenhuis. Ze vertellen dat nu de meeste mensen
van de Beja-tribe naar de bergen zijn getrokken omdat
het daar frisser is en omwille van de regens daar.
In september zullen velen terugkeren en dan zal volgens
hun het ziekenhuis te klein zijn...
Voilà, zoals ge ziet gaat het nu een beetje vooruit en
daar ben ik ook heel blij om!
Tot binnenkort
chau, Dominik
Top
ANDESVERSLAG 20 20/02/2003 EEN AVONTUURLIJK EINDE.
Het volgende doel tijdens het laatste
deel van deze reis lag ietsje te ver om met de fiets te
bereiken. De eindeloos lange busrit bracht me van Mendoza
naar Paraguay voor een blitsbezoek aan m'n tante die daar
woont en werkt. Alvorens dit land binnen te sukkelen langs
de vreselijk drukke vriendschapsbrug, wilde ik een kijkje
gaan nemen naar de wondermooie watervallen van Iguazu. Dit
natuurwonder ligt op het drielandenpunt
Argentinië-Paraguay-Brazilië, en is zo groot dat je
minstens een hele dag nodig hebt om het neerstortende water
te bewonderen. Ik liep een Canadees tegen het lijf en samen
slenterden we in de verlammende hitte over de bruggetjes die
je naar alle hoeken en tot vlakbij de "cataratas"
leiden. Toch zat hij steeds met zijn verrekijker rond te
turen. "Er is hier veel natuurschoon!", mompelde
hij steeds. Na een tijdje had ik door dat hij het over de
andere bezoekers ! had.
In Asuncion vond ik m'n energieke tante, die me de volgende
4 dagen de grootste bezienswaardigheden in de buurt toonde.
Ook gingen we naar enkele Indianendorpen nabij Benjamin
Aceval in het broeierig hete Chaco-gebied. Na 30 jaar
ontwikkelingswerk spreekt zij vloeiend Guarani en babbelde
ze als was het familie met deze vriendelijke natuurmensen
met hun zeer primitieve levenswijze. Vermits ik zelf deze
taal niet spreek, probeerde ik de taal van de sport: het
partijtje volleybal met de kinderen werd een reuzesucces.
Ook voor het drinken van TERERE hoefde ik niet veel woorden
in de mond te nemen. Ik mocht meteen plaatsnemen in het
kringetje om hun traditionele "koude versie van
MATE" te proeven.
De trans-Chaco weg doorheen Paraguay wordt in de reisgidsen
als een van de grote uitdagingen van Zuid-Amerika beschreven.
Tijdens deze 30-uren durende busrit op weg naar vrienden in
Bolivia werd het langzaam duidelijk waarom: Er was amper een
levend wezen te bespeuren en de weg leek meer en meer op een
grote slijkpoel. Schuivend en slingerend werkte de bus zich
uren aan een stuk door de diepe plassen en de rode modder.
Toen we bij een vrachtwagen kwamen die tot z'n assen in de
rode smurrie was weggezakt, sprong de chauffeur vanachter
z'n stuur en begon zonder aarzelen mee te graven. Deze
collegialiteit is de enige garantie om niet weken te blijven
steken in dit slangengebied.
In Bolivia moesten we dan weer een oude weg door de bergen
nemen omdat dankzij hevige regenval de nieuwe route door
landslides was afgesloten. Toch konden we op een gegeven
moment geen meter verder. Dit keer was het een blokkade van
boze cocaboeren. Pas toen we met heel de bus een sommetje
geld hadden verzameld, mochten we verder naar La Paz.
Ik was blij toen ik daar eindelijk de bekende gezichten
terugzag. Om me alvast voor te bereiden op de naderende
terugkeer naar België, gingen we naar de film "El
Senor de los Anillos II" kijken; beter bekend als
"The Lord of the Rings II". Terug op straat bleken
werkelijkheid en fantasie door elkaar te vloeien. Grote
groepen mensen trokken met stokken , stenen en machetten
door de straten. De volgende dag werd het er niet veiliger
op. Ik liet me informeren dat de Boliviaanse regering
belastingen wilde gaan heffen om een economische crisis
zoals in Argentinië te vermijden. Tot nu toe was dit
onbestaande in dit ontwikkelingsland, en vooral de
onderbetaalde politie was ontevreden. Militairen werden
ingezet om hun gewapende tegenstanders te bedaren met als
gevolg dat de geweerschoten door het stadscentrum klonken.
Het ontaardde in een chaos, waarvan vandalen gretig
profiteerden. Winkels en banken! werden geplunderd en in een
mum van tijd werd alles gesloten. Ook de luchthaven was
dicht en mijn vlucht naar Santiago werd afgelast.
Gespannen luisterend naar de pessimistische radioberichten
zaten we al kaartend te wachten op vrede. Gelukkig kon ik de
volgende dag wel op het vliegtuig en begon de race tegen de
klok om de fiets, die nog in Mendoza stond, op tijd in Chili
te krijgen. Het werd nog een nachtelijke taxirit over het
Andesgebergte en terug om alles in orde te krijgen. Tijdens
de 15 uren vliegen naar m'n thuislandje kon ik weer wat op
adem komen. M'n gedachten gingen steeds terug naar de
lachende gezichtjes van de kinderen in het REMAR-project in
La Paz. Een dag voor het geweld uitbrak bezochten we dit
opvangcentrum voor straatkinderen. Het laatste deel van de
financiële steun van Belgische vrienden ging naar deze
Boliviaantjes.
Na 8 maanden stond ik dan weer in Zaventem. Een groot
spandoek rees de lucht in en het was fantastisch om weer in
de familiekring opgenomen te worden. Ik kon beginnen met het
vertellen van verhalen van de reis waarin ik al m'n
gedroomde plannen had kunnen uitvoeren. Dikwijls dankzij de
hulp van de plaatselijke bevolking. Ik ben al die
Zuid-Amerikanen die ik ontmoette dankbaar dat ik hun boeiend
continent mocht leren kennen.
(PS:Hier thuis heb ik de 10 zogenaamde winnaars van het
HOOGTEPROJECT opgezocht en zij zullen één van de mooiste
foto's opgestuurd krijgen.)
Chau, Dominik.
Top
ANDESVERSLAG
19 2/02/2003 NAAR HET DAK VAN DE ANDES.
De hele morgen had ik zitten luisteren
naar de gierende wind en de sneeuwvlagen die de tent van de
Aconcagua wilden blazen. Ik dacht aan de twee tenten die
door het basiskamp vlogen de ochtend voordien. Ik zag
opnieuw de baard vol ijspegels van de bezorgde berggids die
kwam vragen of we geen plaats hadden voor drie zieke
klimmers. Ik had tevergeefs op beter weer zitten wachten en
begon uiteindelijk toch aan de 20-minuten-durende
aankleedpartij.
Het is een ware hel als je naar het toilet moet tijdens een
sneeuwstorm. Maar door het vele drinken om hoogteziekte te
vookomen, was dit om de 2 uur een noodzaak. Van de
gelegenheid gebruikmakend veegde ik telkens een halve meter
sneeuw van het zeil. Gelukkig hadden we gisteren een portage
gedaan, waardoor er in kamp I voldoende voedsel aanwezig was
voor 2 extra dagen wachten.
M'n Mexicaanse teamgenote vond de
voortent de meest geschikte plaats als toilet. Tijdens m'n
fietstocht had ik haar in Patagonia ontmoet, terwijl ze een
reis door Argentinia gidste. Ze had vorig jaar al op het
topje van de Aconcagua gestaan en had goede contacten met de
berggidsen die op dat moment op de flanken opereerden. Zo
vormden we een tweekoppig team met hetzelfde klimschema als
een andere internationale expeditie van 11 personen. Tijdens
het aankopen van het voedsel voor twee weken en het sorteren
van al het klimmateriaal om in 2 grote plastiek tonnen te
verdelen, merkte ik al dat het niet simpel zou zijn om
discuties te vermijden. De 3-dagen durende aanlooptocht gaf
hierop een bevestiging. Het landschap van de vallei de las
Vacas werd steeds maar droger, net zoals de communicatie.
Het ezelspad, bezaaid met stenen, steeg langzaam door de
brede vallei, via de kampen "Pampa de Leñas" en
"Casa de Piedras". De Arrieros of ezelsdrijvers
maakten het 's avond telkens gezellig met een kampvuur. De
derde dag konden we op de rug van hun beestjes de Rio de
Vacas doorwaden, maar bij de volgende rivieroversteek
moesten we zelf de klus klaren. Dat leverde heel wat
hilariteit en natte kleren op.
De rustdag in het basiskamp "Plaza Argentina"
vulde ik met het bouwen van stenen muurtjes rond de tent en
het infiltreren in de grote groep. Vrijwillig boden ze echt
eten (zoals vlees) aan en als dank hielp ik mee met water
aandragen, tenten opstellen en lunchpaketten maken. Ik
voelde me weldra thuis in deze groep en kon zo meeproeven
van het echte expeditiegevoel. Doorheen de penitentes (of
velden van ijstorens) werd een eerste vracht voedsel naar
kamp I gedragen, waarna we opnieuw afdaalden. Dit is tevens
een nuttige bezigheid om te acclimatiseren. Tot hiertoe
verliep alles onder een stralend zonnetje, maar dat
veranderde snel tijdens de eerste nacht in het hoogtekamp.
Daar werden dankzij die storm het sneeuwsmelten en slapen de
voornaamste activiteiten. Pas na 2 dagen begon de barometer
op de horloge te stijgen. Er was weer hoop om verder richtig
Kamp II te stijgen, zij het door een soms heupendiep
sneeuwspoor. Vanuit het tweede hoogtekamp was het panorama
over de witte toppen halucinerend, tenminste voor diegenen
die nog niet geveld waren door hoogteziekte of
bevriezingsverschijnselen. Profiterend van de hoge luchtdruk
mikten we op een toppoging de volgende dag. Door koude,
hoogte, en diepe sneeuw werd de groep snel uitgedund. Toen
de zon aan de horizon verscheen, waren we nog maar met 4,
plus de berggids. We maakten een traversee naar de
normaalroute en bereikten via de plaats "independencia"
de beruchte "Canaleta". Die bleek 2 maal steiler
en 10 maal langer te zijn dan in mijn verbeelding. Het werd
slopend klimwerk met de stijgijzers, maar liever zo dan
zonder sneeuw over de onstabiele rotsen.
We wisten dat we de top zouden halen en 2 uur later stonden
we trots naast het kruis te poseren voor de klassieke foto.
Bij het vooroverbuigen om een mooi steentje voor de
verzameling te zoeken, begon mijn hoofd pijnlijk te bonzen.
De 6954 hoogtemeters lieten zich voelen, het werd tijd om
weer af te dalen. Terug in Kamp II kregen we een warm
onthaal en felicitaties van de andere klimmers. Het was
echter minder leuk om om m'n tentje terug te vinden in een
grote plas smeltwater. Om middernacht werd ik wakker met een
stekendehoofdpijn, die definitief verdween na de een literje
thee. Op de afdaling naar het basiskamp hadden we een
gigantische rugzak mee te sleuren. De zwaarste dag van
allemaal werd de 40 km lange trektocht in 1 maal tot
"Puente del Inca". Bij de aankomst ging ik bijna
van m'n stokje...de Aconcagua had al m'n energie opgeslorpt,
maar heeft in ruil al z'n pracht prijsgegeven. Ik was
uiterst tevreden met deze deal.
Top
 |
ANDESVERSLAG 18 30/01/2003
DE FIETS MOET OPNIEUW IN DE DOOS.
In het Nationaal Park Tierra del Fuego staat een bord:
"Einde Route 3". Al was het onderweg-zijn het
mooiste van alles, toch was ik blij het einddoel bereikt te
hebben. Ushuaia is een tof stadje mat veel herbergjes en
winkeltjes, propvol toeristen. 's Avonds kleurt de lucht
rood boven de besneeuwde bergen en de haven met boten die
naar Antarctica vertrekken.
Zeven maanden geleden begon de reis aan de evenaar, het
zogenaamde "Midden van de wereld". Uiteindelijk
kocht ik in het puntje van Zuid-Amerika de grote
chocolade-crème-taart die ik mezelf beloofd had wanneer ik
het einde van de wereld zou bereiken. Dit viel ook in de
smaak van Italiaanse journalist met wie ik de ferry van
Punta Arenas naar Porvenir op het eiland Vuurland had
genomen.
De laatste 4 dagen fietsten we samen door wind en regen,
mijmerend over de mooie ervaringen: Al die mensen die je een
hand geven of water aanbieden. Al die uitnodigingen om bij
aan te schuiven aan hun tafel, terwijl ze het meestal zelf
niet al te breed hebben. De spontane glimlach van de
kinderen. 12.300 km fascinerende landschappen met
onvergetelijke kleuren. De grote uitdagingen in de Andes
waar ik al jaren van droomde.
Eén van die dromen was de Aconcagua en aan het einde van de
reis zag ik m'n kans om deze berg te beklimmen. Het fietsen
over de bergpassen en de Altiplano bracht me in een
uitstekende conditie en na de ontmoeting met iemand die voor
de tweede maal naar de Aconcagua gaat, dacht ik: "Het
is nu of nooit!". Ik wilde de gelegenheid om ook in
Argentinia nog een top mee te pikken niet laten liggen.
Daarom vloog ik van m'n eindbestemming Ushuaia naar de
nieuwe bestemming Mendoza, aan de voet van de hoogste berg
in de Andes.
Ingesneeuwd in het eerste hoogtekamp vond ik de tijd om dit
verslagje neer te pennen. Het verdere verhaal over de
succesvolle beklimming hebben jullie nog te goed. De
volgende maal zal ik ook vertellen wat ik nog ga uitspoken
alvorens op 16 februari om 11.00 uur Belgie te herontdekken.
Groeten, Dominik.
Top
 |
ANDESVERSLAG 17 3/01/2003
DE WARE AARD VAN PATAGONIA
"Rotsig, droog en permanent geplaagd door de wind en
extreme condities. Elk levend wezen vecht om te overleven..."
Zo wordt de gouden pampa in de reisinformatie beschreven. De
route 40 loopt er dwars doorheen.
Het begom allemaal op lichtlopende asfalt vanuit Esquel.
Regelmatig kon ik me bevoorraden in Tecka en Rio Mayo of bij
aanschuiven aan een Argentijnse BBQ (Asado) langs de weg.
Wat me meer zorgen baarde, was de achtervelg die
verschillende scheurtjes vertoonde. M'n tank op 2 wielen
begon het te begeven. Toen enkele spaken zich bijna geheel
uit de velg trokken, werd het duidelijk dat ik op zoek moest
naar een oplossing. In de grotere stad Comodoro Rivadavia
vond ik de nodige vervangstukken. Het kostte me wel een
zijritje van 300 km met de bus naar de Atlantische kust. Ook
aan de voordrager moest nog wat gesleuteld en gelast worden,
maar dat wordt stilaan traditie.
De tocht langs de eenzame extancia's werd weer verdergezet.
Het zijn telkens lichtpuntjes in een monotoon
steppelandschap. Op de ene plaats was ik getuige van het
scheren van de 3500 schapen, in een andere kon ik
overnachten en de volgende overdonderde me met kaartjes en
adressen van wereldfietsers uit het verleden tijdens een
stevige maaltijd.
Ik kwam steeds minder mensen en meer dieren tegen. Enkele
troepen gaunaco's en struisvogels kruisten de ruwe grindweg
en tussen de stenen merkte ik af en toe een gordeldier op.
Een zijweg van zo'n 45 km zou me bij de "Cueva de las
Manos" brengen. Dit is een mooi overblijfsel van 10.000
jaar oude rotsschilderingen. 60 km vroeger was er een afslag
die enkel 45 km aangaf, dus ik twijfelde niet lang en koos
voor de verkorting. Het zandweggetje over de glooiende
heuvels had echter een verrassing in petto. Plots stond ik
aan de rand van een 150 m diepe canyon, met de beruchte grot
aan de overkant. Ik kon terugrijden en een omweg van 130 km
maken, of trachten deze canyon over de steken. Met alle
bagage op de rug daalde ik het rotspad af, waadde door de
rivier en werkte me met al de ballast naar boven tot het
hutje van de parkwachter aan de overzijde. Op de terugtocht
om de fiets te gaan halen, merkte ik pas het miniscu! le
hangbruggetje over de stroom op. De parkwachter heeft zich
alleszins goed vermaakt en ik mocht toch bij hem kamperen.
Het vervolg van de Ruta 40 werd een echte marteling. Hier
liet Patagonia zijn ware aard zien en blies me constant uit
het spoor, waardoor ik telkens in de losse grävel terecht
kwam. Dag na dag hetzelfde liedje. Het leek een strijd
zonder einde. Na 9 volle dagen over de keienwegen, draaide
ik eindelijk het asfalt op voor de laatste 32 km naar El
Calafate. Het kostte me 4 uur stampen op de trappers in de
kleine versnelling. Reken zelf het gemiddelde maar uit en je
weet meteen wat tegenwind in Patagonia betekent.
Ik was blij even de fiets te kunnen laten voor wat hij is,
en met de rugzak naar het Nationaal Park Los Glaciares te
trekken. Het gure klimaat werd nog een graadje erger en
kloddernat kroop ik in m'n tentje in het basiskamp van de
beroemde berg Fitz Roy. Ook de volgend ochtend leek niet
veel beter. Ik moest me een weg banen door de sneeuw om het
uitzichtpunt te bereiken, maar de rotszuil sliep achter een
wolkengordijn.
Met een omweg naar een ijsval en het basiskamp van de Cerro
Torre daalde ik af naar het dorpje El Chalten. De
sneeuwbuien brachten me al in de kerstsfeer en met enkele
mensen die tevens de bergpaadjes naar beneden volgden,
besloten we samen Kerstmis te vieren. Het werd een eenvoudig
avondje in een refugio met een internationaal gezelschap
rond de haard. Voor ik m'n bed ging opzoeken, kon ik nog net
zien hoe de zonsopgang de rotstorens kleurde.
Een andere niet te missen bezienswaardigheid is de gletsjer
Perito Moreno. Het kraakt en het dondert er wanneer grote
ijsblokken afbreken en met alle geweld in het meer terecht
komen. Een spectakel waar ik bijna een hele dag op getuurd
heb.
Fietsend naar Puerto Natales werd ik opgehouden door een
filmploeg van de Spaanse TV. Ze vroegen me helemaal uit en
filmden me vervolgens langs alle kanten vanuit hun rijdende
jeep.
Het Nationale Park Torres del Paine herbergt natuurschoon
van de bovenste plank. Dus weer de bagage overladen in de
rugzak en te voet naar de kathedralen van rotsen gaan kijken.
De wanden zijn echt imponerend, haast magisch. Ze vormen
bijgevolg een geliefde uitdaging voor klimmers van hoog
niveau. Ik wilde wel eens babbel slagen met deze helden en
zocht hun basiskamp op. Daar waren ze blij dat ik op
oudejaarsavond wijn en chocolade bijhad. De Amerikaan Scott
had zijn knie geblesseerd bij het indragen van 500 kg bagage
met z'n expeditie. Sommigen hadden al 2 weken zitten wachten
op goed weer. Om 11 uur strompelde een Sloveens klimkoppel
het kamp binnen. Ze kwamen terug van een uitputtende klim
naar de noord-top van de noord-toren. Hun gezicht vertelde
alles. Klinkend op hun overwinning gingen we het nieuwe jaar
in. De 2 volgende dagen stapte ik verder door het park langs!
appelblauwzeegroene bergmeren, grillige boomstronken en
allerhande indrukwekkende rotsformaties.
Nu rest me nog het laatse eindje naar Ushuaia af te haspelen
en iedereen een gelukkig nieuwjaar te wensen. Weer een heel
jaar om al die dromen waar te maken!!!
Chau, Dominik.
Top
ANDESVERSLAG 14 22/11/2002
EL NIÑO OP DE HIELEN
|
De voorbije drie weken zijn er heel wat kilometers
voorbijgeschoven. Namelijk een dikke 2000 en het
decor is dag na dag veranderd van omzeggens niets
tot een prachtig paradijs in volle lentebloei. Tot
de omgeving van Santiago de Chile was er niet veel
te beleven. Ketting, tandwielen en achterband waren
duchtig versleten en werden netjes vervangen. Via
Copiapo kwam ik in Vallenar terecht, waar er zowaar
bloemetjes in de woestijn te voorschijn komen.
Tamelijk uniek in de wereld. Zuidelijk van La Serena
begon ik te begrijpen dat het verstandiger was om
meer landinwaarts te rijden om minder wind te
ontmoeten.
|
|
Eerst wilde ik nog een totale zee-ervaring
meemaken, en die heb ik gekregen. In het kustdorpje Horcon
vond ik een onderkomen bij de familie van een gastvrije
visser. Toen de conversatie bij zijn avontuurlijk beroep
kwam, stelde hij voor me een "ochtendje mee uit"
te nemen. Zo gezegd zo gedaan, maar voor mij wel de laatste
keer. Het eerste kwartiertje nadat het houten sloepje door
de paarden van het strand werd getrokken, was best tof.
Vanaf de motor werd stilgelegd, begon het geschommel op de
golven effect te hebben op m'n arme ingewandjes. Mijn
gastheer haalde niet zijn vislijn, maar zijn harpoen en
duikpak boven , trok met een ruk de compressor aan de praat
en verdween overboord met de luchtslang in zijn mond.
Terwijl hij geregeld weer boven water kwam om zijn vangst te
tonen, hing m'n hoofd een halve dag over bakboord, zo ziek
als nen hond.
|
|
Eindelijk hoorde ik "Alegria, la tierra"
roepen. Met wat Chileense wijn en verse kreeft is
het leed vlug vergeten, was de remedie van de
volbloed visser. Van zijn vrouwtje kreeg ik nog een
zakje olijven mee en ik was maar al te blij terug op
m'n vertrouwde fiets te zitten. Vanaf de
toeristische badplaatsen Viña del Mar en Valparaiso
heb ik de Oceaan definitief vaarwel gezegd. Ik kwam
weer helemaal tot leven bij het zien van al die
bloemenpracht langs de wegen, het ruiken van de
koeien in de wei en het horen van het ruisen in de
bomen.
|
Het werd opnieuw aangenaam rijden op de
kleinere wegen die ik hier en daar als alternatief voor de
Ruta 5 vond. Tussendoor maakte ik nog een interessant bezoek
aan een modern Chileens hospitaal in Melipilla. Wat me
echter zorgen baarde, waren de regenbuien die alsmaar
frequenter werden. Nu begrijp ik waarom het fruit hier eens
zo goed smaakt en de tomaten dubbel zo groot zijn. Toch was
er iets vreemd aan de hand. Het is "EL NIÑO" kon
ik links en rechts opvangen. Het is veel erger dan andere
jaren, mompelen ze.
Moegepeddeld en als een verzopen kieken
ging ik in de velden op zoek naar een plekje voor de tent.
In volle afdaling over het slijkpad kwam ik bijna in de
kruiwagen van een boer terecht, die me doorstuurde naar een
houten huisje tegen de volgende helling. Door het bonenveld
volgde ik het glibberige pad tot bij het oude vrouwtje. Ze
fronste even haar wenkbrauwen en toonde me vervolgens haar
kamertje dat vanaf nu helemaal voor mij was.
Terwijl het donker werd, druppelde de
hele familie binnen en het werd een memorabele avond naast
de haard terwijl het potje MATE rondging. Slurpend aan het
pijpje in het straffe thee-mengsel gingen de gesprekken over
het konijnenbestand en dat het toch ongelooflijk was dat de
timmerman van enkele dorpen verder geen varkensvlees wilde
eten.
Met de geur van versgebakken tortillas
werd ik de volgende morgen wakker. Ik kreeg een rondleiding
door de "comunidad indigeno" en begon tegen de
middag m'n tassen in te laden. Er was geen sprake van dat ik
hen zou verlaten zonder middagmaal. De eerst wat
gereserveerde Chilenen begonnen me als een deel van de
famlie te beschouwen en 's namiddags zat ik mee in de aarde
te wroeten om "porrotos" te planten. Voor het
avondmaal moesten we eerst de erwtjes voor de soep gaan
plukken en met z'n allen gezellig peulen. Als Westerling heb
ik heel wat lessen getrokken uit deze eenvoudige levensstijl.
Stilaan droogt de rode modder in de
omgeving van Temuco op en maken de wolken plaats voor
halucinerende zichten op schitterende witte vulkaantoppen.
Het bekende merengebied komt naderbij en de Chilenen beloven
me dat het elke dag mooier zal worden. We will see!
Chau, Dominik.
Top
ANDESVERSLAG 14 1/11/2002
VLIEGENDE MUESLI
|
Wie denkt dat het enkel hard waait in Patagonia,
heeft het mis. In de Atacama-woestijn kreeg ik met
zulke wind af te rekenen dat m'n lepel muesli leeg
was voor hij mij mond bereikte. Zo te horen hebben
jullie daar in Belgie ook wat van gevoeld.
|
 |
En wie denkt dat de woestijn vlak is, moet nogmaals zijn
idee veranderen. Een ganse week heb ik gevochten tegen het
zand en de heuvels, doch had ik me aan meer extreme
toestanden verwacht.
In Calama kroop ik weer op m'n fietske, dat daar 2 weken had
mogen rusten. Voor een weerzien met Peruaanse vrienden was
ik namelijk teruggekeerd naar het noorden. We hebben
ondermeer een mini-expeditie naar de kegelvormige vulkaan EL
MISTI nabij Arequipa ondernomen. Intense ervarigen! Het was
vermoedelijk niet de laatste maal dat ik Peru bezocht. Maar
m'n destino ligt nog steeds in het "einde van de wereld",
en daar moet ik dus eerst zien te geraken...
De tocht Calama-Antofagasta verliep zonder noemenswaardige
obstakels. Het monotone landschap werd wat opgeluisterd met
musica latina uit de zonet aangeschafte discman. Op de kaart
zag ik een dorpje waar ik de tweede nacht wilde doorbrengen,
maar het bleek een goudmijn te zijn, toegang ten strengste
verboden dus. Dan maar de slaapzak uitrollen in het buskotje
met panoramische vergezichten.
De kleurrijke huisjes in Antofagasta herinnerden me eraan
dat ik me in Chili bevind. Een ander kenmerk van dit land is
het vlees, dat steeds in grotere porties op je bord
verschijnt naarmate je meer zuidelijk gaat. Met nog een
aantal vruchtensapjes als nagerecht bracht ik de stand van
de vochtopname die dag op 10 liter.
Om de volgende 400 km naar Chañaral te overbruggen, had ik
de keuze tussen de "Panamerican Highway Road Number
5" die in een grote boog door de woestijn trekt zonder
ook maar één dorpje aan te doen, of een zanderig
alternatief. Zoals je weet, ben ik tamelijk fobisch voor de
Panamericana en de grindweg had als voordeel dat je onderweg
het dorpje Paposo en het stadje Taltal tegenkomt om de
waterflessen bij te vullen. Op het eerste traject van 200 km
grävel voelde ik me helemaal opgenomen door de woestijn,
geen razende 10-tonners, enkel stilte, alleen jezelf deel
uitmakend van het eeuwige zand.
Het was een magisch moment vanop bijna 2000 meter hoge
zandheuvels verrast te worden met een zicht op de
"Pacific". Tijdens het dalen werd de visgeur
alsmaar sterker en in het dorpje had ik de fiets nog niet
tegen de muur geplaats of een vriendelijk vrouwtje had al
een schotel met het gebakken streekgerecht met reusachtige
graten klaartstaan, vers uit de zee. Toen ik met een
tandenborstel het zand uit de ketting begon te prutsen, kwam
haar echtgenoot me spontaan helpen met zijn grote
keerborstel. De tent werd deze keer op het strand opgesteld,
met een ganse nacht het geluid van bulderende golven als
gevolg.
|
|
Naar het havenstadje werd het lekker cruisen op en
neer langs de kustlijn met pinguins en dan weer 2
dagen de woestijn in voor het laatste gedeelte. M'n
dagje noodzakelijke rust in Chañaral begon 's
morgens met een leude bons op de deur. Het oude
mannetje wilde weten wat m'n plannen voor vandaag
zijn. Het werd een ochtendlijke interculturele
uitwisseling over Allerheiligen en Allerzielen in
België en Chili. Op het strand vond ik weer wat
rust.
|
Chau, Dominik.
Top
VERSLAG 13 ANDESREIS 11/10/2002
AVONTUUR MET EEN VLEUGJE ZOUT.
Aan de rand van "Salar de Uyuni"
werd het een beetje wit voor de ogen. We richtten het kompas
op de omliggende vulkanen. Westwaarts moest ergens een
eiland liggen, waar we water konden tanken. Hierdoor was het
voorlopig voldoende om 5 liter vocht te transporteren. Na
enkele kilometers over de witte zoutvlakte moest ik spontaan
aan Dixie Dansercour denken. Een Antarctica-gevoel bekroop
me en de immense uitgestrektheid van het pure landschap
maakte een diepe indruk. Spijtig van de jeepsporen, maar die
maakten het oriënteren wel iets eenvoudiger. In het midden
van de leegte wilden we kamperen. Zonder de tip van een
andere reiziger om te tent met nagels te verankeren, had dit
onmogelijk geweest. Met de piolet ramde ik de spijkers in
het harde oppervlak. Genietend van de avondportie (extra
gezouten) spaghetti en een ontroerend mooie zonsondergang,
haalde Francois zijn sterrenkaart boven. Je kan je geen
mooiere plaats inbeelden om de hemel te bewonderen, vooral
als je weet dat iemand in Perú ook sterrenkijkt... Zolang
de salar niet onder water staat, rijdt die als een asfalt.
We kwamen dus tamelijk vroeg bij het rotsige eiland. Tussen
de reusachtige kaktussen verscheen Don Alfredo met zijn boek
waarin fietsreizigers van over de hele wereld hun impressies
mochten neerpennen. Moeilijk te verwoorden zoiets uniek.
Verschillende malen reden we zover van elkaar dat Francois
slechts een stipje op een groot blad leek. Wanneer we naast
elkaar reden, legden we songtexten op het stuur en leerden
die van buiten. Geen steentje of paaltje dat ons hinderde.
Aan de overkant was het echter gedaan met zingen. Slingerend
van de ene naar de andere kant van de stofferige weg groeven
we ons telkens in. Soms was duwen de enige oplossing. In het
dorpje Colcha K spoelden we het invretende zout van de
fietsen en besproken het vervolg van de route. Het
kookvuurtje van Francois was door de onzuivere brandstof
verstopt geraakt. Hij kon het reinigen met wat remvloeistof
dat hij van een 4 x 4 aftapte en klaar was kees, ik bedoel
de Zwitser. Nu was de beslissing gevallen. Hij wilde naar de
Lagunas meer zuidelijk in Bolivia en ik wilde naar de grens
met Chili. De bergen hebben me al veel offers gevraagd, maar
deze vulkaan kon ik niet zomaar links laten liggen. Enkele
soldaten lieten ons in hun bunkers in Chiguana overnachten.
Voor ons afscheidsfeestje konden we water putten uit de
tankers naast het treinspoor. De volgende splitsing koos
ieder zijn eigen Camino... Al snel stond ik aan de grens
waar meteen m'n banden ontsmet werden. De Chilenen hebben
namelijk schrik dat de ziekten van Bolivia hun fruit en vee
zouden besmetten. De fietstassen werden doorsnuffeld, maar
ik moest de duane met honger achterlaten. Met een nieuwe
stempel in m'n paspoort begaf ik me naar m'n doel. In
Ollaguë kocht ik proviand en filterde 8 liter water voor de
volgende dagen. 4000 meter is niet hoog voor een basiskamp,
maar het was onmogelijk het al het gewicht hogerop de
vulkaan Aucanquilcha te krijgen. De weg leek meer op een
droge rivierbedding. Met een rokende vulkaan op de
achtergrond mijmerde ik over de taktiek om de fiets zo hoog
mogelijk op de berg te krijgen. De Alpiene stijl leek me het
best: lichtgewicht en snel. Ik eindigde de dag met wat
gesleutel aan de fiets, die werd omgetoverd tot een kale
mountain-bike, nieuwe remblokjes, banden wat platter en
vering op soft. Nog voor het eerste licht zat ik in het
zadel. De lagen kleding verdwenen één voor één in de
rugzak en tegen het middaguur kon ik op 5300 meter m'n
blikje tonijn openen. Nadien merkte ik de vervaldatum op:
25/04/2001. Ach, ik had voldoende toiletpapier bij en was
reeds half euforisch over de nieuwe wending die zich
aankondigde voor het hoogteproject. Geleidelijk leidde de
weg naar de oude , hoge mijnen me naar stratosfeische
hoogten. De fiets moest regelmatig op de schouder om
rotsblokken of sneeuwvelden te omzeilen. Het was vechten om
voldoende zuurstof te happen en ik begon me af te vragen wat
ik hier zat te doen. Dankzij de gedachte dat met dit project
straatkinderen in Calcutta nu geholpen worden, bleef ik
doorgaan. Het werd een lange dag en om het kort te zeggen:
gefixeerd op de hoogtemeter van Basecamp zag ik het getal
6005 meter verschijnen en ben meteen omgedraaid. Omringd
door een knalrode avondgloed bolde ik in een stofwolk tot de
tent en viel uitgeput op de matras. Ik at de overschot van
de havermoutpap van 's morgens en sliep tot de zon me wakker
maakte. Nu is het hoogteproject volledig afgerond, hoger zal
ik nooit fietsen. Bij m'n aankomst in Belgie (februari
volgend jaar) zal ik nagaan wie het dichts bij de 6005 heeft
geschat en zal de 10 winnaars een foto opsturen. Op weg naar
de stad Calama passeerde ik een mijnwerkersdorpje, waar ik
m'n honger wat wilde stillen. Ik vroeg 5 broodjes, zoals m'n
die altijd in Bolivia en Peru verkocht en kreeg prompt 5
grote Chileense broden en 2 blikjes vis in m'n handen. Als
ik God om bescherming vroeg, was het goed. Ik dacht al dat
ik deze menu van ergens kende. De vis was snel verwerkt en
bij een militaire controle kreeg ik nog wat water. Op water
en brood (een ander wereldberoemd gerecht) vervolgde ik m'n
weg met een strakke wind op kop. Rond de vijven zat er niets
anders op dan weer een kampementje op te stellen. De
aanwakkerende wind wilde daar echter een stokje voorsteken
en toen de tent bijna recht stond, werd ze prompt
weggeblazen. Ik belandde enkele meter verder, hangend aan
het zijl en heb serieus moeten worstelen om het geval weer
aan de grond te krijgen. Ik moet bekennen dat ik met enige
schrik de nacht tegemoet ging. 's Morgens een zonsovergoten,
stil vulkaanlandschap alsof er niets gebeurd was. In 2 dagen
fietsen langs onderandere een meer met roze flamingo's en
een mijnveld, bereikte ik de eerste douche sinds een week.
Het vulkanisch steengruis krijg ik maar niet van m'n huid en
waar ik ook ga zitten, het is telkens even pijnlijk. Het is
welletjes geweest.
Top
VERSLAG 12 ANDESREIS 2/10/2002
SUPER CLIMB, EXTREME DOWNHILL
We passeerden de Boliviaanse grens zonder
al te veel gerommel en bolden tot Copacabana. Vanuit dit
gezellig toeristenoordje ging het in één ruk naar La Paz.
De hele voormiddag uitzicht over het gigantische
Titicacameer en 's namiddags tegen 40 per uur over de
Altiplano chezen. De shitterende Cordillera Real lag op de
achtergrond te pronken. Aangekomen in de hoogste hoofdstad
ter wereld, ben ik meteen begonnen met de voorbereidingen
voor een klim naar één van die mooie bergtoppen. Het viel
wel een beetje tegen om de stad opnieuw te verlaten. Ze ligt
namelijk in een diepe put, en in heel de stad is er geen
enkel vlak straatje te vinden. Proestend en sputterend
bereikte ik op de fiets de voet van de Huayna Potosí, een
6000-der die onder een dik wolkendeken lag te slapen. Op
4750 m stelde ik m'n basiskampje op. De hagel werd tijdens
de nacht enkel maar heviger en 's morgens was alles mistig
en witgesneeuwd. Het was duidelijk dat ik de toppoging op
m'n buik kon schrijven, maar geen getreur, ik had een
slechtweer-programma op de stafkaarten uitgestippeld. Het
iets minder hoge alternatief was de Chacaltaya, een Skiberg
waar jeeps tot een hut op 5300 m rijden. Je raadt het al:
waar een jeep geraakt, moet fietsen ook mogelijk zijn.
Meteen een gelegenheid om m'n Koga kennis te laten maken met
nieuwe hoogten, en om andere sponsors voor het hoogteproject
gelukkig te maken. Ik was maar al te blij met de achterband
met traktorprofiel die ik voor een appel en een ei op de
markt in Peru had gevonden. Met de dure semi-slicks van
Belgie moet je niet proberen door de sneeuw naar een berghut
te rijden. Aangekomen op de zogeheten "cima del mundo",
wilde ik eerst te voet de kam verder volgen tot het topje
van de Chacaltaya (5400m) alvorens weer neer te dalen tot La
Paz. Bij deze was ook in het derde land van de reis een berg
beklommen. Terug downtown hield ik me bezig met het
doorsturen van Belgische steun naar het project REMAR in
Peru, een klein feestje voor het 100-dagen-onderweg-zijn en
het uitwisselen van ervaringen met andere fietsers. Een
bijzonder koppel was wel de Fransman en de Belgische die de
wereld rondfietsen met hun 4-jarige zoon. Hij reist mee in
een karretje achter de fiets en spreekt al een aardig mondje
Spaans. Hij maakt tekeningen met vriendjes over de hele
aardbol, maar vraagt zich soms wel af waarom ze elke dag
verhuizen. Waar een wil is, is een weg (www.robinstory.com).
Elke fietser weet dat er nabij de
Boliviaanse hoofdstad een bergpas van 4700 m ligt met de
naam LA CUMBRE. Vandaar daalt een beruchte weg naar Coroico
in de jungle tot 1300 m. Hij heeft de slechte reputatie de
gevaarlijkste weg ter wereld te zijn en is de droom van elke
bergfietser. Om deze extreme downhill toch te kunnen
verantwoorden sloot ik mee aan bij een groep met 2 gidsen,
huurde een full-suspension mountain-bike en stortte naar
beneden. Van hooggebergte door het wolkendek naar het
oerwoud. Van kop tot teen onder de blub belandden we in de
tropen, bevend van de drenaline en genietend van al die
natuurpracht. Zoals in het liedje van Noir Désir: "Je
n'ai pas peur de la route, faudra voir, feut qu'on y goûte...".
Genoeg avontuur in Noord-Bolivia, op naar het zuiden.
"Le vent nous portera" zongen we, met de wind in
de rug over het asfalt naar Oruro. Verder richting Uyuni was
het echter gedaan met zingen. Het asfalt werd zand en het
zand werd wat mul en het fiesten werd wat moeilijk.
Slingerend van links naar rechts baanden we ons een weg door
het verlaten Far West landschap. Eten was er nauwelijks te
vinden in de spookdorpjes en de nachten in open veld werden
geleidelijk kouder. Ook de fietsen hadden te lijden onder de
onhergzame streek. Nooit hoorde ik zoveel Franse
scheldwoorden als de laatste week. M'n kompaan moest
afrekenen met 2 snakebites (in de achterband), een op hol
geslagen fietscomputertje en een dubbele breuk van z'n
bagagedrager. Ik kwam er met een gescheurde achterband vanaf.
Enfin, tamelijk gehavend zochten we ons een hostalletje in
Uyuni. Hier ligt een reusachtig zoutmeer dat we morgen op de
fiets willen oversteken. We discussieren nog over hoeveel
water en voedsel we moeten laden om de overkant te bereiken.
U leest het wellicht in het volgende verslag.
Chau, Dominik.
Top
verslag 11 12/9/2002
WEINIG GEFIETST, VEEL BEZOCHT.
Het centrum van Arequipa was met z'n
aangename klimaat en mooie plaza's een ideale plaats om wat
te recupereren na de beklimming van de Chachani. Op een van
die gezellige pleintjes sprak een jonge enthousiasteling me
aan om het project REMAR te steunen. Ze helpen verlaten
kinderen, alleenstaande zwangere vrouwen, verslaafden,
mishandelden... grote problemen in dit land die me niet koud
laten. 5 minuutjes later stond ik met dezelfde kerel midden
in de buitenwijken van Arequipa, net iets minder
aantrekkelijk dan de kern van de "ciudad blanca".
Langs bouwvallige huisjes en steile straatjes kwamen we bij
het eenvoudige gebouw waar een aantal ex-verslaafden
materialen zoals plastiek en glas recycleren om o.a. een
bron van inkomsten te hebben voor het project. De Peruaanse
directeur informeerde dat de rest van donaties komt en
leidde me naar de triestige kamertjes waar de weeskinderen
opgevangen worden. Tenslotte bezochten we de "openbare
refter", waar maaltijden voor iedereen geserveerd
werden, ook voor straatkinderen die verder buiten het
project leven. Het is frappant om van zo dichtbij de
duistere zijde van Peru te beleven, vooral wanneer je beseft
dat je met enige steun daar zelf wat aan kan veranderen. Ik
heb dan ook besloten om de giften die vrienden me
toevertouwen aan dit doel te besteden. Opnieuw in Cuzco kon
m'n fietsmaat me toch overtuigen om de toerist te gaan
uithangen op de Machu Picchu. Het is inderdaad een
wonderbaarlijke, mysterieuze Inka-stad in een verbluffend
groen decor van spitse bergpieken. Om de drukte enigszins te
vermijden had ik me voorgenomen me als eerste bezoeker van
de dag aan te melden. De vorige dag had ik de veel te dure
trein tot Aguas Calientes genomen. Na een nachtje regen
verliet ik om 4.00 uur de Urubamba-vallei en wandelde over
het Inka-pad naar de ruines. Op de oneindige trappen liet
m'n hoofdlamp me tot 2 maal toe in de steek. Vermits de
"Petzl" slechts 1 reservelampje heeft, stond ik
daar plots oog in oog met de zwarte jungle-nacht. Dan maar
op de tast naar boven. In de overweldigende site slalomde ik
tussen allerlei stenen met veel betekenis naar de berg die
je op de achtergrond van elke postkaart kan bewonderen. Op
het toppeke van de Huayna Picchu voelde ik me als een condor
die de hele omgeving kan aanschouwen. Ik zag de hordes
blanken toestromen en zocht m'n weg terug naar beneden. Nu
begrijp ik wel waarom iedereen dit wil zien. Ook in de
nabije omgeving van Cuzco zijn er heel wat
bezienswaardigheden die de moeite waard zijn. Het stadje en
z'n inwoners zijn bijzonder charmant, een goede plaats om
wat reserves op te slaan voor komende obstakels. Bijgevolg
vreselijk moeilijk om verder te trekken op het moment dat je
weer een sociaal leven uit de grond gestampt hebt. Met een
stapel herinneringen in ons hoofd fietsten we 4 dagen over
de Altiplano naar Puno. Over het gladde asfaltje hadden we
niet te klagen, maar de wind en de regenbuien lieten ons
weer een beetje afzien. Net voor de pas vonden we onderdak
in een onderzoekscentrum voor llamas met als aangename
verrassing een heus natuurlijk warmwaterbad. In Pucara
kwamen we daarentegen in een stal van een slaapkamer terecht.
bedjes van 1 meter 70 (pijnlijk als je meer dan 15 cm groter
bent) en lakentjes van bloemzakken. De geur van het
NOOIT-onderhouden toilet steeg door de krakende, onstabiele
vloerplanken naar boven. Een snelle blik op het besmeurde
binnenplaatsje met vuile kookpotten en rondslingerende
stukken vlees vol insekten leerde ons dat we best elders ons
avondmaal zochten als we niet al te veel dat leuke WC-tje
wilden bezoeken. In tamelijk gezonde toestand settelden we
ons in het iets confortabelere Puno. Hier trokken we een dag
uit voor het legendarische Titicaca-meer. Een bootttocht
over dit hoogst bevaarbare meer ter wereld bracht ons naar
de drijvende UROS-eilanden, volledig uit riet, evenals de
huizen en de vissersboten van de mensen die er permanent
leven. Iets uniek dat we niet wilden missen. Morgen trappen
we naar de grens met Bolivia, het land waar ik het meest
naar uitgekeken heb en dat ongetwijfeld pittige hindernissen
in petto heeft.
Adios Perú. Groeten, Dominik.
Top
ANDESREIS VAN BLACK-OUT TOT
WHITE-OUT.
Verder trekkend vanuit het gezellige
Ayacucho kregen we weer onverharde wegen voor de wielen. Het
is steeds zoeken naar de "perfecte lijn". Daarmee
bedoel ik niet m'n gewicht en ook niet of ik me nog op het
rechte pad begeef. Het is het continu zoeken van de beste
plaats op het wegdek om je fiets niet perte-total te rijden.
Die perfecte lijn ligt dikwijls op het 10 cm-brede randje
van de "pista" en in de buitenbochten. Meestal
slinger je dus van links naar rechts (zoals alle verkeer) om
materiaal en achterwerk toch een beetje te sparen. Na een
aantal dagen in "the middle of nowhere" met als
meest luxueuze slaapplaats de vloer van een gemeentehuisje (voor
de bureau van de burgemeester) reden we in volle vaart naar
het volgende stadje Andahuaylas. Ik hoorde een aanhoudend
getoeter achter me en week dus van de perfecte lijn af om in
"rechte lijn" verder dalwaarts te knotsen. De
Peruanen gebruiken meer hun klakson dan hun pinkers en
remmen samen, maar deze begon toch een beetje op de zenuwen
te werken. Wat later bleek de auto die ons met moeite
voorbijstak een politiewagen te zijn. Ik stopte, maar de
achtervolging werd verdergezet om ook Francois in te halen.
Hij fietst meestal een paar haarspelden verder over dit
soort wegen. De ambtenaren vroegen ditmaal niet naar ons
rijbewijs, maar het was hun taak om elke vreemdeling te
registreren om bijvoorbeeld bij een verkeersongeval te weten
hoeveel blanken erbij betrokken zijn. Toen herinnerde ik me
zoiets gelezen te hebben in de "Footprint". De rit
verder naar Abancay ontaardde in een echte race: we kwamen
terecht in een wedstrijd van mototaxis. Dit zijn driewielige
motors die normaal in hun zeteltje achteraan mensen
vervoeren, maar eens per jaar meten zij wie het snelst over
de bergwegen kan scheuren. Oortstopjes waren welkom geweest.
Wat eet je zoal onderweg? Wel, het verbruik ligt tamelijk
hoog. Het budget voor eten is dan ook het enige waarop een
fiester niet al te zuinig is. Er zijn dagen dat we overleven
op "Pura Galletas", koekjes tot je ze niet meer
kan ruiken. Die met de naam "Black-out" komen wel
eens goed van pas. Dikwijls stoppen we in een van de vele
goedkope restaurantjes voor rijst en kip, de dagelijkse kost
voor Peru. In die eethuisjes mag je niet vies zijn van een
zwijntje dat tussen de tafels wordt geduwd of een stel
andere zwijntjes dat hun problemen ligt te verdrinken. Op de
achtergrond of recht in je oor schalt immer het ritme van de
samba (tss-tseke-tss...). Op een keer werd ons gevraagd waar
we vandaan kwamen, niets abnormaal, maar wel verbazend als
je uit diezelfde boksen groetjes hoort afroepen aan de
Zwitserse en Belgische fiesters. Op zoek naar de oorsprong
van deze stem kwamen we terecht in in klein houten kotje,
waar een enthousiasteling met een deken over zijn benen en
een stapel cassetjes het dorp en omgeving van muziek
voorziet. De electriciteit viel uit en het was gedaan met de
pret. De ontgoochelde kerel zei dat het gemiddeld 2 á 3
maal per avond gebeurde. Alvorens in Cuzco te arriveren,
moest mijn achterband het zonodig met een luide knal begeven.
Onder een snikhete zon haald in m'n reserve-onderdelen boven
terwijl de muggen me langs alle kanten aanvielen. M'n
compagnon zag ik 10 bochten lager zoeken naar "de
perfecte lijn". Zo gaat dat op die monsterafdalingen.
De Machu Picchu trekt zoveel toeristen dat het straatbeeld
in Cuzco overwegend blank is. Ik heb echter geen recht van
klagen, want door mezelf is het er nog één meer. Toch
voelde ik me hier niet thuis en besloot om me meteen naar de
volgende uitdaging te begeven. El Chachani, een prachtige
witte vulkaan met 6075 hoogtemeters, zichtbaar vanop zowat
elke straathoek van Arequipa samen met zijn bekende kleine
broer El Misti. Op de fiets zou dit voor mij een te grote
omweg betekenen, en daarom nam ik de zijweg naar Arequipa
per bus om later terug te keren naar Cuzco om verder te
fietsen. De busrit was uiterst onaangenaam: 10 uur met de
benen in de nek en je ziet niets. Het enige wat ik zag was
m'n eigen ontbijt dat na het eerste uur terug aan de
oppervlakte kwam. De zijgevel van het voertuig is er niet
fraaier op geworden. Het volgende obstakel bleek het vervoer
naar de berg. Ik begon de fiets al flink te missen. Na een
dag rondvragen heb ik maar gewoon de openbare bus tot een
afgelegen politiepost genomen en heb vandaaruit de hele
expeditie te voet verdergezet. Met 7.5 liter water in de
zwaarbeladen rugzak begaf ik me door de dorre pampa naar de
berg. Met een goede kaart van een vriendelijke berggids en
heel wat informatie van de bergreddingsdienst zette ik er
stevig de pas in. Ik had me bij hen laten registreren en als
ik me op afgesproken dag en uur niet zou aanmelden, zouden
ze me komen zoeken. Een mooie veiligheidsmaatregel, met als
gevolg dat je niet mag treuzelen. Aan de voet van de witte
reus kookte ik een eerste deel van m'n kilo spaghetti. In de
ijzige koude kreeg ik het even heel warm toen m'n vuurtje
aanvankelijk weigerde te werken door de onzuivere kerosine.
De volgende dag klom ik over steungruis en door diepe sneeuw
verder naar 5600 meter. Ik wist weer waarvoor ik heel de
tijd piolet en stijgijzers meesleur. Het werd een
avontuurlijke nacht op de besneeuwde col. Ik had alleszins
m'n handen vol met het verankeren van de tent en het smelten
van sneeuw voor drinkwater. In het schijnsel van de volle
maan pakte ik m'n rugzak voor een top-aanval. Alles verliep
vlekkeloos tot een dichte mist kwam opzetten en
sneeuwvlokken in m'n gezicht waaiden. Verschillended keren
moest ik wachten tot de "White-out" verdween en ik
weer een hand voor m'n ogen kon zien. Voor de laatste
helling zat ik wat muesli te peuzelen tot ik zicht kreeg op
de top. Na uitputtende 9 uur klimmen stond ik omstreeks
13.00 uur tussen de 3 topkruisjes te snakken naar adem.
Yes,de 6000 gehaald. Nu nog veilig en op tijd beneden
geraken. In één ruk naar 4000 meter, een laatste nachtje
onder de ogen van de overwonnen berg en dan nog een
vreselijk lange dag stappen tot de stadsrand van Arequipa.
Daar dacht ik aan niets anders dan eten en slapen. "one
thing less to do in life" kan ik mezelf nu
geruststellen.
Top
11/08/2002 NAAR 5000 METER
"To be on the bike is to be
alive". Zo voelden we ons tijdens de poging om nog wat
hoger te fietsen. Vol enthousiasme begon ik er met m'n
Zwitserse compañero aan vanuit Huancavelica. M'n fietske
dacht er anders over: woedend aanschouwde ik de breuk in de
voorste bagagedrager. Dit is nu eenmaal "part of the
game", en met wat improvisatie is de boel blijkbaar
goed te fixeren. We reden verder naar een van hoogst
bewoonde hoogvlaktes ter wereld. Het is ongelooflijk hoe
deze mensen op 4500 m overleven. Een pasgeboren hondje
brengen ze naar de lagergelegen stad omdat het hier te koud
is. De kinderen in de draagdoek op de rug van de spinnende
vrouw gaan overal mee naartoe en groeien zo op in de harde
wereld. Een nachtje in de tent op 4700 m liet ons voelen hoe
guur en koud het er kan zijn. Na een paar tassen Coca-thee
zochten we onze weg verder naar de hemel tot een bordje ons
duidelijk maakte dat we ons doel bereikt hadden. 5059 m
sobre el nivel del mar, best een fotootje waard, vonden we.
Met stoere kreten begonnen we aan de afdaling. De kuddes
lama's keken alsof we gek waren, ze begrepen blijkbaar niet
goed wat we hier kwamen doen. Voor ons waren de talrijke
diepblauwe bergmeren een voor een mooie beloningen voor al
het klimwerk. We dachten dezelfde dag Ayacucho nog te halen,
maar hebben nog 2 nachten zelf moeten koken en ons zien warm
te houden alvorens eindelijk van een douchke te kunnen
genieten. In een van de dorpjes onderweg waren we op zoek
naar water, toen ik een tent, ingericht als gezondheidspost
ontdekte. Hier kwam ik te weten wat het leven hier in
werkelijkheid betekent. De meeste kinderen hebben een
ontsteking van de luchtwegen door de koude en de hoogte en
problemen van de ingewanden zijn shering en inslag door de
parasieten in het drinkwater.
Veel werk aan de winkel dus
 |
VERSLAG 8 ANDESREIS 05/08/2002
HUANCAYO
OVER DE CORDILLERA BLANCA
Tijdens een krakend onweer probeer ik
vanuit Huancayo het verslag van de laatste week door te
sturen. Zelf zonder donderslagen heb je hier regelmatig
electriciteitspannes, heb ik al ondervonden na bijna 2
maanden reizen.
Zoals ik me had voorgenomen, reed ik de
morgend van 25 juli gepakt en gezakt door het centrum van
Huaráz. Slalommend tussen de menigte vroeg ik een aantal
"locals" wat ze vandaag weer gingen vieren. "Je
gaat toch niet vertrekken nu de fiesta del patria begint!",
kreeg ik te horen. Het was
best een toffe plek daar aan de voet van de Huascaran, en ik
ben er dus een paar dagen blijven plakken als je begrijpt
wat ik bedoel.
Gecharmeerd en gehydradeerd trok ik zondag toch de bergen
in. Eerst gezapig verder door de vallei van Hualash om dan
over een "dirtroad" de hoogte in te klimmen
richting de Pastoruri-gletsjer. Via een schitterend bergmeer
reed ik het Nationaal Park binnen. De witte bergreuzen
kwamen steeds dichterbij en dat werd dan ook het decor van
een nachtje kamperen. Laverend tussen de schapen vervolgde
ik door de ochtendkoude m'n weg naar de Huarapasca. Sneller
dan ik verwachtte arriveerde ik hijgend bij het bordje met
de hoogte van 4800 m. Mensen die hopen op een nieuw
hoogterecord zullen nu zuchten want het is exequo met de
vorige keer. Dat deed ik ook, terwijl ik me in afdaalpositie
op m'n fiets plaatste. Ze zouden op dat bordje beter
schrijven: "The best is yet to come". Het
dalen was immers van korte duur en volgens m'n hoogtemeter
was ik boven de hoogte van de vorige pas aan 't stijgen. De
weg slingerde verder rond gigantische bergen en onder
overhangende gletsjers. Aangekomen op een punt waar ik links
zicht had op half de Cordillera Blanca en rechts de
Cordillera
Huashuash, gaf de Suunto 4865m aan. Het eerstvolgende dorpje
waar ik door stuifde, was compleet leeg. De ganse bevolking
had zich rond een heus stierengevecht geschaard. Wat lager
raasde
ik voorbij een boerderijtje, waar een campesino z'n eigen
stier stond uit te dagen met z'n zakdoek. Hij wilde persé
dat ik een foto nam en zo was ik getuige hoe het beestje de
broek van de man z'n lijf scheurde om vervolgens de horens
in zijn kruis te planten en hem in de lucht te tillen. Ik
vrees
dat hij een toontje lager (of hoger) zal zingen wanneer hij
terug nuchter is. De 2 dagen daarop ging het up en down over
wegen met een laag van 10 cm stof. In dat stof zat een
lelijk stuk glas verborgen, wat een me een ijskoude nacht in
een dorpje op 4000m opleverde. Gezellig als je 's morgens
als eerste job je band mag plakken met bevrozen vingers.
Aangezien de tent onder het kerktorentje stond, heeft heel
het dorp kunnen zien hoe dat moet.
's Namiddags liep ik alweer te bakken in de zon. In Huánuco
stuitte ik toevallig op 3 andere fietsers, waarvan de
Zwitser maso menos dezelfde plannen koestert als de mijne.
De triatleet is sindsdien tof gezelschap. Hij vertrok in San
Francisco en is onderweg z'n fiets kwijtgespeeld. Nu rijdt
hij op een Mexicaanse tweewieler, wat hem wel eens problemen
oplevert. Eén van de putten in de weg kon hij niet meer
ontwijken, met een "flat" en 3 gebroken spaken als
gevolg. In 1 dag reden we naar Cerro de Pasco, 140 km verder
en 2400 m hoger. Na aankomst vlogen we in de plaatselijke
lekkernijen zoals de overzoete Manjar Blanco. Het
honingachtige goedje is nu steevast aanwezig in de fietstas.
Zo ook over de Altiplano en de Centrale vallei van Peru. We
hebben de volledige dag boven de 4000 m gereden. Naar 't
schijnt waren we net een weekje te laat om de jaarlijkse
marathon mee te maken. Op deze altiplano liggen 2 steden net
42 km van elkaar. Ik voel me een watje als ik het parcours
met dat van vorig jaar in Rotterdam vergelijk. Aangezien het
tamelijk vlak was, schoten we goed op en kunnen wat op adem
komen in een rustige Patio in Huancayo. Een aangename
afwisseling na een reeks van vieze hostalletjes. Nu bereiden
we ons voor om over de hoogste weg van Peru naar Cusco te
trekken.
chau, Dominik.
dominikvanhoeydonck@hotmail.com
Top
VERSLAG 6 ANDESREIS 24/07/2002
LANGE DAGEN
Voorbij de pas van 3050 m ten westen van
Cajamarca daalt een gladde asfaltweg tot op zeeniveau. Dat
had als gevolg dat de dagafstanden wat groter werden. Met
meer dan 200 km op 1 dag (namelijk 201) had ik een nieuw
recordje voor deze reis neergezet. Langs de kust kon ik
verder profiteren van het lichtlopende wegdek. De tegenwind
maakte het rijden op de Carreterra Panamericana tot een hel.
Ik was snel uitgekeken op het woestijnlandschap rond
Trujillo en besloot het over een andere boeg te gooien. Het
loze vissertje bij wie ik verbleef raadde me echter af om
over het strand verder te fietsen. Opkomend tij, rotsen,
riviern en boefjes waren enkele van de obstakels die hij
opnoemde. Dan maar verder over die snelweg, die wel iets
heeft van de "autoroute du soleil". Ter hoogte van
het plaatsje Chao wilde ik de Panamericana eindelijk vaarwel
zeggen, de heimwee naar de bergen werd te groot. Op dat
moment komt uit de zoveelste fatamorgana een Zweed te
voorschijn die razend enthousiast was over de weg die hij
nam. Hij overtuigde me om voor de Cañon del Pato te kiezen
om de Andes terug in te rijden. Het kostte me 2 keer 12 uur
daglicht om door deze ruwe ravijn de vallei van Huaraz te
bereiken. In Caraz vulde ik m'n rustdag met het rondcrossen
over van de zwarte Bergen om zoveel mogelijk van de witte
Bergen te kunnen zien. Maar van hieruit was het zicht op de
Cordillera Blanca maar mager. Ik besloot om rechtsomkeer te
maken, het werd immers al laat en ik wilde niet weer dat
oude ventje uit z'n bed zetten om in m'n kamer te kunnen. Ik
keek een laatste maal naar de horizon en kreeg toch nog een
zonsondergang van een ontroerende kleurenpracht cadeau.
Verder door de vallei crusend, kon ik meer en meer genieten
van de prachtige witte toppen zoals de Huascaran. Ik zou zo
graag de mooiste berg ter wereld gaan opzoeken, maar heb
andere plannen. De Alpamayo zal niet gaan lopen, denk ik
maar terwijl ik het centrum van Huaraz binnenbol. Het
toeristische bergstadje viert uitgerekend vandaag zijn
verjaardag. Het werd weer een avondje folklore tot en met.
Maar voor mij niet al te veel deze keer. Er liggen namelijk
een paar hoge bergpassen in 't verschiet...
 |
VERSLAG 6 ANDESREIS HOGE PASSEN,
DIEPE DALEN
Die toffe fietsemaker in Jaen liet me
niet ongemerkt vertrekken. Hij trommelde de fotograaf van
het stadje op, zijn dochter nam een overuurtje terug en pas
na een verplicht ererondje op de "Plaza de Armas"
begeleidde hij me op z'n ratelend koersfietske naar de
stadsrand. Als je denkt dat dit wat overdreven is, kan ik je
nog iets vertellen over het avondje in Celendin. Toen ik na
herhaaldelijk "No te vas!" vanwege m'n Peruaanse
vrienden meedeelde dat een fietsreiziger z'n dagen nodig
heeft om z'n kilometertjes te malen, kwamen prompt de tranen
te voorschijn. We hadden ons inderdaad uitbundig, doch op
een zedige manier geamuseerd tijdens de Fiesta van Virgen
del Carmen. Dansen op nationale volksliederen van de fanfare
tot m'n knieen pijn deden, om maar te zwijgen van m'n
pinkske. Die stevige (ditmaal ongehuwde) meiden kunnen
serieus in je hand knijpen en met een verstuikte vinger van
het voetballen met de straatkinderen is dat geen lachertje.
Met een heus vuurwerk op de achtergrond zaten we laat op de
avond rond onze gitarist nog passionele liedjes te kwelen.
Tussen deze 2 oases van vriendschap heb ik een volledige
week kunnen mountain-biken in een spectaculair landschap.
Een eerste Canyon verkende ik door 2 dagen langs de rivier
te rijden. Ter hoogte van de ruines van Kuelap kwam ik na
een week in Peru de eerste "gringo" tegen. Voor
het bezoeken van deze site uit een tijdperk waarin er van
Inka's nog geen sprake was, wilde ik ook wel een dagje
uittrekken. Zo'n bouwwerk staat natuurlijk op de top van een
berg, meer dan 1000 m hoger. Vroeg uit de veren dus, als je
daar te voet naartoe wil. Samen met een man vergezeld door
zijn vrouw op een ezeltje begaf ik me bij het eerste licht
naar het bergpad. Ik probeerde hen bij te houden om
eventueel de geboorte van Jezus te kunnen meemaken. Dit
lukte me niet omdat een eerste diarrhee-episode zich
aankondigde. Af en toe wegduiken tussen de cactussen is niet
bevorderlijk voor het tempo. Maar maak je niet ongerust;
door het onvermijdelijke Peru-dieet van rijst en bananen was
ik er snel vanaf.
Boven op die berg kon ik ongestoord rondhuppelen tussen de
architectonische overblijfselen, overwoekerd door een half
regenwoud, waarin meer vogeltjes rondfladderen dan er
toeristen rondsnuffelen. Volgens de boekskes werden hier
meer stenen gebruikt dan voor het bouwen van de grootste
pyramide in Egypte. Nu ik toch het archeologische pad was
ingeslagen, kon een museumpje er ook wel bij. Ditmaal op de
fiets puffend tot boven Leymebamba. Daar kwam ik oog in oog
te staan met de enige Zuid-Amerikanen tot nu toe die me niet
vroegen waar ik vandaan kom en hoeveel mijn fiets kost. Gans
in m'n eentje stond ik me te vergapen op een 400-tal
mummies. De rest van de dag was het klimmen tot het donker
werd. In een mistig en zompig landschap pootte ik
uitgehongerd het tentje neer. Vanavond geen rijst maar een
eigen potje spaghetti, met veel groenten, want dat lusten de
Peruanen niet zo graag. Een beetje verderop lag een afdaling
te wachten om je vingers van af te likken. Ditmaal dwars
door de Canyon. 1600 m bollen, spetsend door miezerige
weilanden en een beboste zone om uiteindelijk nog 2 uur in
het stof te bijten. Helmpje op en gaan, rem- en bochtwerk
tot je er duizelig van wordt, of tot het volgende dorentje
zich in m'n band boort.
Onder een laag stof en smeer haalde ik heelhuids de vallei
van Rio Marañon. Een paradijs voor de liefhebber van
mango's en pinda's, maar verder weinig te beleven. De
politie was blij dat er eens iets in het dorpje gebeurde, zo
bleek uit hun uitnodiging om bij hen te komen douchen. Goed
voorzien van de plaatselijke lekkernijen heb ik toch nog een
dag nodig gehad om de dorre vallei weer te verlaten. Knal
omhoog. Ik heb er geen andere woorden voor. Voor deze ene
klim moest ik m'n ketting tot 3 maal toe smeren. Alles zit
gewoonweg onder het stof. Het lukte me net niet om in 1 dag
van Celendin naar Cajamarca te racen. Die fiesta van de
avond voordien zal er wel voor iets tussen zitten. Op een
soort van Goudgele Altiplano genoot ik van de stilte en de
nachtrust alvorens lagergelegen oorden op te zoeken.
groeten, Dominik
dominikvanhoeydonck@hotmail.com
Top
Verslag 5 Andesreis (08/07/2002)
OP EEN VLOT OVER DE GRENS
Met een week vol bangelijke bergritten
heb ik de eerste maand van deze reis afgesloten. Er waren
verschillende mogelijkheden om Ecuador te verlaten. Omdat de
kuststreek rond Piura wel eens onveilig blijkt te zijn, koos
ik voor de rustigere grensovergang in het gebergte, geopend
sinds 2000. De hoogtestage van de afgelopen week begon zijn
vruchten af te werpen. Mede dankzij drank- en
snoepbevoorrading door enthousiaste supporters had ik zelfs
een topdag van 140 km en 2 passen van 3500 m. In Saraguro
waande ik me even in kabouterland. Het volk dat in deze
streek woont heeft namelijk de traditie om zich te kleden
met een zwarte kniebroek, poncho en hoedje, waardoor ze met
hun klein gestalte wel iets van dwergjes hebben. Spijtig
genoeg was communicatie niet hun sterkste kant. Voorbij Loja
veranderde dit echter snel met de hoogte. Via een downhill
over een zandpaadje door een adembenemende vallei van 40 km
lang kwam ik weer in een andere klimaat terecht. Ook de
rustpauzes gingen meer de tropische toer op. Onder een
snikhete zon kunnen een paar bananen met een glaasje sap van
suikerriet wonderen doen. En de gastvrijheid kende weer geen
grenzen. Ik zag het voetbalveldje nabij het dorpje Yangana
wel zitten als kampeerplaats, maar de geburen vonden het
leuker als ik op hun erfje kwam overnachten, of onder het
afdakje, dan moet je de tent niet opstellen, of binnen, daar
is minder stof, of in het bed van de grootouders...
Het werd een gezellig avondje met de hele familie, die m'n
kookvuurtje op het randje van het magische vond. Ik had hen
verteld over de Belgische frieten en wat stond er de
volgende ochtend voor m'n neus; waarachtig een bord
torenhoog opgestapelde "papas fritas" zoals dat
hier heet. Op de vraag of de koffie van eigen teelt was,
kreeg ik een hele rondleiding door hun velden als antwoord.
Van de passievruchten en de limoenen via de geneeskrachtige
kruiden naar de plantages waar koffie, maniok, bananebomen
en suikerriet rijkelijk groeiden. rijst hadden ze niet, maar
verder richting Peru wel. Oh ja, Peru, daar wilde ik naartoe.
Graag had ik ingegaan op de vraag om boven in de bergen mee
een watertank te bouwen, maar ik had nog wat kilometers naar
de grens af te haspelen. Het werd nog een vermoeiende tocht
(met een zware maag) door de bergjungle, met een afdaling
van een halve dag als compensatie. Met gloeiend hete velgen
kwam ik tot stilstand voor een brede rivier. Men was hier
juist een vracht papaya's van een houten vlot op olietonnen
aan 't laden, het zelfde vaartuig waarmee ik wiebelend met
heel m'n hebben en houden naar de overkant mocht. Veilig en
wel op Peruaanse bodem moest ik bij de duanepost een bewijs
van m'n voertuig voorleggen. Na wat tegenspruttelen vond ik
niets beter dan het garantiebewijs van m'n fiets op te
diepen, waarop de duanier gretig zijn handtekenening en
stempels begon te zetten. Als ik beloofde om niet 's nachts
te fietsen, mocht ik zonder problemen verder reizen.
Ploegend door diepe moddersporen reed ik verder landinwaarts.
Het werd weer een zware dag; af en toe draaide het
achterwiel niet meer door de opgehoopte aarde tussen de band
en de remmenblokken, die na 1 maand reeds aan vervanging toe
zijn. Toen ik even uitblazend onder een boompje een appeltje
zat te schillen, wist 1 van de 20 bewonderaars te vertellen
dat er in hun dorp een wielrenner woonde. Wat later stond
daar inderdaad een man met fietsbenen om U tegen te zeggen.
De plaatselijk wielerheld, zo bleek. Als ik tot de volgende
dag in zijn huis verbleef, zou hij meefietsen tot de stad
Jaén. Eerst konden we wat gaan zwemmen in de rivier en
zelfgebakken tortilla's eten. Zo geschiedde, en de volgende
middag stonden we badend in het zweet voor de winkel van de
fietsemaker van m'n eerste stadje van betekenis in Peru.
Handig om wat extra kettingolie en remblokken op te slaan.
Toevallig kookt zijn moeder als geen ander en is zijn (getrouwde)zus
tevens verpleegkundige in het lokale gezondheidscentrum.
Vandaag kreeg ik er een rondleiding en het was er verbazend
goed georganiseerd. Modderplassen voor de deur en het wassen
van gebruikte handschoenen zijn er wel dagelijkse realiteit
en de ziekte Dengue schijnt een groot probleem te zijn.
Ondertussen krijgt de fiets een grote onderhoudsbeurt en
verheug ik me erop om verder Peru in te trekken.
 |
(FIETSEND DOOR DE ANDES (DEEL 4)
Met eten voor 4 dagen in de fietstassen
ben ik naar de CHIMBORAZO getrokken. in de verte zag ik deze
prachtige witte bergreus van 6310 meter hoog reeds liggen.
Langzaam stijgend reed ik het gebied van de Quechua-Indianen
binnen. In hun kleurrijke poncho's en rokken werken ze op
akkertjes die tegen de 4000 m hoge hellingen liggen. Het
lijkt een wat teruggetrokken volk, dus laat ik voorlopig het
fototoestel even zitten. In ditlappendeken van velden en
weiden pootte ik m'n tentje neer.
Veel Indianen werken nog met paarden en ezels. Er zijn ook
enkelen die Zich per mountain-bike verplaatsen, suizend naar
beneden met hun vrouw of kind achterop. Anderen proberen met
een jeep de hellingen te trotseren, wat wel eens tot
"Camel Trophy"-taferelen leidt. Ik kon het
natuurlijk weer niet laten om mee te duwen.
Hoe hoger ik kwam, hoe kaler het rondom
mij werd. Het geel-bruine Landschap deed me denken aan de
foto's het Tibetaans hoogplateau. De wind had hier vrij spel
en dat was goed te merken. Ik kwam terecht in een heuse
zandstorm. Soms kon ik niet verder fietsen als er zo'n
zandwolk op me afkwam. Een pijnlijke zaak is het als je door
de zon verbrandde huid gezandstraald wordt. Vanuit de berm
keken enkele lama-achtige dieren (vicunas) me niet
begrijpend aan.
In de late namiddag draaide ik de zandweg
op richting het "BASE CAMP" van De hoogste berg
van Ecuador. De passagiers van enkele jeeps gaapten me aan
Met een blik van: "wat doet die hier op z'n fiets?"
Wel, ik was volop bezig m'n hoogterecord te verbreken.
Aangekomen aan de hut werd het vastgelegd op 4800 m.
Trots zette ik m'n fiets tegen een rots
op deze hoogte van de Mont Blanc, waar ik 2 nachten verbleef.
Te voet ging ik wat hoger de flanken op om de berg wat te
verkennen. Toen ik terugkwam zag ik m'n fiets niet meer
staan. Van de 3 tjechische klimmers die er in hun tentje de
wind trotseerden, vernam ik dat de man in de berghut het
beter vond om de fiets binnen te zetten. Zo vond ik m'n
stalen ros terug voor de open haard. Rond het uur, of liever
rond de fiets bepraken we route en tactieken om de berg
morgen te lijf te gaan.
Om 4u30 speelde ik de overschot van de
spaghetti van gisteren naar binnen En vertrok na nog eens
een liter thee naar de sneeuwgrens. Gehuld in elke vezel
gore-tex die ik bezit, bond ik samen met de Duitser m'n
stijgijzers aan m'n bergschoenen. De route was goed te
vinden en ons orienterend op "El Castillo" ,een
opvallende rotsformatie, vonden we de kleine couloir die het
grootste obstakel vormde.
Stap na stap werkte ik me door sneeuw en
ijs naar boven. Soms liepen er sporen over een sneeuwbrug.
Gelukkig vond ik telkens een weg rondom de gletsjerkloof, om
zo veilig hogerop te klimmen. Een slopende bezigheid, maar
naast kortademigheid ondervond ik verder geen last van de
hoogte. Het volledige bruine landschap dat ik de vorige 2
dagen doorfietste, lag nu onder m'n voeten.
De hoogtemeter vertelde me dat ik me op
5900 meter bevond. Ik had zo graag verder naar de top willen
klimmen, of de kaap van de 6000 m gehaald, maar de berg
dacht daar anders over. Ik keek in een gigantische kloof die
zonder touw niet te overbruggen was. Ik kon maar 1 ding doen:
terug afdalen. Jammer, maar het was er beeldmooi tussen al
die ijsformaties en ik was Toch tevreden over de bereikte
hoogte.
Eigenlijk wilde ik diezelde middag met de
fiets al beginnen afdalen. Ik kwam aan de hut echter een
Duits koppel tegen die dezelfde Andes-plannen als mij hadden
op de motor. Het werd te laat om nog verder te gaan.
Hierdoor kon ik de toppoging van de tjechen volgen, de
volgende ochtend. Zij kwamen terecht in een vreselijke
storm, waardoor 1 van hen besloot Terug te keren, de anderen
wilden verder naar de top...
Slalommend keerde ik per fiets terug naar
lager gelegen oorden. Uiteindelijk kwam ik op de Carretera
Panamericana terecht. De grote weg Door Zuid-Amerika die ik
zo vreesde, viel nog goed mee. Tamelijk rustig en Links en
rechts sprookjesachtige uitzichten over het heuvelend
landbouwgebied. Enkele kinderen die me tegenhielden lieten
me van het suikerriet proeven.
Via Cajabamba en Alausi reed ik nu volop
zuidwaarts. Ik heb namelijk nog een paar landen voor de boeg.
Op weg naar Chunchi werd de bergweg opnieuw zeer ruig en kon
ik m'n vooropgestelde doel niet bereiken. Het werd weer een
nacht in de tent, in het tuinje van een vriendelijke papa,
de fiets mocht in het kippenhok.
Ten westen van Cañar bezocht ik de best
bewaarde Inka-ruines van Ecuador.
Dan volgt er weer een dag van mailen,
wassen en... vanavond is het hier Fiesta. Morgen begin ik
aan het zuidelijke deel van Ecuador: via Cuenca En Loja naar
de grens met Peru.
Top
FIETSEND DOOR DE ANDES... (deel
3)
De tweede week van m'n reis zette ik in
met een laatste afdaling tot de Rio Napo. Deze stroom mondt
uit in de Amazone-rivier en de hoogte is hier nog maar 500
m. Dat laat zich vooral voelen aan de stijgende temperaturen.
Eenmaal de hangbrug overgestoken, draaide ik de keienweg op
en stuiterde verder op de rechteroever. Wanneer ik door de
dorpjes fietste liepen de kinderen mee en vroegen waar ik
naartoe reed. Mijn doel was om zover mogelijk de "real
jungle" binnen te dringen.
Elke kilometer bracht me dichter bij dit
doel: het woud werd steeds donkerder, hier en daar fladderde
een lichtblauwe vlinder en de aapjes vlogen over m'n hoofd.
De huizen in de nederzettingen staan allemaal op palen. Zal
wel voor 't water zijn, dacht ik terwijl ik nog eens op m'n
horloge keek. De barometer was weer serieus aan 't dalen en
jawel, 2 minuten later werden de hemelsluizen weer geopend.
Ik had al ondervonden dat bij deze hitte gore-tex geen
enkele zin had, maar toch zocht ik een droger plekje op
onder zo'n immens grote boom met mega-wortels. Om de tijd
wat te doden begon ik wat te zingen, of moet ik zeggen
roepen, want ik hoorde amper mezelf onder het oorverdovende
getokkel.
Badend door de plassen vervolgde ik een
half uur later m'n weg tot in San Pedro. Van hieruit wilde
ik naar het zuiden via de Rio Arajuno om zo eventueel door
te steken naar Puyo. De stafkaarten die ik in Quito voor 2
dollar op de kop had getikt, kwamen me goed van pas.
Onderweg was ik een Indiaan tegengekomen die met een blank
meisje getrouwd was. Zoals zij me hadden gezegd, kon je van
hieruit naar het zuiden, maar de fiets kon niet meer mee.
Een groepje mannen was hier net een kano
aan't inladen om naar hun dorp terug te keren. Ze vonden het
geen probleem om me erbij te nemen. We zouden vertrekken als
het wat minder regende, dan over een half uurtje, dan nog
eens over een half uurtje... Ik had met andere woorden tijd
genoeg om wat kennis te maken met de andere wachtenden.
Na 3 volle uren met hen gekeuveld te hebben, was ik al heel
wat over deze Indianen te weten gekomen en zei een van hen:
" Te invito en mi casa". Dit is de kans van m'n
leven, dacht ik terwijl ik het nodige vanuit m'n fietstassen
in m'n rugzak stopte om de nacht bij deze familie door te
brengen.
Glijdend over het goudgele water voelde ik me als in een
droom. Laverend tussen stroomversnellingen aanschouwde ik de
wilde omgeving. Wat zou ik de komende uren nog allemaal te
zien krijgen?
Enkele buien later werden de vrouw en ik op de oever gedropt
en verdween de kano. Vanuit de 2 houten paalhutjes kwam een
hele groep kinderen toegestormt. Ik maakte een grapje met
het popje zonder kop dat een van hen bijhad en droeg de
bagage mee naar boven waardoor het vetrouwen al snel
gewonnen was.
In het gammele, open huisje brandde een open vuur en lag de
grootmoeder met haar papegaai te loeren vanuit haar hangmat.
Eerst hielp ik met het schillen van aardappelen, dan wilden
de kinderen weten of ik even goed met hun katapult overweg
kon als hen. In schemerlicht aten we de aardappelen en
maniok met de blikjes vis die ik had meegebracht. Bij
kaarslicht maakten we nog wat rekensommetjes en rond 20 uur
werd me de plaats gewezen waar ik mocht slapen. Nu wist ik
dat ik niet voor niets al een paar weken Lariam slik. De
planken waren hard en het duurde even voor de kleinste me
gerust liet, maar als je moe bent, slaap je overal. Tijdens
het ontbijt van gebakken bananen en maniok kwam eigenlijk
pas de ontnuchtering van deze droom. Het drong tot me door
hoe armzalig deze familie leeft in deze vochtige, wilde
wereld. De kinderen waren de rivier overgestoken om naar
school te gaan, wanneer de vrouw begon uit te leggen dat ze
cataract had, dat haar moeder tandpijn en rheuma had, dat
het kindje van haar zus een hazelipje heeft en dat haar
broer een huidziekte heeft. Zonder geld kon ze hier niets
aan doen. Aan haar hand had ik een ontstoken wonde ontdekt,
wat haar duidelijk hinderde tijdens het werken. Aan haar
enkels had ze tevens een lelijke huidinfectie. Zonder geld
kon ze hier niets aan doen en de pijnstillers en zalfjes die
ik bijhad zijn maar een tijdelijke oplossing. Naast een
ruime vergoeding voor hun gastvrijheid, liet ik ook wat
financiêle steun achter van iemand in Belgie die me dat
voor deze omstandigheden had toegestopt.
Onder het gehuil van de kleinste dochter begon ik aan de
terugtocht. Ik volgde de mankende vrouw (pijnlijke heup)
door de tunnel van groen geweld. Het pad was een en al
modder waarin ik tot m'n enkels wegzakte. Ze wees me het
graf van haar vader. Ik keek opzij en schoof uit. Na een
tijdje wist ik niet meer of ik het gehuil hoorde of het
geroep van een tropische vogel. Wat ik wel weet is dat mijn
motivatie om na deze reis tropische geneeskunde te studeren
nu nog eens zo groot is. Het pad ging steil omhoog, om dan
weer naar beneden te glibberen en via een boomstam een
riviertje over te steken. M'n voeten waren 2 slijkklompen en
tot m'n middel zat ik nu al onder de modder. Zonder 2
wandelstokken had dat waarschijnlijk tot m'n neus geweest.
Buiten een soort mier met klauwen en een spin die uit de
lucht viel had ik gelukkig niet veel last van andere beesten.
In afscheid nemen ben ik nooit ne straffe geweest, maar deze
keer was het echt wel rottig. Nog diep onder de indruk waste
ik 3 uur later alles wat ik aanhad in de rivier, filterde
nog wat water om al het zweet dat van m'n gezicht gegutst
was te compenseren, en haalde m'n fiets uit het stalletje in
San Pedro.
Voor me uitstarend hobbelde ik terug van waar ik gisteren
gekomen was. Vervolgens bracht een kano me met fiets en al
naar de overkant van de Rio Napo, waar ik in Misahualli een
rieten lodge vond en de ervaringen kon neerschrijven in m'n
dagboek.
M'n volgende opdracht was om weer uit dit Amazonebekken te
fietsen. Dit kostte me 3 dagen van hard labeur via Puyo,
Baños tot Ambato. Wie wil weten wat convectieregens zijn,
moet maar eens aan deze kant van de Andes komen kijken. Een
aantal leuke ontmoetingen hielden de sfeer er echter wel in.
Tijdens een korte rustpauze stak de Coca-Cola-camion me weer
voorbij. Ik was hem wat eerder al gekruist toen hij lekke
band had. Hij stopte en alsof we vrienden in de strijd waren,
reikte hij een fles Cola aan. Daarna ging weer ieder zijn
eigen weg om de putten te trotseren.
25 kilometer verder zat ik nog wat van m'n flesje cola te
nippen toen een jeep naast me stopte. Op 1,2,3 stond er een
hele cameraploeg voor m'n wielen. Ik moest voor een
documentaire over toerisme in Ecuador zeggen hoe mooi ik dit
land vond. Op een voorwaarde, zei ik, als je de beelden ook
naar Belgie stuurt. Nog een fotootje met de bevallige
assistente en "on the road again". De volgende dag
moest ik weer vroeg uit de veren. Ik had namelijk m'n
slaapzak uitgerold in een schooltje en de nieuwsgierige
kinderen stonden al rond te huppelen. Langs en onder
watervalletjes klom de weg verder naar Baños. "You
will love this ride" hadden enkele bustoeristen me
gezegd. Vanuit een zeteltje is het hier misschien wel
paradijslijk, dacht ik terwijl ik het water uit m'n schoenen
kapte en op zoek ging naar m'n warme trui. Ik wilde ze snel
mogelijk terug boven op de Andes staan. Ziezo, weer
aangekomen in drogere regionen. Het werd tijd, want m'n
handdoek is gestikt en ik heb een hele dag met blote voeten
in m'n botinnen gefietst omdat ik geen droge kousen meer
had. In Ambato heb ik met al m'n kaarten en informatie in de
Footprint en klimboekje uitgevist dat ik het pompje voor de
brander best in Quito kan gaan zoeken. Ja, inderdaad daar
ben ik vertrokken, vandaar dat ik na enig getwijfel toch
opteerde voor een busrit over de CARETERRA PANAMERICANA. Dan
kon ik de Vulkaan Cotopaxi toch nog zien, want daar was ik
met dit Amazone-avontuur in een grote boog rondgereden.
Ondertussen heb ik, zo gelukkig als een kind, dat verdomde
MSR-onderdeel gevonden en acclimatiseer nog een beetje voor
een aanval op nieuwe hoogterecords. De Chimborazo, Ecuadors
hoogste, zal het decor voor de volgende dagen worden...
Top
De voorbije 3 dagen heb ik 10 km gefietst.
De rest was zwoegen en ploeteren. Ik vond geen goede
brandstof voor het kookvuurtje en besloot dan maar om aan de
andere kant van de bergpas benzine te tanken.
Daardoor moest ik een kilo minder naar 4064 m sleuren.
Eindelijk zat ik in de bergen. Langs alle kanten rezen de
groene hellingen van de Andes op. Ik moest wel regelmatig de
kant in duiken om die grote Amerikaanse trucks te ontwijken.
Die brengen al het materiaal aan voor een
nieuwe oliepijpleiding over de papallacta-pas. Op 3900 m heb
ik m'n tentje opgesteld. Na broodmaaltijd met confituur uit
een zakje ging ik een frisse nacht tegemoet 's Morgens
ontdekte ik vanuit de tent dat er wat hogerop een beetje
verse sneeuw gevallen was.
In de vroege ochtend werkt ik de laatste
meters van dit eerste record af. warmpjes ingepakt met zo'n
Andes-muts met lange oren en daarop een helm suisde ik naar
beneden. Tussen de wolken kwam het topje van een prachtige
vulkaan piepen. Veel tijd om rond te kijken was me echter
niet gegund. Het asfalt had plaatsgemaakt voor een ruwe
keienweg. Ik stuiterde verder richting "ORIENTE",
het oerwoud-gedeelte van Ecuador. Wat men met regenwoud
bedoelt, werd meteen duidelijk. De stortbuien maakten de weg
tot een modderpoel, de omgeving werd groener met de minuut
en zelfs de gezichten van de mensen veranderderden
naargelang ik daalde. Van het Andesvolk naar de
Amazone-indianen. Ik hoopte te kunnen overnachten in een
"biologisch centrum". Blanken zullen elkaar wel
helpen, dacht ik, maar het huisje boven op een heuvel in de
jungle was volgens hen vol. Ga maar verder vlinders tellen,
dacht ik, en haalde wat verder de tent boven.
Ik sliep in onder luid getokkel van de regen en werd wakker
tussen het getjirp en gefluit. Bij de eerste stap naar
buiten stond ik 10cm diep in het water. Na een kleine
check-up contateerde ik dat de bouten van de voordrager
losgekomen waren en dat de hele fiets en zowat alles dat ik
bijhad onder het slijk zat. Slingerend tussen de wolken ging
het verder naar beneden. Ik kreeg terugasfalt voor de wielen,
hoewel de grote keien die erin verwerkt zijn de weg niet
confortabeler maken. De laatste 10 km kon ik weer rustig
bollen tot in TENA.
In dit junglestadje kom ik een dagje op adem. Van de hangmat
naar de wasdraad, naar het internetcafeetje, wat gaan eten
met 2 Amerikaanse ontwikkelingshelpsters en terug naar de
hangmat. Zalig, tot ik ontdekte dat de pomp van m'n kookvuur
niet meer in de bagage zit. Tijdens die ruwe afdaling was
een deel van de bagage losgekomen... Voorlopig is dit nog
geen ramp. Maar ik zal toch een oplossing moeten zoeken.
groeten, Doimnik.
Top
verslag 1 Andesreis
STA OP IN HET MIDDEN VAN DE AARDE, ONDER
DE MOOISTE ZON VAN DE WERELD. Op m'n sleffers stond ik voor
de universiteit van Quito, nog niet goed beseffend dat de
tekst op dit gebouw pure realiteit is.
Nieuwsgierigheid had me bij het eerste
ochtendgloren uit m'n bed gelokt. Ik zocht me een weg naar
buiten tussen al de bagage en de fiets. Die had Ik de vorige
avond reeds uit z'n doos bevrijd en gemonteerd. Het leek me
Immers beter om niet meteen in het donker deze onbekende
stad te verkennen.
Nu zag ik in de straten tientallen van
die versleten taxi's racen, zoals Dat ene busje dat me tegen
100 km/u door het cenrum van de luchthaven naar het
opgegeven adres bracht. Ik zag tientallen van die lachende
Ecuadoriaantjes, zoals er de eerste dag na een half uur in
het vliegtuig eentje op m’n schoot zat. De man uit het
Amazonewoud met wie ik de vorige avond een babbel maakte had
gelijk; in deze kleurrijke stad is er veel te beleven.
Onder de brandende zon zocht ik m'n weg
door de drukte, ik wilde immers nog wat noodzakelijke
informatie bijeen sprokkelen. Ik ging langs bij de SOUTH
AMERICAN EXPLORERS CLUB, die me aan een aantal adressen
hielp.
In het MILITAIR GEOGRAFISCH INSTITUUT
vond ik de stafkaarten die ik wilde meenemen voor afgelegen
gebieden. Aan de andere kant van de hoofdstad stond ik na
lang zoeken voor de wolkenkrabber waarin de Belgische
Ambassade zetelt. In perfect Vlaams liet ik me hier
registreren. De ambassadeur wilde me het verhaal van de
mosterd-truc niet onthouden. Ik moest namelijk opletten voor
kerels die "toevallig" mosterd op je broek morsen.
Ze willen dan heel vriendelijk je kledij schoonmaken,
terwijl ze je tegelijk even vriendelijk bestelen.
Tenslotte wilde ik de "Biking
Dutchman" aan de tand voelen. Hij heeft van zijn hobby
zijn beroep gemaakt. In deze stad vol smog heeft de kuchende
kees een reisbureautje voor mountain-bike tochten. Hij vond
het ontzettend leuk om me te overladen met een eindeloze
opsomming van tips.
Vandaag wilde ik m'n eerste kilometers
fietsen. Een dikke 20 kilometer ten noorden van Quito ligt
de geogafische evenaar. De tropische bui kon me niet
tegenhouden om dit acclimatizatie-tochtje heen en terug te
maken.
Toen ik met het voorste wiel van de druipende fiets op de
lijn van de evenaar stopte, hoorde ik een sissend geluid.
Hier, pal op breedtgraad 0 moest ik constateren dat platte
band nummer 1 een feit is. Na 2 dagen op 2800 m in de vallei
van Quito zal ik zo dadelijk alle bagage op de fiets laden
om morgen via een 4064 m hoge bergpas uit dit hectisch dal
te ontsnappen. Andiamos...
groeten, Dominik.
FIETSEND DOOR DE ANDES... OF HOE
STRAATKINDEREN IN CALCUTTA KUNNEN GEHOLPEN WORDEN.
Vanaf kinderen kunnen fietsen zonder “zijwieltjes”
gaat er een nieuwe wereld voor hen open.
Zo was dit in mijn geval met het kleine
rode fietsje met dikke witte ballonbandjes op vakantie in de
Ardennen. Er waren duidelijke afspraken gemaakt tot waar ik
mocht fietsen, maar verderop lag een uitdagende helling die
veel steiler was dan alle andere...
Sinds die dag loop, en vooral fiets ik
rond met een fameus litteken op mijn kin. Het merkteken van
een levenswijze waarin de fiets, de bergen en vreemde landen
de rode draad vormen.
Ondertussen verbergen de Ardeense heuvels
allang geen geheimen meer en werden tevens de Vogezen en het
Zwarte Woud grondig uitgekamd. Met het intreden van de
volwassenheid werd het fietsen meer grensoverschrijdend. Met
een goede vriend werd de pelgrimstocht van thuisuit naar
Santiago de Compostella ondernomen. Verschillende
fietsreizen in Oostenrijk, Duitsland, Italië, Zwitserland
en Frankrijk lieten me de vele mooie kanten van de Alpen
zien. Andere kantjes van de Alpen kreeg ik tussendoor te
zien tijdens wandel- en klimtochten met piolet en rugzak.
Uiteindelijk werden beiden gecombineerd tijdens een tocht
van 0 tot 4000m: fietsend van de Middellandse Zee over de
hoogste weg van Europa naar de Gran Paradiso-berg, met
daaropvolgend de beklimming van deze alpenreus. Tijdens een
“winter-expeditie” moesten de Mont Ventoux en Andorra
eraan geloven.
Een buitenlandse stage tijdens m’n
opleiding Verpleegkunde bracht me in Calcutta. Daar lukte
het om de arme Indiërs zelf achterop de zetel van hun
fietsrikshaw te laten plaatsnemen, waardoor ik wel kon
trappen. Enkele jaren later kwam ik na wat een klim- en
trekwerk in Nepal (tot 5500 m) terecht in de Indiase
Himalaya. Daar besteedde ik meer tijd aan het zoeken naar
een mountain-bike die nog niet “total-loss” gereden was
dan aan het eigenlijke fietswerk. Na 8 uur gepiep en geknars
kreeg ik dat wrak toch op 3978 m hoogte tussen de wapperende
gebedsvlaggen van de bergpas Rohtang La. Tijdens de afdaling
met een 50-tal haarspeldbochten had ik meermaals een
déjà-vu van m’n allereerste downhill op dat rode
kinderfietsje.
 |
Zonder extra littekens zit ik nu midden in de
voorbereiding van de ultieme bergrit. Het plan om
door India, Pakistan en Tibet te fietsen heb ik
vanaf 11 september in de diepvries opgeborgen.
|
8 maanden door het Andesgebergte bollen
wordt de vervulling van een droom die allang bovenaan m’n
lijstje prijkt. Jammer genoeg valt Colombië uit de ketting
van de Andeslanden omdat ik op tijd én levend wens terug te
keren.
Fietsen van de Evenaar tot de meest
zuidelijke stad ter wereld in Vuurland vormt een stevige
uitdaging. Maar het heeft geen zin meer om de passie te
onderdrukken. Vanaf juni 2002 tot februari 2003 zullen de
strepen op de Latijns-Amerikaanse landkaart langzaam
ingetekend worden door echte landschappen.
Vertrekkend in de Ecuadoriaanse hoofdstad Quito
gaat de route zuidwaarts over een avenue van
slapende en minder-slapende vulkanen. Stijgijzers en
piolet krijgen ook hun plaatsje op de fiets. De
Cotopaxi of Chimborazo mogen dus een eventueel
bezoek verwachten. Een afdaling naar het Amazonewoud
is niet uitgesloten, men krijgt immers niet elke dag
de kans om in het grootste bos ter wereld te gaan
loeren.
Eenmaal over de Peruaanse grens hoop ik al goed
in het ritme te zitten. Het aanbod van hoge
bergpassen en diepe valleien is er immers groot.
Tijdens een trekking zal de kans op kennismaking met
de lokale bevolking misschien nog vergroten.
|
|
Wanneer ik daar zonder al te grote
brokken vanaf kom, wil ik langs het Titicacameer Bolivië
binnenrijden. Als ik na 100-den kilometers over de altiplano
nog niet geaclimatiseerd ben, zal het wellicht nooit
gebeuren. Via Salar de Uyuni, waar het zout op de patatten
niet zal ontbreken, kan ik dan het volgende land
binnenglippen.
De Atacama-woestijn is waarschijnlijk
niet de aangenaamste plaats om kennis te maken met Chili,
maar vormt wel een extra uitdaging.
Als tegen die tijd de Argentijnse
financiële put niet al te diep is, en de mijne ook niet,
zit er nog wel een doorsteek over de Andes in. Eenmaal
Amerika’s hoogste (de Aconcagua) in zicht, is Santiago de
Chili niet meer ver af .
Rest me op dat moment nog voldoende tijd
en energie, zal ik met man en macht ten strijde trekken
tegen de legendarische wind van Pataganië. Als die me
toelaat om tot in Ushuaïa te fietsen, zal ik als een
gelukkig man naar het Belgische basiskamp terugkeren.
Ik zou echter mijn beroep niet waardig
zijn, moest ik deze reis niet koppelen aan een goed doel. De
uitdaging om mijn persoonlijke hoogterecord te verbreken, is
tevens een wat originele manier om geld in te zamelen voor
het project W.I.N. (Women In Need). Wie in het donker leeft,
ziet men niet. Daarom wil dit ontwikkelingsproject vrouwen
en kinderen uit de sloppenwijken van Calcutta (India)
medische hulp bieden. Zoals hoger vermeld, heb ik er stage
gedaan, en wil ik me voor de straatkinderen blijven inzetten.
 |
Op de fietsreis- en info beurs van
de organisatie “De Wereldfietser” hebben vele
bezoekers het project gesteund, waardoor zij konden
meedoen aan een prijsvraag. Op een blaadje kond
geïnteresseerden de hoogte invullen die ik volgens
hen in het Andesgebergte zal bereiken met de fiets.
Wie bij de 10 beste antwoorden behoort, zal een foto
van een straatkind toegestuurd krijgen. Dankzij al
deze sympatisanten gaat er nu meer dan 400 Euro aan
financiële steun naar de straatkinderen van Calcutta.
Bedankt voor het meewerken aan dit succes!!
Hoe kunnen U en ik nu in godsnaam
weten tot welke hoogte ik zal fietsen? Wel, BASE CAMP
heeft gezorgd voor een nauwkeurige hoogtemeter en U
zal op deze website geregeld verslag kunnen lezen over
de hoogtes (en de dieptes) van fietsen door de Andes.
|
Groeten Dominik
dominikvanhoeydonck@hotmail.com
Top
|